U bent nu hier:

Wantrouwen jegens vertrouwen?

Publicatie Nr. 08 - 25 februari 2010
Jaargang 2010
Rubriek Mens en rechten
Auteur Aart Hendriks
Pagina's 346

‘Ik zal geheimhouden wat mij is toevertrouwd.’ Deze in de Eed van Hippocrates verankerde opdracht behoort vanouds tot de kernverplichtingen van artsen. De geheimhoudingsplicht beschermt de onbelemmerde toegang tot de gezondheidszorg en de privacy van patiënten. Artsen die in strijd handelen met deze plicht, ondermijnen – zoals dat in de oude Medische Tuchtwet zo mooi heette – het ‘vertrouwen in de stand der geneeskundigen’.

De afgelopen jaren heeft de overheid diverse pogingen gedaan afbreuk te doen aan de geheimhoudingsplicht van artsen. Enkele voorbeelden.

Via het landelijk elektronisch patiëntendossier (EPD) worden artsen verplicht patiëntengegevens toegankelijk te maken voor andere beroepsgenoten. De patiënt wordt niet gevraagd hiermee in te stemmen; hij kan hooguit bezwaar maken. Artsen die zich – terecht – zorgen maken over de veiligheid van dit systeem en de privacy van hun patiënten worden beticht van eigenbelang.

Het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) moest procederen tot aan de Hoge Raad toe om het Openbaar Ministerie ervan te weerhouden zich patiëntengegevens toe te eigenen. Na de dood van een baby werd de moeder als verdachte aangemerkt. Het LUMC beschikte over een medisch dossier van de overledene, maar vond dat de geheimhoudingsplicht het onmogelijk maakte dit te overleggen aan het OM. ‘Hoe durft een ziekenhuis een strafrechtelijk onderzoek naar de dood van een baby tegen te werken’, zo zeiden velen.

De Hoge Raad dacht hier anders over: alleen bij uitzonderlijke omstandigheden moeten geheimhoudingsplicht en verschoningsrecht wijken en hiervan was geen sprake. Deze uitspraak was ontsnapt aan de aandacht van de leiders van de twee grootste fracties van de Rotterdamse gemeenteraad. In de nasleep van de strandrellen in Hoek van Holland werd gesuggereerd dat artsen het opsporingsonderzoek zouden bemoeilijken door te zwijgen tegenover de politie. Het beroepsgeheim van met overheidsgeld betaalde hulpverleners zou zijn ‘doorgeschoten’, alsdus meenden Van Heemst (PvdA) en Pastors (Leefbaar Rotterdam) eensgezind.

En ondertussen buigt de Eerste Kamer zich over een wetsvoorstel op grond waarvan de inspectie zonder toestemming van de patiënt inzage kan krijgen in medische dossiers. Dit alles om de ‘slagkracht’ van deze toezichthouder te vergroten. Van artsen wordt verlangd dat zij hieraan loyaal meewerken en hun op het beroepsgeheim stoelende bezwaren opzijzetten.

Artsen die veel waarde toekennen aan het investeren in vertrouwen, werden in 2009 met achterdocht bejegend. Een beroep op het medische beroepsgeheim werd afgeschilderd als een poging bewijsmateriaal te verdonkeremanen. Terwijl de overheid burgers oproept voorzichtig om te gaan met pincodes en andere persoonsgegevens, wordt van artsen verlangd dat zij medische gegevens bij het minste of geringste vrijgeven.

De Johannes Wier Stichting hoopt ten zeerste dat het belang van vertrouwen in de arts-patiëntrelatie, en dus de waarde van het medisch beroepsgeheim, in 2010 niet langer met argusogen wordt bekeken. Wantrouwen in de gezondheidszorg ondermijnt onze samenleving.

PDF van dit artikel

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd