U bent nu hier:

Pacemaker vertraagt sterven

Publicatie Nr. 09 - 04 maart 2010
Jaargang 2010
Rubriek Brieven
Auteur dr. L. van Erven, dr. M.C.G. Daniëls

In het interview met Kea Fogelberg komt de vraag ter sprake hoe om te gaan met pacemakers en ICD’s bij terminale patiënten (MC 5/2010: 206).

Het opstellen van een richtlijn op dit terrein is moeilijke materie. De zorg voor pacemaker- en ICD-patiënten is de expertise van de cardioloog, gespecialiseerd in dergelijke apparaten. Deze zorg is in ziekenhuizen beschikbaar en is extramuraal meestal niet eenvoudig te organiseren. De meeste mensen sterven buiten het ziekenhuis, waar dus beperkte kennis van de eigenschappen van pacemakers en ICD’s voorhanden is.

Aangezien het aantal patiënten met pacemaker en ICD’s toeneemt, hebben extramuraal werkende artsen steeds te maken met de vraag of en wanneer de programmering van een pacemaker of ICD moet worden aangepast. Een richtlijn is daarom relevant.

Verschillen in zorgterreinen en kennisniveaus bemoeilijken de ontwikkeling van zo’n richtlijn aanzienlijk. Daarnaast is het de vraag hoe de verantwoordelijkheden en beslissings- en handelingsbevoegdheden liggen. Het uitzetten van de zogenaamde tachytherapie van een ICD kan het leven beëindigen op het moment dat zich dergelijke ritmestoornissen voordoen. Het uitzetten van een pacemakerfunctie is in korte tijd dodelijk indien er geen eigen hartritme is.

Verantwoordelijkheden en bevoegdheden moeten juridisch worden getoetst waarbij de rolverdeling tussen zorgverleners nog nader bepaald dient te worden. De vraag is bovendien of bij uitzetten van een pacemaker met de dood als direct gevolg zorgvuldigheidseisen moeten worden gehanteerd zoals bij actieve euthanasie. Medewerkers van pacemaker- en ICD-producenten, lijken niet de geëigende personen om een handeling te verrichten met mogelijk de dood tot direct gevolg.

Hoe de uiteindelijke verantwoordelijkheden en organisatie van deze terminale zorg eruit zal zien, moet worden vastgelegd in een richtlijn. Recentelijk is binnen de cardiologische beroepsgroep een initiatief gestart om tot een dergelijke richtlijn te komen. Hierbij zal samenwerking worden gezocht met de eerste lijn en andere betrokken hulpverleners.

Bussum, februari 2010

dr. L. van Erven, cardioloog, werkgroep ‘perimortale zorg device patiënten’ van de NHRA van de NVVC
dr. M.C.G. Daniëls, cardioloog, voorzitter NVVC

Naar de Brievenrubriek

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd