U bent nu hier:

Specialisteninkomens (3)

Publicatie Nr. 10 - 11 maart 2010
Jaargang 2010
Rubriek Brieven
Auteur Philip Kluin
Pagina's 466-467

In Medisch Contact verscheen een ingezonden brief die tot reactie noopt (MC 6/2010: 272). In zijn brief stelt Van Lange dat de financiële beperkingen die minister Klink wil doorvoeren ‘het vak minder interessant’ maken. Een verkeerd woordgebruik misschien?

Maar dan: ‘misschien is het goed om naar buiten te brengen dat assistenten (al dan niet in opleiding) gedurende vele jaren onder de Balkenende-norm moeten leven’. Waar is ons gevoel voor verhoudingen?

De huidige inkomensverschillen resulteren in absurde situaties: wat te denken van een specialist die aansluitend aan de specialisatie in het UMCG in een perifeer ziekenhuis meteen meer dan 300.000 euro verdient en serieus meent te kunnen terugkeren naar de alma mater, in dit geval wél omdat hij het vak achteraf bij ons interessanter vindt?

Het startsalaris in het UMCG komt met 10 procent TVO voor hem uit op ongeveer driemaal modaal, namelijk 90.000 euro (eindschaal 125.000 euro, voor hoogleraren 140.000 euro), nog steeds een riant inkomen. Ik blijf geloven in die artsen die met een dergelijk inkomen wel tevreden zijn. Academische specialisten verdienen niet te weinig, maar in de periferie wordt zo nu en dan absurd veel verdiend, daarin schuilt het probleem.

Allemaal in dienstverband dus. Het vaak gehoorde argument (van onder andere de Orde) dat wachtlijsten ontstaan waar artsen in dienstverband werken, is ronduit misleidend. Er is wel een associatie tussen de twee fenomenen, maar geen causaal verband. Om een voorbeeld te geven: al jaren bestaan er geen wachttijden in de pathologiediagnostiek, ongeacht of pathologen in dienstverband of vrijgevestigd werken. Alle diagnostiek wordt met een marge van hooguit enkele dagen weggewerkt.

Maar ook andere specialisten in dienstverband kennen geen wachtlijsten: zo komen wachtlijsten voor patiënten met een hematologische aandoening in de UMC’s nauwelijks voor. Wachtlijsten ontstaan door moeizame combinaties van electieve en niet-electieve zorg, afstemmingsproblemen, en (denk aan de ok-capaciteit) door een gebrek aan paramedisch personeel.

Groningen, februari 2010
Philip Kluin, hoogleraar pathologie UMCG, Groningen

Ziet u geen reactieformulier? Reacties. (1)

"Het zou interessant zijn het aantal verrichten per FTE te vergelijken tussen academie en periferie, uiteraard ook rekeninghoudend met zwaarteklasse en duur."

W.F. van Tets, BUSSUM - 11-03-2010 13:07

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd