U bent nu hier:

Gun patiënt zijn einde

Publicatie Nr. 23 - 10 juni 2011
Jaargang 2011
Rubriek Artikelen
Auteur Erik van Engelen
Pagina's 1470-1471

Winnaar Zilveren Zeepkist 2011! (Lees meer »»)


De medische wetenschap maakt steeds meer mogelijk. Het voelt echter niet goed om medewerking te moeten verlenen aan het oprekken van een leven dat eigenlijk al ‘klaar’ is. Een noodkreet uit de ambulancewereld.

Na ruim elf jaar op de ambulance staan sommige facetten van hulpverlenen mij steeds meer tegen. De medische wetenschap is tot steeds meer in staat. Het resultaat hiervan is dat wij als ambulancehulpverlener almaar vaker te maken krijgen met oude mensen die in een terminaal stadium van hun leven verkeren, bij wie het kaarsje langzaam maar zeker, of plotseling, uit kan gaan. Voor de terminale patiënt die ondraaglijk lijdt, levert de gang naar het ziekenhuis louter uitstel op van iets wat hij binnen afzienbare tijd tóch moet ondergaan. De hoogbejaarde die wij door reanimatie in leven houden, ontnemen wij een mooie dood. Wat hij ervoor terugkrijgt is ongewis. In slechts weinig gevallen kan deze patiënt het ziekenhuis zonder enig restverschijnsel verlaten.

We moeten ons afvragen of we de hoogbejaarde die wij door reanimatie in leven houden, niet beroven van een mooie dood. Beeld: Willem Poelstra We moeten ons afvragen of we de hoogbejaarde die wij door reanimatie in leven houden, niet beroven van een mooie dood. Beeld: Willem Poelstra

Onze hoogontwikkelde medische standaard verlengt het leven, maar de kwaliteit zal op de langere termijn sterk verminderen. In ons dagelijks werk komen we steeds meer mensen tegen die lijden onder de ouderdom. Fysieke pijn, benauwdheidsklachten, maar ook eenzaamheid. Het gevolg van onze tussenkomst is verergering van deze pijn, omdat we meewerken aan het verlengen van hun leven.

Humaan
Er is niets in het leven wat zo onherroepelijk bij het leven hoort als de dood. We zijn het erover eens dat dit proces zo humaan mogelijk moet verlopen. Pijn en benauwdheid moeten altijd bestreden worden. Maar het levenseinde heeft ook iets bijzonders, iets mystieks. Juist het feit dat we vroeg of laat komen te overlijden maakt het leven zo de moeite waard. Om te sterven kun je je toch geen betere plaats voorstellen dan je eigen vertrouwde omgeving met je naasten in de buurt. De kilte van de kliniek is voor de meeste mensen niet de voorkeursplek om te sterven.

Mij bekruipt steeds vaker het gevoel dat wij tegen beter weten in met zulke patiënten naar het ziekenhuis worden gestuurd, terwijl abstinerend beleid het meest humaan zou zijn. Een dergelijke beslissing van de dienstdoende huisarts blijft meer en meer uit, omdat de visitearts tegenwoordig slechts bij toeval de eigen huisarts is. De dienstdoende huisartsen op de huisartsenposten durven deze beslissingen niet te nemen, omdat ze de patiënt onvoldoende kennen. Ook de juridische aansprakelijkheid speelt mee. De makkelijkste weg is dan: insturen.

Berusten
Wat wij in deze tijd missen, is een stervensbegeleider – zoals vroeger de pastoor – van wie geen medisch ingrijpen wordt verwacht, die mensen het vertrouwen geeft de dood gerust tegemoet te treden. In mijn werk ben ik steeds vaker geneigd om patiënten én familie te doordringen van het feit dat het leven eindig is en daarin te berusten. Dit valt helaas buiten mijn verantwoordelijkheid. Wat ik wél kan doen, is een discussie op gang brengen over dit onderwerp. Met als doel meer overleg tussen (huis)arts en palliatieve zorginstellingen, die uitstekende terminale thuiszorg kunnen leveren, en meer respect voor mensen die op basis van hun leeftijd of omstandigheden de regie voor hun levenseinde zélf in de hand willen houden.

Erik van Engelen, ambulancehulpverlener

Correspondentieadres: emlhv.ve@zonnet.nl; c.c.: redactie@medischcontact.nl.
Geen belangenverstrengeling gemeld.




Websites met aanvullende informatie:


Lees ook:

PDF van dit artikel

Ziet u geen reactieformulier? Reacties. (16)

"via"

M.G.W. Barnas, internist-intensivist-acute geneeskunde, AMSTERDAM - 28-10-2011 20:57

"Ethisch gezien vind ik het van groot belang dat de patiënt zijn autonome recht kan laten spreken en reanimeren kan weigeren zoals beschreven in de Wet van de Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (de WGBO).
De wens om niet gereanimeerd te worden kan tot op heden niet kenbaar gemaakt worden. Een niet-reanimeren penning aan een ketting wordt vaak niet opgemerkt.
Het zou daarom mogelijk gemaakt moeten worden dat er bij mensen een implanteerbare chip aangebracht wordt met daarop persoonlijke medische gegevens zoals een korte anamnese (zoals lijden aan diabetes, hart/vaatziekten), medicijngebruik, eventueel pacemaker, allergie, bloedgroep, donorregistratie, aangevuld met een niet-behandelverklaring zoals: ik wil niet gereanimeerd en/of ik wil niet beademd worden (NR/NB).
Deze chip kan enkel en alleen gelezen worden door een bijbehorende afleesscan om oneigenlijk gebruik te vermijden. Ook moet het mogelijk zijn om gegevens te updaten.
Het mes snijdt aan twee kanten: een ambulancedienst ziet a la minute de medische gegevens van de patiënt en kan deze meteen doorsturen naar de Spoedeisende Hulp.
Medewerkers van de ambulancedienst zien of desbetreffende patiënt wel of niet gereanimeerd wenst te worden.
Vraagstelling vanuit de gezondheidszorg omtrent donorregistratie wordt vergemakkelijkt, bovendien is meteen duidelijk of patiënt wel of geen orgaandonatie wenst .Op deze manier kunnen ook belastende gesprekken met de familie over donorregistratie vermeden worden.
En last but not least: de autonomie van patiënt wordt in acht genomen. Mensen kunnen zelf aangeven wat zij wel of niet wenselijk vinden.
De patiënt in kwestie wordt op zo snel mogelijk en meest efficiënte manier geholpen. Van groot belang bij elk individueel geval maar zeker ook bij rampen, bij ongevallen met veel slachtoffers en bij grootschalig geweld zoals een terroristische aanslag. Met name dan is het van groot belang dat men op een zo adequaat mogelijke wijze handelt zonder speurwerk waarbij kostbare momenten verloren gaan. Medische missers worden ook vermeden omdat a la minute gezien kan worden of er sprake is van een allergie en medicijngebruik zodat er geen medicijnen worden toegediend met nadelige of zelfs noodlottige gevolgen.
"

Ineke van Pelt, filosofisch consulent en docent, - 10-10-2011 16:52

"Beste collega Remkes en Dolsma,
Heel fijn dat u als specialist ook reageert op dit item. Inhakend op de vraag wat specialisten zouden kunnen doen. Uitspreken dat palliatieve zorg geeigend is en patient terugverwijzen naar de eerste lijn met een goede ontslagbrief waarin het beleid beschreven is en de huisarts gevraagd wordt de zorg over te nemen. Verder zou het helpen als er zeker voor de groep kwetsbare ouderen structurele ouderenzorg komt waarin het levenseinde ook een onderwerp van gesprek mag zijn. Tot slot zou een KNMG brede richtlijn over reanimatiebeleid bijdragen. Nu zie je in de ouderenzorg initiatieven in instellingen die dan vervolgens niet transmuraal gerespecteerd worden. "

Y.G. van Ingen, specialist ouderengeneeskunde, ZUID-SCHARWOUDE - 07-07-2011 13:50

"Geachte heer van Engelen,

Mooi dat u dit thema nog eens onder de aandacht brengt

Als verpleeghuisarts probeer ik bijna dagelijks met kwetsbare ouderen het gesprek aan te gaan met als inzet dat de gang naar het ziekenhuis in al dan niet acuut voor veel kwetsbare ouderen veelal geen meerwaarde oplevert.
Als we de tijd nemen om er over te praten komt er veelal een genuanceerde keuze uit (dankzij luisteren naar de zorgen en uitleg geven over de gevolgen).
Opvallend is wel dat veel huisartsen het gesprek daarover met patiënten niet ‘spontaan’ aangaan.
Recent probeerde ik huisartsen in ons werkgebied onze verzorgenden in de verzorgingshuizen behulpzaam te zijn door met de bewoners van het verzorgingshuis het gesprek aan te gaan over wel/niet reanimeren. Dit om te voorkomen dat ziekenverzorgenden in voorkomende situaties verkeerde keuzes zouden maken en daarmee mogelijk onwenselijke dan wel medisch zinloze reanimaties in gang zouden (laten) zetten.
De huisartsen is ons gebied ken ik goed en zijn gewaardeerde collega’s. Toch rekenden velen van hen het niet tot hun taak om daar met hun patiënten het gesprek over aan te gaan.
Aan de andere kant is het ook eerlijk te constateren dat de medische wereld/maatschappij meewerkt aan een beeldvorming waarin het reanimeren ‘vanzelfsprekend’ is. Er is op dat gebied nog veel te winnen.
"

Pieter Schimmel, Specialist ouderengeneeskunde/palliatief consulent, Zorggroep Noordwest Veluwe Harderwijk - 06-07-2011 15:43

"Ambulancemedewerker Van Engelen snijdt een belangrijk probleem aan (MC 23/2011: 1470). Vaak is van een patiënt niet bekend wat zijn wensen zijn over behandelbeperkingen. Stervensbegeleider is een rol die de huisarts op zich moet nemen. Om het ongewest insturen en/of reanimeren van evident terminale patiënten te voorkomen, schieten we echter ook op een ander punt tekort: het op tijd voeren van een gesprek over wat een patiënt wil bij een situatie waarin gereanimeerd moet worden. Ik hoor vaak van collega’s dat patiënten niet goed weten wat een reanimatie of een verblijf op de ic inhoudt. Maar het is onze taak om mensen zodanig te informeren dat zij een weloverwogen keuze kunnen maken.

In het ziekenhuis is het gebruikelijk dat bij opname het ‘codeformulier’ wordt ingevuld na een gesprek met de patiënt. Regelmatig gebeurt dit niet door tijdgebrek. Bij mijn weten bestaat zo’n formulier in huisartsinformatiesystemen niet eens. Wat is erop tegen om dit onderwerp met onze patiënten te bespreken als het nog goed met ze gaat?

Patiënten zijn vaker dan we denken in staat om te accepteren dat het einde nadert. Als stervensbegeleider is het dan aan ons om te laten zien dat we in de thuissituatie pijn en benauwdheid effectief kunnen bestrijden, zodat de patiënt daarvoor niet naar het ziekenhuis hoeft.
"

Daan Eijking, aios huisartsgeneeskunde, Hoorn - 06-07-2011 15:21


1  |  2  |  3  |  4

Tijdschriftarchief | Nieuwsbrief

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd