NieuwsReflex: Instelling met winstoogmerk toelaten
Instellingen met winstoogmerk moeten toegang krijgen tot de reguliere zorg. Dat is de kern van het advies van de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg (RVZ) over winstoogmerk in de gezondheidszorg, dat deze week is aangeboden aan minister Borst. Zij had de RVZ om het advies verzocht vanwege kritiek van onder meer de Raad van State op het ontwerp van de Wet exploitatie zorginstellingen (WEZ). De huidige bepaling dat alleen zorginstelling zonder winstoogmerk tot de reguliere zorg mogen worden toegelaten, was in het wetsontwerp gehandhaafd.
De toegankelijkheid en de cliëntgerichtheid van de gezondheidszorg zijn gebaat bij toelating van instellingen met winstoogmerk, schrijft de RVZ. De schaarste aan zorg vermindert erdoor en de groeiende vraag naar zorg kan er beter door worden opgevangen. Verder kunnen publieke en private zorg op deze manier makkelijker in combinatie worden aangeboden en bekostigd. De winstprikkel kan bovendien gunstig uitwerken: investeren van winst in de zorg verbetert de dienstverlening, terwijl uitkering aan eigenaren of aandeelhouders kapitaal toegankelijker maakt. De Raad is zich wel bewust van het risico dat ondernemers, om zoveel mogelijk winst te maken, onrendabele diensten en patiënten mijden, te hoge prijzen in rekening brengen en te weinig kwaliteit bieden: De toegang tot de zorg wordt dan ongelijk, de kosten nemen toe en de kwaliteit daalt.
Om dit laatste risico zo klein mogelijk te maken, adviseert de RVZ om de toegang tot de zorg gefaseerd en beheerst te verruimen. Eerst moet worden afgesproken dat de aan- of afwezigheid van winstoogmerk niet langer wordt afgemeten aan de rechtsvorm (stichting of BV), maar aan de statuten en exploitatiewijze van de instelling. In de wet wordt vervolgens vastgelegd dat er uitzonderingen kunnen worden gemaakt op het verbod op winstoogmerk, waarna private instellingen per deelmarkt kunnen worden toegelaten. Om de kwaliteit van de zorg te waarborgen moet volgens de RVZ aan drie voorwaarden zijn voldaan: de aanwezigheid van basisnormen voor kwaliteit, een goed functionerende Inspectie voor de Gezondheidszorg en aanwijzing van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) als een krachtige marktmeester, die ook kan ingrijpen in de prijsvorming. Introductie van winstoogmerk moet volgens de RVZ deel uitmaken van de grote moderniseringsprojecten in de gezondheidszorg en kan per 1 januari 2005 zijn afgerond.
Als het RVZ-advies wordt overgenomen, heeft dat gevolgen voor de huidige privé-klinieken. Zij zullen dan niet meer gedwongen zijn tot structurele samenwerking met ziekenhuizen, maar verliezen ook een deel van hun vrijheid. Onderzoek van de Economische Controle Dienst (ECD) heeft immers uitgewezen dat de erkende privé-klinieken nu nog hogere tarieven berekenen dan is toegestaan op grond van de Wet tarieven gezondheidszorg (WTG). Ook in ander opzicht overtreden zij de bestaande regels: zij hebben voor de vorm een stichting opgericht, maar verrichten hun werk in een onder de stichting hangende BV, of ze hebben de reguliere zorg in een stichting ondergebracht en de private zorg in een BV. Hierdoor is het moeilijk te controleren wat er met eventuele winsten wordt gedaan, zo melden de RVZ-adviseurs. << JV
Samenvatting van het rapport op de RVZ-site
rvz.pdf Het complete RVZ-rapport als pdf-file
Huisartsen leren om te gaan met bedrijfsartsen
Om de samenwerking tussen huisartsen en bedrijfsartsen te verbeteren is in de regio Nijverdal/Hellendoorn een bedrijfsarts-consulent (BAC) aangesteld. De functionaris, zelf bedrijfsarts, heeft een aantal keren overleg gehad met de leden van twee hagros (in totaal 15 huisartsen). Tijdens deze bijeenkomsten werd casuïstiek besproken en kwamen klachten over de samenwerking tussen beide beroepsgroepen op tafel. Aanvankelijk overheerste scepsis, maar het enthousiasme groeide toen de huisartsen merkten dat ze wel degelijk profijt konden hebben van de adviezen van de BAC. De resultaten zijn bemoedigend, zegt bedrijfsarts-consulent Bram van den Spaa.
Pardon? In een evaluatierapport van het project, onder auspiciën van ZON/MW en het Noordelijk Centrum voor Gezondheidsvraagstukken van de Rijksuniversiteit Groningen, staat letterlijk dat de huisartsen weliswaar zeggen dat de samenwerking met bedrijfsartsen is verbeterd, maar dat ze daarmee vooral doelen op het contact met Bram van den Spaa zelf. Staat hij model voor al zijn collegas? Nee hoor, verweert Van den Spaa zich, ik heb het niet geturfd, maar ik ben ervan overtuigd dat deze bijeenkomsten een positief effect hebben op de samenwerking. Ik merk het ook in mijn dagelijkse werk als bedrijfsarts bij de Arbo-Unie.
In Friesland, weet Van den Spaa, is een identiek project volkomen mislukt. Voorwaarde voor succes is dat huisartsen hun vooroordelen over bedrijfsartsen overwinnen. Wij zijn geen handlangers van de werkgever en ons verwijsbeleid willen we afstemmen op dat van de huisarts. Die blijft de behandelend arts.
Volgens Van den Spaa kan het werk van een BAC simpel en doeltreffend zijn, en is zijn werkwijze, die nu wordt vastgelegd in een draaiboek, ook elders toepasbaar. Van den Spaa: De communicatie tussen de beide beroepsgroepen loopt soms zo weinig soepel dat ik met de meest voor de hand liggende adviezen al resultaten boek. In de evaluatie is bijvoorbeeld een casus opgenomen waarin de bedrijfsarts via zijn patiënt met de huisarts communiceerde. Dat kon natuurlijk niet door de beugel. Ik adviseerde daarom dat de huisarts zijn patiënt een briefje mee zou geven voor de bedrijfsarts met het verzoek telefonisch contact op te nemen. Een andere mogelijkheid was dat hij de bedrijfsarts rechtstreeks benaderde. Inderdaad: erg voor de hand liggend. Ja, maar zo simpel is het af en toe. Dat maakt dit werk ook zo leuk, reageert Van den Spaa. Men moet elkaar ook leren kennen. Gelukkig zijn de bedrijfsartsen in deze regio betrekkelijk standvastig. In de grote steden en in het westen van het land is dat wel anders: daar is het verloop onder bedrijfsartsen rampzalig groot. Zo wordt het nooit wat met die arbocuratieve samenwerking. Arbodiensten zouden in dat opzicht meer werk moeten maken van de continuïteit van hun dienstverlening. << HM
Autorijden met hersentumor
Sinds 1 februari komen mensen met een ongeopereerde hersentumor of vaatafwijking in de hersenen in aanmerking voor een personenautorijbewijs. Tot die datum was operatie voorwaarde om het rijbewijs te kunnen bemachtigen. De wijziging is een uitvloeisel van het rapport dat de Gezondheidsraad vorig jaar juli over de kwestie publiceerde. Het ministerie van Verkeer en Waterstaat had om het rapport gevraagd omdat steeds meer medici bezwaar maakten tegen de notie als zou een operatie de enige behandelmogelijkheid zijn.
In het advies Rijgeschiktheid van mensen met tumoren of doorbloedingsstoornissen van de hersenen kwam de Gezondheidsraad tot de conclusie dat de regeling inderdaad op medische gronden kon worden versoepeld. Volgens de raad zijn er de laatste jaren tal van alternatieven gekomen voor een operatie, zoals bestraling, chemotherapie en endovasculaire behandeling. Bovendien zijn de beeldvormende technieken zodanig verbeterd dat tumoren en vaatmisvormingen steeds vroeger worden ontdekt, ook al in een stadium waarin ze (nog) niet tot klachten leiden. Begin dit jaar besloot minister Netelenbos van Verkeer en Waterstaat het advies van de Gezondheidsraad over te nemen.
Door de wijziging kunnen mensen met een ongeopereerde intracraniële tumor nu toch geschikt worden verklaard voor een personenautorijbewijs. Voorwaarde blijft wel dat zij een medische verklaring kunnen overleggen waaruit blijkt dat zij geen motorische of cognitieve stoornissen hebben. Ook voor mensen met ongeopereerde afwijkingen aan de hersenvaten en mensen die een beroerte hebben gehad, zijn de eisen voor het personenautorijbewijs, mits privé gebruikt, duidelijk minder streng geworden. De eisen voor beroepschauffeurs zijn daarentegen juist enigszins aangescherpt. << RC
Advies
De Universiteit Twente heeft nog geen eenduidig advies van de Adviescommissie Onderwijsaanbod (ACO) over de komst van een geneeskunde opleiding (zie MC 5/2002: 172-4). Volgens de ACO, die de minister van Onderwijs adviseert over de opleiding in Enschede, moet de politiek een uitspraak doen over het initiatief, zoals dat ook het geval was bij de komst van de twee laatste medische faculteiten, in Rotterdam en Maastricht. Verder krijgt de UT het advies mogelijkheden tot samenwerking met Nederlandse geneeskundefaculteiten te onderzoeken. Het Twentse plan om gebruik te maken van overcapaciteit aan docenten van de geneeskundefaculteit in Münster (Duitsland) noemt de ACO belangwekkend. De UT is niet geheel tevreden over het advies. Rector magnificus dr. Frans van Vught noemt het een klein stapje voorwaarts, terwijl hij op een grote stap had gehoopt. De UT versterkt de lobby bij de Tweede Kamer en bij andere universiteiten.
Allochtonen
De jonge arts weet weinig van allochtone culturen. Dit blijkt uit onderzoek van de Utrechtse hoogleraar dr. Ton Schulpen, dat hij uitvoerde in opdracht van het Stimuleringsprogramma Gezondheidsonderzoek. Alleen studenten van de geneeskundeopleidingen van de Vrije Universiteit Amsterdam en de KUN in Nijmegen krijgen verplicht les in specifieke ziektebeelden van etnische groeperingen. Ook leren zij meer over communiceren met allochtonen.
Koudwatervrees
Women on Waves beschuldigt politiek Den Haag van koudwatervrees voor de varende abortuskliniek. Het ministerie van VWS wees vorige week een vergunning af om abortussen op de boot uit te voeren. De organisatie overweegt juridische stappen. Women on Waves richt zich voorlopig op overtijdbehandelingen, waarvoor geen vergunning nodig is. Vorig jaar kwam de organisatie in het nieuws toen de boot voor de kust van Ierland lag. Daar wilden artsen van Women on Waves zwangere vrouwen helpen bij abortus.
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
| Datum | Titel | |
|---|---|---|
| Helft ziekenhuizen plaatste schadelijke kunstheup | ||
| Beademen tegen hypertensie | ||
| IGZ wil onveilige operateurs uitsluiten | ||
| Minder trombo-embolie door aspirine | ||
| Toch private kankerkliniek in Boxmeer | ||
| GGD Zuid-Holland West in de problemen |


