|
Een portret van de nieuwe minister van Volksgezondheid
De econoom Eduard Bomhoff is namens de Lijst Pim Fortuyn (LPF) minister van Volksgezondheid. Als onderzoeker en columnist pleitte hij voor extra uitgaven in de zorg. Dat wilde Fortuyn nu net niet. Gaat Bomhoff regeren 'zoals Pim het gewild zou hebben', of blijft hij zichzelf trouw?
Is er leven na Paars? Met het eerste kabinet-Balkenende in de startblokken is het antwoord op deze vraag inmiddels bekend. In oktober vorig jaar was de politieke toekomst minder helder. In PvdA-kringen werd diep nagedacht over de te volgen koers ná Paars II. Met de blik vooruit verzamelden (oud-)staatssecretaris van Cultuur Rick van der Ploeg en partij-ideologe en Tweede Kamerlid Jet Bussemaker alvast 'linkse visies op de derde weg'. Onder de titel 'Leven na Paars' publiceerde het duo de gebundelde opstellen over dat thema van prominente PvdA-denkers als Adri Duijvesteijn, Eveline Herfkens, Ferd Crone en Ed van Thijn.
Het hoofdstuk met de 'linkse visie' op de gezondheidszorg schreef prof.dr. Eduard Bomhoff. Aan het eind van het hoofdstuk doet de voormalige directeur van onderzoeksinstituut Nyfer en huidige VWS-minister drie voorstellen die de crisis in de gezondheidszorg dichter bij een oplossing moeten brengen. Om te beginnen wil hij een onmiddellijke terugkeer tot het vroegere declaratiesysteem en een einde aan de budgetplafonds. Verder moeten nieuwe systemen voor bekostiging en vergoeding eerst regionaal worden uitgeprobeerd. Tot slot roept hij op een einde te maken aan 'de hetze tegen apothekers en de farmaceutische industrie' en de beste medicijnen onverwijld in te voeren. Toegegeven, het sociaal-democratische karakter van deze voorstellen is moeilijk te identificeren. Desondanks blijft het een verrassing dat iemand die in oktober nog actief meedenkt over de toekomst van de PvdA driekwart jaar later aantreedt in een regering die wil afrekenen met de erfenis van twee kabinetten-Kok. De verrassing wordt er niet minder op als de opvattingen van de persoon Bomhoff worden vergeleken met die van zijn partij en met de plannen van 'zijn' kabinet. Die vergelijking wordt aanzienlijk vergemakkelijkt door de vele columns die hij in de afgelopen jaren voor NRC Handelsblad schreef. Meer dan eens hadden die de problemen in de gezondheidszorg tot onderwerp.
Geldstraf In juni 2000 vraagt de econoom zich bijvoorbeeld af of het beleid van wachtlijsten, leegstand en productie-afspraken nu het beste is dat Nederland te bieden heeft. Nee natuurlijk, vindt Bomhoff. Om de wachtlijsten aan te pakken moeten er boetes komen voor ziekenfondsen en verzekeraars. Elke dag dat een patiënt moet wachten, wordt bestraft met een fikse geldstraf. 'Daarmee hebben verzekeraars een prikkel om creatief en snel meer te betalen aan overuren in het ziekenhuis, aan hogere salarissen voor verplegers en aan betere werkomstandigheden in de thuiszorg.' Volgens Bomhoff moet er uiteindelijk 'een paar procent' overcapaciteit in de zorg worden gecreëerd. Datzelfde idee is ook terug te vinden in het rapport 'Zorg voor het ziekenhuis' dat Bomhoffs onderzoeksinstituut Nyfer in mei dit jaar op verzoek van de Orde van Medisch Specialisten en ziekenhuisvereniging NVZ publiceerde. Het is niet verstandig om ziekenhuizen budgettair het vel over de oren te halen, valt daarin te lezen. In systemen die onmisbare diensten leveren, dient er een zekere overcapaciteit te zijn om piekbelastingen op te kunnen vangen. Ook in de zorgsector is reservecapaciteit nodig en onderzoek moet aantonen hoeveel. Volgens een aangehaalde Engelse studie zou dat voor de medische sector wel eens rond de 15 procent kunnen liggen. Inspiratie put Bomhoff ook uit de ervaringen in Stockholm. Zowel in 'Zorg voor het ziekenhuis' als in de NRC verwijst de econoom naar de hervormingen in de Zweedse hoofdstad. Daar mocht het ziekenfonds tegen marktconforme prijzen extra contracten aangaan met nieuwe zorgaanbieders. Sinds de budgetfinanciering overboord werd gezet, nam de productiviteit met 19 procent toe terwijl tegelijkertijd maximale wachttijden werden afgesproken. Bomhoff begrijpt overigens wel dat er aan het creëren van overcapaciteit een prijskaartje hangt. Bij invoering van het boetesysteem zullen zorgverzekeraars bijvoorbeeld de te verwachten boetes in hun tarieven verwerken. De zorg zal daardoor iets duurder worden.
Eigen bijdrage Volgens het Nyfer-rapport moet er sowieso meer geld naar de zorg. Om de achterstanden weg te werken moet er eenmalig 2,6 miljard euro naar de zorg. Vervolgens moeten de uitgaven geleidelijk omhoog. Te beginnen met 2 miljard euro extra in 2002 en tussen de 8 en 10 miljard euro extra in 2006. Wel geldt het aloude 'voor wat, hoort wat'. Om de uitgaven enigszins in bedwang te houden, komen er eigen bijdragen voor patiënten, eigen risico's bij de zorgverzekering en kunnen patiënten sommige behandelingen 'co-financieren'. Die rem op de uitgaven zal niet verhinderen dat de totale kosten van de zorg stijgen. Maar dat is niet erg, betogen Bomhoff en Nyfer. Nog maar anderhalve maand geleden publiceerde het onderzoeksinstituut een economische verkenning over de komende regeerperiode. Belangrijkste conclusie: het is slimmer om te investeren in zorg, onderwijs en een hogere arbeidsparticipatie dan in extra aflossing van de staatsschuld. Nyfer ziet geen bezwaar in een tijdelijk tekort op de begroting. In 'Leven na Paars' betoogde Bomhoff ook al dat de Zalmnorm overboord kan. De zorg behoeft een openeinderegeling en geen strakke begrotingsdiscipline. Bomhoff is van vele markten thuis. In de jaren negentig gaven zijn adviezen mede de doorslag voor de aanleg van de Betuwelijn. Ook over onderwerpen als ruimtelijke ordening en het sociale-verzekeringsstelsel heeft de econoom gefundeerde meningen. Sinds Nyfer het rapport 'Enkeltje WAO' in 2001 publiceerde, is ook dit beleidsterrein een terugkerend thema in Bomhoffs geschriften. Zijn belangrijkste opvatting: bedrijfsartsen, huisartsen en andere medische behandelaars falen in het eerste jaar van ziekte. Keuringsartsen krijgen na een jaar een leeg dossier voor hun neus. Bedrijven moeten fors investeren in bedrijfsgezondheidszorg, net zoals AkzoNobel, Siemens en DSM doen. Artsen hebben dan meer tijd, doen hun werk beter en de instroom door psychische klachten zal opdrogen. Maar dat is niet voldoende. Om snelle medische hulp te kunnen bieden, moet de zorg (wederom) meer geld en vrijheid krijgen. Anders ontstaat er tweedeling tussen wel- en niet-werknemers. Het beperken van de WAO-instroom door een strengere selectie is volgens Bomhoff een heilloze weg. Het zal ertoe leiden dat mensen met psychische klachten niet langer serieus genomen worden en met grote waarschijnlijkheid in de bijstand terechtkomen.
Geest van Pim Bomhoff is niet de eerste de beste. Zijn ministerschap is daarvan het bewijs. Aangenomen mag worden dat zijn opvattingen alom bekend zijn en serieus worden genomen. De enorme kloof die er gaapt tussen de ideeën van Bomhoff enerzijds en LPF en regeerakkoord anderzijds wekt dan ook verbazing. Fortuyns mening over de zorg is alom bekend en eenvoudig samen te vatten: eerst beter organiseren en voorlopig geen cent erbij. In het regeerakkoord dat Piet Hein Donner formuleerde is het iets milder uitgevallen, maar niet veel. In 2003 komt er inderdaad geen cent extra beschikbaar. In de jaren daarna mag er mondjesmaat meer uitgegeven worden, maximaal 1,2 miljard in 2006. Ook over een eventueel begrotingstekort en de aflossing van de staatsschuld laten de afspraken tussen CDA, LPF en VVD niets aan duidelijkheid te wensen over: 'Vooreerst moet evenwel voorkomen worden dat de begroting weer omslaat in een tekort. Ingrijpende bezuinigingen en lastenverzwaring in 2003 zijn onvermijdelijk om perspectief te houden op aflossing van de staatsschuld in één generatie.' In tegenstelling tot de wens van Bomhoff berusten de kabinetsplannen voor de WAO vooral op een strengere selectie. Alleen ziekteverschijnselen die vijf jaar of langer aanhouden, geven straks recht op een WAO-uitkering, alle anderen zullen een beroep moeten doen op de bijstand. De coalitie neemt daarmee in grote lijnen de voorstellen over van de Sociaal Economische Raad. Die was op zijn beurt weer geïnspireerd door de commissie-Donner. Inderdaad, de eerdere informateur en huidige minister van Justitie in het kabinet-Balkenende. Hoe minister en vice-premier Bomhoff al deze tegenstrijdigheden denkt te rijmen, blijft voorlopig ongewis. Tot Prinsjesdag wenst de nieuwe minister geen afspraken te maken met de pers. Uit zijn laatste column in NRC Handelsblad kan alvast worden afgeleid dat bewondering voor de persoon Fortuyn de belangrijkste motivatie was om het ministerschap te ambiëren. In de pers wordt Bomhoff omschreven als 'deksels, dwars en eigenzinnig'. De vraag is nu of Bomhoff-de-minister zich heeft bekeerd tot Fortuyns gedachtegoed, of dat hij zijn eigen koers blijft varen. Dat laatste zal hem onvermijdelijk in aanvaring brengen met zijn kersverse collega's én met zijn partij.
Curriculum Eduard J. Bomhoff (57) studeerde wiskunde aan de Rijksuniversiteit Leiden. Van 1981 tot 1994 was hij hoogleraar monetaire economie aan de Erasmus Universiteit. Daarvoor was hij onder meer leraar in Kenia. In 1995 stapte hij over naar de Universiteit Nyenrode en kreeg daar een aanstelling als hoogleraar financiële economie. In datzelfde jaar richtte hij het economische onderzoeksinstituut Nyfer (Nyenrode Forum for Economic Research) op. Bomhoff was gasthoogleraar in Singapore, Berlijn, Kiel, Moskou en Leuven en werkte als adviseur bij instellingen als de Bank of Japan en het IMF. Hij schreef vijf boeken en deed een groot aantal wetenschappelijke publicaties. Sinds 1989 verzorgde hij elke twee weken een column op de opiniepagina van NRC Handelsblad. Daarnaast schreef hij regelmatig beschouwingen in het dagblad Trouw en in het economenblad ESB. Bomhoff was jarenlang lid van de Partij van de Arbeid. In mei van dit jaar maakte hij de overstap naar de Lijst Pim Fortuyn. Eduard Bomhoff is gehuwd en heeft twee kinderen.
Alternatief 'Homo universalis' noemde kankeronderzoeker Piet Borst zijn collega-NRC-columnist Bomhoff smalend. Borst verbaasde zich erover dat de econoom Bomhoff kennelijk ook de medische vakliteratuur bijhield. Beide NRC-columnisten raakten eind 2000 verzeild in een venijnig debat over de alternatieve geneeskunst. De aftrap werd gegeven door Borst die op de wetenschapspagina's fel van leer trok tegen 'alternatief'. De frutseltherapieën uit deze hoek maken volgens hem gebruik van vage begrippen als 'spirituele energie' en 'kosmische krachten' om de patiënt hoop en troost te bieden. Wetenschappelijke verantwoording is meestal ver te zoeken. Borst maakte zich in zijn bijdrage zorgen over het feit dat 'de minst schadelijke alternatieve behandelwijzen' langzaam maar zeker geaccepteerd raken op gerenommeerde universiteiten in de Verenigde Staten. Bomhoff reageerde in zijn eindejaarscolumn als door een wesp gestoken op de tekst van Borst. Hij geeft verschillende voorbeelden van bewezen werkzame 'alternatieve' geneeswijzen. Zo roemt hij de werking van 5.500 jaar oude Ayurvedische behandelingen, noemt de positieve resultaten van een metastudie naar chiropraxie en haalt een onderzoek aan waaruit blijkt dat 'ook liefde voor andere mensen helpt voor de gezondheid'. Volgens Bomhoff heeft Borst een simpele wereldbeschouwing waardoor hij verwerpt wat hij niet snapt. Erger is dat veel artsen die houding delen en daarmee patiënten tekortdoen, aldus Bomhoff. Weer twee weken later dient Borst Bomhoff van repliek: reguliere ziekenhuizen in Nederland verstrekken kankerpatiënten wel degelijk informatie over alternatieve geneeswijzen. Het feit dat een geneeswijze 5.500 jaar oud is, zegt niets over de werkzaamheid. Dat Bomhoff desondanks valt voor de alternatieve geneeskunde is hem te vergeven. Bovenmodale en mondige mensen raken eerder geïrriteerd door het tijdgebrek, de armoede en (bij uitzondering) incompetentie van de serieuze geneeskunde. Maar wie echt wil weten hoe de wereld natuurwetenschappelijk in elkaar zit, zal moeten nadenken, aldus Borst.
Links
Zorg voor het ziekenhuis - Nyferrapport mei 2002
Nyfer - columns van Bomhoff
'De laatste' - laatste NRC-column Bomhoff 13 juli 2002
Een nieuwe minister op VWS - compilatie bij de Vrije Huisarts
Curriculum vitae Bomhoff op site VWS
|