U bent nu hier:

Menopause Societies bekritiseren hormoononderzoek

Onderaan dit artikel vindt u het discussieforum.

De Nederlandse en Britse Menopause Societies bekritiseren het Lancet-onderzoek dat stelt dat gebruik van hormonen leidt tot meer doden door borstkanker. 'Het is niet mogelijk enige stellige conclusies te trekken over het risico van overlijden door borstkanker onder invloed van hormoontherapie', aldus de Britse organisatie op haar website.

Het aantal doden is te gering, de follow-up over slechts vier jaar is te kort, en het statistische significantie is marginaal, aldus de Britten. Deel van de reactie is een toelichting van Dr. John Stevenson, voorzitter van de British Menopause Society en lid van de European menopause and andropause society (EMAS).

Het advies om met hormoontherapie te stoppen, dat de huisartsen Van Weel en Lagro-Janssen geven in de Lancet is niet terecht, stelt Henk R. Franke in een reactie op deze website. Franke is bestuurslid van de Dutch Menopause Society, een werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie. Franke is gynaecoloog in het Medisch Spectrum Twente in Enschede en participeert in basaal onderzoek naar borstkanker en hormonen. 'De meeste vrouwen in Nederland gebruiken immers hormonen kortdurend en op de indicatie overgangsklachten.'

'Bij het starten en continueren van hormoonbehandeling, dient de indicatie afgewogen te worden tegen de potentiële risico’s. In deze afweging verdient de voorkeur van de vrouw ook een plaats. Het voorschrijven van hormonen uitsluitend ter voorkoming van hart- en vaataandoeningen dient vermeden te worden. Indien voorkoming van botontkalking de reden voor hormoongebruik is bij vrouwen zonder overgangsklachten, dient overwogen te worden over te stappen op andere medicamenten.'

Reactie Dutch Menopause Society, een werkgroep van de Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie op The Million Women Study, Lancet 2003, 362:419-27, 10 augustus 2003
>

De afgelopen dagen is er in de landelijke pers uitvoerig aandacht besteed aan het gebruik van hormonen en de verhoogde kans op borstkanker. Dit naar aanleiding van de Million Women Study. De Million Women Study betreft een epidemiologische studie waarin 1.084.110 vrouwen tussen 50 en 64 jaar deelnamen. De studie startte in 1996 en liep tot 2001. De gemiddelde follow up-periode bedroeg vier jaar.

Deze vrouwen waren opgeroepen om in het kader van het driejaarlijks bevolkingsonderzoek een mammografie (röntgenologisch borstonderzoek) te ondergaan. Hen werd gevraagd een vragenlijst in te vullen o.a. betreffende hormoongebruik.
De resultaten van deze studie suggereren dat het gebruik van alleen oestrogenen en de combinatie van oestrogenen en progestagenen - beide hormonen worden geproduceerd in de eierstokken van menstruerende vrouwen - en ook het medicament tibolon (Livial), een verhoogd risico geven op het ontstaan van borstkanker. Bovendien wordt een verhoogd risico op het overlijden ten gevolge van borstkanker gevonden.

In vergelijking met niet-hormoon gebruiksters, die een borstkankerfrequentie hebben van 32 per 1000 vrouwen, werd de toename na vijf jaar gebruik van alleen oestrogenen geschat op 0-3, en van de combinatie oestrogeen en progestageen op 5-7 en tibolon op 0-7 nieuwe gevallen van borstkanker per 1000 vrouwen, die deze hormonen gebruikten. Van de vrouwen die nooit hormonen gebruikten overleden omgerekend 61 per 100.000 vrouwen aan borstkanker. Voor hormoongebruiksters nam dit aantal met 6 per 100.000 vrouwen toe.
Opvallend is dat de auteurs aangeven dat ten gevolge van het hormoongebruik in Engeland in de laatste 10 jaar 20.000 extra gevallen van borstkanker optraden. Deze conclusie wordt gebaseerd op de veronderstelling dat de studiepopulatie representatief is voor de gehele Engelse bevolking. Dit wordt echter tegengesproken door het feit dat in vergelijking met de gehele Engelse bevolking in deze studie tweemaal zoveel hormoongebruiksters en juist de helft zo weinig borstkanker voorkwam. Bovendien vermelden de auteurs niet dat het risico van het niet ontstaan van borstkanker tijdens het hormoon gebruik daalde van 99,3 procent tot 98,9 procent, voorwaar minder alarmerende getallen.

Conclusie

De gemiddelde follow-up periode bedroeg 4 jaar. Voor de meeste vrouwen was de hormoonbehandeling te kort om vast te stellen of hormonen werkelijk borstkanker doen ontstaan, immers de eerste borstkankercel doet er ongeveer tien jaar over om uit te groeien tot een waarneembare tumor op de borstfoto’s. Derhalve kan geconcludeerd worden dat de borstkanker reeds  aanwezig was bij 79 procent van de hormoongebruiksters, immers slechts 21procent van de vrouwen gebruikten de hormonen meer dan tien jaar. Het is bekend dat hormoongebruik aanwezig tumorweefsel stimuleert, waardoor deze eerder opgemerkt kan worden. Zou hormoongebruik borstkanker veroorzaken, dan zou ook na het stoppen van de therapie er in die groep meer borstkanker moeten voorkomen dan in de groep die nooit hormonen gebruikten en dit was niet het geval.

De Million Women Study bevestigt bevindingen uit eerder onderzoek, dat zeer langdurig hormoongebruik voor overgangsklachten het risico van borstkanker met enkele gevallen per 1000 gebruiksters verhoogt. Het verhoogde risico door alcoholgebruik en overgewicht is overigens nog altijd groter.

Paniek dient voorkomen te worden onder vrouwen die hormonen gebruiken.
Het advies om daarmee direct te stoppen is niet terecht. De meeste vrouwen in Nederland gebruiken immers hormonen kortdurend en op de indicatie overgangsklachten.

Bij het starten en continueren van hormoonbehandeling, dient de indicatie afgewogen te worden tegen de potentiële risico’s. In deze afweging verdient de voorkeur van de vrouw ook een plaats. Het voorschrijven van hormonen uitsluitend ter voorkoming van hart- en vaataandoeningen dient vermeden te worden. Indien voorkoming van botontkalking de reden voor hormoongebruik is bij vrouwen zonder overgangsklachten, dient overwogen te worden over te stappen op andere medicamenten.

Namens het bestuur van de Dutch Menopause Society,
Jan H.N. Schram, voorzitter
Henk R. Franke, penningmeester
M. Jan van der Mooren, commissaris buitenland

Onderstaande tabel laat de belangrijkste resultaten van het onderzoek zien.
 

HST

Relatieve Risico

95% BI

geen

1.00

0,96-1.04

in het verleden gebruikt

1.01

0.95-1.08

alleen oestrogenen

1.30

1.22-1.38

oestrogenen+progestagenen

2.00

1.91-2.09

tibolon

1.45

1.25-1.67

anders/onbekend

1.44

1.17-1.76

95 % BI : 95 % betrouwbaarheidsinterval

Een relatief risico boven 1 betekent een verhoogd risico en als de 95% BI ook boven de 1 blijft is het gevonden relatieve risico statisch significant verhoogd op het ontstaan van borstkanker.

Het betreft een, weliswaar grote, maar toch observationele studie en niet een prospectief gerandomiseerde studie met een hogere 'evidence' waarde.

MC-artikel:

Hormoontherapie verhoogt kans op borstkanker, nieuwsbericht 8 augustus 2003

Artikelen elders:

Hormone Replacement Therapy & Breast Cancer: A Response to The Million Women Study from Women’s Health Concern - reactie op het Lancetonderzoek van de British Menopause Society, 8 augustus 2003

Breast cancer and hormone-replacement therapy in the Million Women Study, The Lancet 9 augustus 2003

Breast cancer and hormone-replacement therapy: up to general practice to pick up the pieces, The Lancet 9 augustus 2003. Commentaar van Van Weel en Lagro-Janssen uit Nijmegen

Internationale waardering voor NHG-standpunt, nieuwsbericht Artsennet, 8 augustus 2003

Meer kanker door gebruik hormonen, nieuwsbericht NRC-Handelsblad, 8 augustus 2003 (inloggen vereist)

Websites:

Beroepsverenigingen:

Menopause Societies:

Overige:

Klik hier om direkt uw reactie te plaatsen

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

«« Meer nieuws

Medisch Contact op Facebook

Lees- kijk- en uittips, cartoons, columns en andere interessante artikelen eenvoudig in je facebookoverzicht.

Vind ik leuk :-)

Volg Medisch Contact op Twitter

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd