U bent nu hier:

Gezondheidsraad: ‘Antivirale middelen bij grieppandemie’

Er zijn niet genoeg neuraminidaseremmers op voorraad om de hele Nederlandse bevolking te kunnen behandelen. Dit schrijft de Gezondheidsraad in de publicatie ‘Antivirale middelen bij een grieppandemie, gebruik bij schaarste’ dat vandaag is aangeboden aan minister Hoogervorst. De Gezondheidsraad is tot een versneld advies gekomen vanwege de uitbraak van vogelgriep in Zuidoost-Azië die ‘op korte termijn zou kunnen leiden tot een grieppandemie bij mensen’. De Nederlandse overheid heeft op dit moment 228.000 kuren van de neuraminidaseremmer oseltamivir in voorraad. Onderzoeken duiden erop dat dit middel een sterk beschermend effect heeft. De voorraad is lang niet groot genoeg om de risicogroepen in Nederland preventief te vaccineren. Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) schat in zijn rapport ‘Scenario-ontwikkeling zorgvraag bij een influenzapandemie’ dat ruim 1,4 miljoen mensen tot de risicogroepen behoren. In een artikel in The Lancet van 21 februari schrijven Nederlandse onderzoekers van onder andere het RIVM dat er grotere voorraden antivirale middelen en vaccins nodig zijn. De commissie van de Gezondheidsraad adviseert de overheid ook de neuraminidaseremmer zanamivir in kan kopen. Verder moet de ontwikkeling van een vaccin ‘de grootst mogelijke voorrang krijgen’. Maar het kan zes tot twaalf maanden duren voordat een vaccin tegen de voor de pandemie verantwoordelijke virusstam is ontwikkeld en geproduceerd. Als in Nederland de eerste ziektegevallen bekend worden en geïsoleerd optreden, moeten niet alleen de patiënt maar ook de mensen in zijn omgeving worden behandeld, zodra zij ziekteverschijnselen vertonen. Bij grotere aantallen patiënten adviseert de raad alleen mensen uit de risicogroepen te behandelen. Ook dan krijgen zij alleen neuraminidaseremmers als zij ziekteverschijnselen hebben, dus niet preventief. Zij moeten zich daarvoor binnen 48 uur nadat zij de eerste verschijnselen krijgen, melden bij de huisarts. Bij inname van neuraminidaseremmers is de ziekteduur korter en de kans op een longontsteking kleiner. Ouderen behoren niet automatisch tot deze risicogroepen. De hoogste prioriteit hebben patiënten met ernstige afwijkingen of functiestoornissen van luchtwegen, longen of hart die bij infectie met het pandemische influenzavirus een grote kans hebben op decompensatie van de long- of hartfunctie. Ook patiënten met een insuline-afhankelijke vorm van suikerziekte behoren tot de risicogroep. Volgens de Gezondheidsraad bestaat de mogelijkheid dat er onvoldoende antivirale middelen zijn voor deze groep risicopatiënten. Bij een dreigend tekort aan neuraminidaseremmers worden de middelen alleen voorgeschreven patiënten bij wie sprake is van meerdere risicofactoren of waarbij ook uit hun geneesmiddelengebruik het risicoprofiel blijkt. Zorgverleners krijgen net als de risicogroepe antivirale middelen voorgeschreven als zij zich binnen 48 uur na de eerste verschijnselen melden. Het gaat hier alleen om zorgverleners die ook daadwerkelijk met de patiënten in aanraking komen zoals huisartsen en personeel in ziekenhuizen die de grieppatiënten verplegen. De Gezondheidsraad geeft aanbevelingen om de influenzapandemie zo in te dammen dat er niet één grote griepgolf ontstaat. Huisartsen en ziekenhuizen zullen beter in staat zijn de patiënten te behandelen als de pieken in het aantal zieken ‘worden afgetopt’. Bovendien wordt het maatschappelijk leven dan minder ontwricht. Als de influenza zich in een bepaalde regio voordoet, moet de overheid scholen sluiten en evenementen waarbij veel mensen dicht opeen komen, zoals voetbalwedstrijden en popconcerten, verbieden.

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

«« Meer nieuws

Medisch Contact op Facebook

Lees- kijk- en uittips, cartoons, columns en andere interessante artikelen eenvoudig in je facebookoverzicht.

Vind ik leuk :-)

Volg Medisch Contact op Twitter

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd