Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek van Nederlandse onderzoekers van de MRI screening study group. Deze onderzoekers van onder andere het Erasmus Medisch Centrum, het Universitair Medisch Centrum Nijmegen en het Antonie van Leeuwenhoek ziekenhuis publiceren hun bevindingen vandaag in New England Journal of Medicine (NEJM). De onderzoekers screenden 1909 vrouwen gedurende iets minder dan drie jaar. De vrouwen hadden een verhoogd risico op erfelijke borstkanker van ten minste 15 procent. Elke zes maanden kregen de vrouwen een klinisch borstonderzoek en een keer per jaar een mammografie en MRI. De testresultaten zijn vergeleken met de testresultaten van twee leeftijdgerelateerde controlegroepen. Bij dit onderzoek zijn twee keer zoveel vrouwen betrokken als bij eerdere onderzoeken naar MRI-scans bij erfelijke borstkanker. MRI is gevoeliger dan mammografie bij het opsporen van borstkanker. De sensitiviteit voor het ontdekken van borstkanker was bij klinisch onderzoek 17,9 procent, met een mammografie 33,3 procent en met een MRI 79,5 procent. Nadeel van het MRI-onderzoek is volgens de onderzoekers is dat een MRI-scan minder precies is dan een mammografie en dat er dus meer vervolgonderzoek nodig is. In het onderzoek leidde MRI-screening tot twee keer zo veel aanvullend onderzoek dat achteraf onnodig bleek dan bij screening met mammografie het geval is. In een commentaar schrijft NEJM dan ook dat het onderzoek een belangrijk onderwerp onder de aandacht brengt. 'Wat is de gewenste balans tussen gevoeligheid en precisie? Elke methode voor borstkankerscreening heeft voordelen (levensreddende kankeropsporing) en nadelen (kosten, ongerustheid)', zo schrijft Laura Liberman van het Memorial Sloan-Kettering Cancer Centre in New Yourk. Zij pleit voor aanvullend onderzoek. <
Sluit u aan bij onze LinkedIn-groep om te discussiëren met collega's en op de hoogte te blijven van de belangrijkste ontwikkelingen in de geneeskunde en de gezondheidszorg, nieuwe nascholingen, evenementen en lezersacties van Medisch Contact.