Academische ziekenhuizen scoren hoog met onderzoek
Dat blijkt uit een analyse van het Centrum voor Wetenschaps- en Technologiestudies (CWTS) van de Universiteit Leiden. De federatie van universitair medische centra heeft de resultaten van de analyse gisteren bekendgemaakt. Het CWTS bekeek de ruim 32.000 wetenschappelijke verslagen die de UMC's van 1998 tot 2003 in internationale wetenschappelijke tijdschriften hebben gepubliceerd. Het onderzoek van de academische ziekenhuizen wordt niet alleen veel geciteerd, ook publiceren de onderzoekers relatief vaak in toptijdschriften als New England Journal of Medicine, JAMA en The Lancet. Gemeten naar het aantal publicaties in deze toptijdschriften, scoort Nederland bijna 20 procent boven het wereldgemiddelde. Onderzoeken met internationale partners scoren hoger dan onderzoeken waarbij alleen Nederlanders zijn betrokken. Verder doet vooral klinisch onderzoek het goed. Projectleider van de CWTS-analyse Thed van Leeuwen vermoedt waarom de Nederlandse UMC's het zo goed doen. 'Nederland is een welvarend land waar - net als bijvoorbeeld bij de Scandinavische landen - welzijn van de bevolking belangrijk is. Daarom is er veel geld voor medisch-wetenschappelijk onderzoek. Bovendien speelt mee dat het wetenschappelijke profiel steeds meer gaat lijken op het Angelsaksische model. De Nederlandse academische ziekenhuizen publiceren in het Engels. Onderzoekers in Frankrijk, Italië en Spanje publiceren in hun eigen taal en dat zie je dus niet terug bij het aantal internationale citaties. Terwijl ze daar ook belangrijk onderzoek doen.' Belangrijk is dat het CWTS in haar bibliometrische analyse heeft gekeken naar het aantal citaties van een publicatie gerelateerd aan het gemiddeld aantal citaties van alle publicaties in hetzelfde wetenschapsgebied. 'Hoe groter het wetenschapsgebied, hoe meer vakgenoten naar een publicatie kunnen verwijzen en hoe groter daarmee het aantal te verwachten citaties', zo schrijven de onderzoekers. Het wetenschapsgebied interne en algemene geneeskunde doet het het beste, gevolgd door pathologie, dermatologie, klinische neurologie en cardiovasculaire systemen. Op slechts twee wetenschapsgebieden, neurowetenschappen en fysiologie, presteren de UMC's slechter dan het wereldgemiddelde. Onderzoek naar oncologie, farmacologie, psychiatrie, celbiologie en immunologie worden maar net boven het wereldgemiddelde geciteerd. Van de acht UMC's scoren die van Utrecht, Rotterdam, Leiden en de twee Amsterdamse universiteiten hoog, terwijl Groningen, Nijmegen en Maastricht aan de lage kant zitten. Van Leeuwen waarschuwt dat dit een momentopname kan zijn. 'Dit heeft te maken met mode. Er zijn gebieden waar nu veel onderzoek naar wordt gedaan; daar wordt dan ook veel van geciteerd. Bovendien kan het zo zijn dat Amsterdam net in deze periode een goede vinding heeft gedaan en dus in de citaties opbloeit.' Dat het UMC Utrecht met een citatiescore van 55 procent helemaal bovenaan staat, is toch weer niet helemaal toevallig. Van Leeuwen: 'In de jaren 90 deed Utrecht het veel minder goed. Maar de laatste jaren heeft het UMC Utrecht veel nieuwe gebouwen neergezet en nieuwe instrumenten aangeschaft. Waarschijnlijk zie je dat nu terug.' <
Sluit u aan bij onze LinkedIn-groep om te discussiëren met collega's en op de hoogte te blijven van de belangrijkste ontwikkelingen in de geneeskunde en de gezondheidszorg, nieuwe nascholingen, evenementen en lezersacties van Medisch Contact.