Veel artsen negeren richtlijnen voor palliatieve sedatie
Van de huisartsen, specialisten en verpleeghuisartsen die via een enquête werden bevraagd over de meest recente uitvoering van diepe continue palliatieve sedatie, gaf 40 procent aan bij het uitvoeren ervan af te wijken van de aanbevelingen in de richtlijnen. Van de artsen stopte 7 procent bijvoorbeeld met het toedienen van antipsychotica bij patiënten met een delier, terwijl de richtlijnen aanbevelen dat tijdens de sedatie de behandeling van symptomen moet doorgaan. Ook kwam regelmatig voor dat alleen morfine werd gebruikt om patiënten te sederen. In de richtlijnen zijn benzodiazepines de eerste keus en dan met name midazolam. Toch zijn de bevindingen mogelijk minder negatief dan op het eerste gezicht lijkt. Want waar in een eerder onderzoek werd gevonden dat bij diepe continue sedatie door 36 procent enkel morfine werd gebruikt, werd in dit onderzoek een percentage van 28 procent gevonden. Het is lastig te interpreteren of de mate waarin artsen de richtlijn volgen goed of slecht is, schrijven de onderzoekers. Met de wetenschap dat uit andere onderzoeken blijkt dat Nederlandse richtlijnen gemiddeld door 61 procent van de artsen worden gevolgd, zijn de resultaten van dit onderzoek bemoedigend maar wordt de richtlijn nog steeds onvoldoende gevolgd, aldus Jeroen Hasselaar en collegas. Het onderzoek werd uitgevoerd in de periode voordat de KNMG-richtlijn over palliatieve sedatie uitkwam. Er valt dan ook niet uit op te maken of de aanbevelingen in deze richtlijn ook door veel artsen worden genegeerd. De aanbevelingen in de twee onderzochte richtlijnen (van de IKCs Oost- en Midden-Nederland) komen wel grotendeels overeen met de KNMG-richtlijn die in december 2005 verscheen. TvV
Sluit u aan bij onze LinkedIn-groep om te discussiëren met collega's en op de hoogte te blijven van de belangrijkste ontwikkelingen in de geneeskunde en de gezondheidszorg, nieuwe nascholingen, evenementen en lezersacties van Medisch Contact.