Preconceptieconsult voor ouders in spe
Roken, alcoholgebruik, geneesmiddelgebruik, stress, genetische factoren en een tekort aan foliumzuur kunnen al voor de conceptie een nadelige invloed hebben op de nog ongeboren vrucht. Maar omdat veel aanstaande ouders pas voorlichting krijgen als sprake is van zwangerschap, is onder meer met preconceptieadviezen over leefstijl en genetische factoren winst te boeken, schrijft de Gezondheidsraad in het op 20 september gepresenteerde rapport Preconceptiezorg: voor een goed begin. Voor het advies heeft een commissie onder leiding van prof. dr. L.P. ten Kate, emeritus hoogleraar klinische genetica, in samenwerking met het Dutch Cochrane Centre de medisch-wetenschappelijke literatuur doorzocht. Daaruit bleek dat op verschillende vlakken wetenschappelijk gefundeerde aanbevelingen kunnen worden gedaan. Wat betreft de raadgevingen omtrent voedings- en genotmiddelen is er weinig verrassends. Vrouwen die zwanger willen worden, wordt aangeraden om 0,4 mg foliumzuur per dag te nemen en het eten van leverproducten wordt afgeraden om een teveel aan vitamine A te voorkómen. En roken is natuurlijk taboe. Daarnaast bevat het rapport adviezen over werk, ziekte en medicijngebruik, en genetische factoren. Blootstelling aan schadelijke stoffen tijdens het werk moet worden voorkomen, maar bij naleving van de arboregels zal de blootstelling aan chemische en fysische factoren binnen veilige grenzen blijven, stelt de raad. Voor vrouwen met diabetes is het van belang om een zo goed mogelijke controle van de bloedsuikerspiegel te hebben. Bij vrouwen met epilepsie zou de medicatie waneer mogelijk naar één middel moeten worden omgezet. Voor andere geneesmiddelen moet per patiënt worden bekeken of de medicatie schadelijk is en of de medicatie kan worden verminderd. Het advies maakt onderscheid tussen beïnvloedbare risicofactoren zoals levensstijl en niet beïnvloedbare factoren zoals erfelijke aandoeningen in de familie. Bij beïnvloedbare levensstijladviezen kunnen de aanbevelingen gerust directief zijn, stelt de raad. Bij niet-beïnvloedbare factoren gaat het vooral om het geven van goede informatie, afgestemd op de behoefte van de ouders in spe. Verder stelt commissie dat er voldoende redenen zijn om dragerschapscreening op taaislijmziekte en hemoglobinopathieën te overwegen, maar dat er nog onvoldoende bewijs is om al tot landelijke implementatie over te gaan. De raad beveelt daarom aan een om in een grote pilotstudie de haalbaarheid en effectiviteit te onderzoeken, vertelt secretaris van de commissie dr. ir. Veronique Ruiz van Haperen. In het rapport staan geen aanbevelingen over welke hulpverleners de preconceptiezorg voor hun rekening moeten nemen. In Nederland bestaan al verschillende initiatieven en de beroepsgroepen die op dit gebied actief zijn, hebben ieder hun eigen expertise. Van de ervaring die daarmee is opgedaan, zou gebruik gemaakt moeten worden. Wel is de commissie van mening dat deze verschillende vormen centraal gecoördineerd zouden moeten worden. Het is aan te bevelen goed af te stemmen wie wat gaat doen, aldus Ruiz van Haperen. In nog op te stellen richtlijnen zouden naast medisch-inhoudelijk aanbevelingen daarom ook verwijspatronen vastgelegd kunnen worden als meerdere hulpverleners betrokken zijn, stelt Ruiz van Haperen. Bijvoorbeeld over bij welk risico de ouders doorverwezen moeten worden naar een andere arts. << TvV
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
| Datum | Titel | |
|---|---|---|
| Magnesium helpt niet na SAB | ||
| Rapport: ‘Te weinig chirurgen in Boxmeer’ | ||
| Kamerlid wil debat over MoM-heupen | ||
| ‘Doping heeft ten onrechte slechte naam’ | ||
| ‘Klaag ziekenhuis aan om MoM-kunstheup’ | ||
| Helft ziekenhuizen plaatste schadelijke kunstheup |


