Snel dotteren verhoogt kansen hartpatiënt
Dotterfaciliteiten zijn in de wereld dun gezaaid. Veel hartpatiënten zijn daarom in eerste instantie aangewezen op fibrinolyse. Toch is het verstandig om daarna standaard binnen 24 uur een dotterbehandeling toe te passen.
Na een myocardinfarct met SE-elevatie is volledige reperfusie het hoogste doel. Met ontstollingsmiddelen wordt dat in ongeveer de helft van de gevallen bereikt. Met een percutane coronaire interventie (PCI) is de slaagkans ruim 90 procent. Het beste resultaat zou wellicht te bereiken zijn met een combinatie van beide methoden.
In NEJM van 25 juni tonen Canadese onderzoekers dat in de Transfer-AMI-trial inderdaad aan. In die studie kregen ruim duizend patiënten ofwel PCI binnen zes uur na de fibrinolyse of een standaardbehandeling waarin alleen wordt gedotterd bij evidente noodzaak.
Het gecombineerde eindpunt was overlijden, een nieuw infarct, een nieuwe ischemie, hartfalen of cardiogene shock binnen dertig dagen. Dit resultaat deed zich voor bij 11 procent van de patiënten die binnen zes uur werden gedotterd en bij 17,2 procent van de patiënten die de standaardbehandeling kregen.
In een begeleidend commentaar concludeert de Nederlandse cardioloog Freek Verheugt dat onmiddellijk dotteren de eerste keus is. Als dat niet mogelijk is, bijvoorbeeld in afgelegen gebieden, dan dient er na de initiële fibrinolyse altijd een PCI te volgen, en wel binnen 24 uur. Het bewijs daarvoor is overtuigend. Verheugt stelt vast dat er naast Transfer-AMI nog vier trials zijn die hetzelfde resultaat laten zien. RC
NEJM 2009; 360: 2705-18 en 2779-81
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
| Datum | Titel | |
|---|---|---|
| Magnesium helpt niet na SAB | ||
| Rapport: ‘Te weinig chirurgen in Boxmeer’ | ||
| Kamerlid wil debat over MoM-heupen | ||
| ‘Doping heeft ten onrechte slechte naam’ | ||
| ‘Klaag ziekenhuis aan om MoM-kunstheup’ | ||
| Helft ziekenhuizen plaatste schadelijke kunstheup |


