Veiligheidsmanagement huisarts kan beter
Nederlandse huisartsen zijn tevreden met het zorgsysteem, maar doen te weinig aan risicomanagement. Slechts 5 procent van de Nederlandse huisartsen geeft aan dat hun praktijk een goed werkende procedure heeft om incidenten op te sporen en vervolgacties in te zetten. In het Verenigd Koninkrijk beschikt 56 procent van alle huisartsen hiervoor over een goede procedure. Dat staat in de International Health Policy Survey 2009, een peiling onder ruim 10.000 huisartsen, afkomstig uit elf landen. In Nederland heeft de afdeling IQ healthcare van het UMC St Radboud een deel van het onderzoek uitgevoerd.
Meer dan hun collega’s elders zijn Nederlandse huisartsen tevreden met het zorgsysteem waarin ze werken: 60 procent acht hooguit kleine aanpassingen noodzakelijk. Met name de Duitse en Amerikaanse collega’s blijken ronduit negatief te zijn over het systeem waarvan zij deel uitmaken.
‘Ik weet dat er ook in Nederland wel eens kritische geluiden zijn, maar dit is wat we vinden in de peiling die we dit voorjaar hebben uitgevoerd’, aldus Richard Grol, hoogleraar Kwaliteit van Zorg aan het UMC St Radboud, vanuit Washington. Als een van de auteurs presenteerde hij daar vorige week de resultaten.
Dat de Nederlandse eerstelijnszorg nog steeds kan worden beschouwd als best practice voor andere landen, wordt door dit rapport grotendeels bevestigd, meent Grol. ‘Bijna iedereen heeft in Nederland een huisarts. De financiële toegang is goed geregeld. De huisarts handelt zeer veel zelf af. Praktijkverpleegkundigen worden ingezet voor chronisch zieken. En de organisatie en toegang van de zorg buiten kantooruren zijn op een vrijwel unieke manier geregeld; alleen in Denemarken bestaat iets soortgelijks.’
Toch kan het volgens het rapport ook in Nederland nog beter. Zo is de afstemming met ziekenhuizen en medisch specialisten nog steeds niet optimaal. ‘Maar dat ligt niet alleen aan de huisartsen’, haast Grol zich te daaraan toe te voegen. Naast het risicomanagement zijn ook het proactief ondersteunen van de chronisch zieke patiënt, de informatievoorziening aan de patiënt en het geringe gebruik van benchmarkgegevens punten van aandacht. Richard Grol: ‘Ook het gebruik van de computer ter ondersteuning van preventie, monitoring en kwaliteitsbewaking blijft achter. Geen goede zaak, gelet op de vergrijzing en de complexe zorg die daarmee gemoeid is.’
HM
Lees ook
- Het onderzoek
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
| Datum | Titel | |
|---|---|---|
| Magnesium helpt niet na SAB | ||
| Rapport: ‘Te weinig chirurgen in Boxmeer’ | ||
| Kamerlid wil debat over MoM-heupen | ||
| ‘Doping heeft ten onrechte slechte naam’ | ||
| ‘Klaag ziekenhuis aan om MoM-kunstheup’ | ||
| Helft ziekenhuizen plaatste schadelijke kunstheup |


