3 mei 2010
Al decennia antistoffen tegen Q-koorts
Nederlanders hebben al zeker sinds de jaren zestig op grote schaal antistoffen tegen Q-koorts-bacterie, de Coxiella burnetii.
Het Tijdschrift voor Diergeneeskunde van 1 mei zet tien oudere onderzoeken op een rijtje; het percentage positief testende deelnemers loopt uiteen van 39 tot 100 procent. Het grootste onderzoek dateert uit 1983, daarin werden bloedmonsters van 857 donoren verzameld in Rotterdam, Groningen en Maastricht. De helft van de mannen en 40 procent van de vrouwen testte positief.
Mensen met veel contact met levende dieren hebben relatief vaker antistoffen. De ziekte Q-koorts was al die jaren zeldzaam bij mensen, er zijn enkele klinische gevallen beschreven, de huidige grote schaal waarop de ziekte voorkomt, is een mysterie. Een mogelijke verklaring is dat meer virulente stammen in Nederland zijn binnengekomen, of dat de schaalvergroting in de veehouderij voor meer zieken heeft gezorgd.
Heleen Croonen
Lees ook:
- Onderzoek van het RIVM naar antistoffen tegen Q-koorts laat veel lagere percentages zien van 2%: Antistoffen tegen Q-koorts
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
| Datum | Titel | |
|---|---|---|
| Magnesium helpt niet na SAB | ||
| Rapport: ‘Te weinig chirurgen in Boxmeer’ | ||
| Kamerlid wil debat over MoM-heupen | ||
| ‘Doping heeft ten onrechte slechte naam’ | ||
| ‘Klaag ziekenhuis aan om MoM-kunstheup’ | ||
| Helft ziekenhuizen plaatste schadelijke kunstheup |


