1 juni 2010
'Q-koorts ook door gevoeligere mensen'
Beeld: Shutterstock
De intensieve veehouderij is niet de enige oorzaak van de huidige Q-koortsepidemie, de mensen zijn ook gevoeliger geworden voor de bacterie, volgens Klaas Sjoerd Meekma, geitenhouder in het Friese Deinum en columnist voor Boerderij.
Recente metingen van het RIVM laten inderdaad zien dat 2,4 procent van de Nederlandse bevolking antistoffen heeft tegen de Coxiella burnetii. Het Tijdschrift voor Diergeneeskunde bracht een aantal oudere onderzoeken uit de jaren zestig en tachtig in herinnering, waarin 40 tot 100 procent van de deelnemers positief testten. Dat zou betekenen dat mensen hun antistoffen tegen de Coxiella in de afgelopen decennia zijn kwijtgeraakt. Geitenhouder Meekma vermoedt dat dat komt door de aanpassing van het pasteurisatieproces midden jaren tachtig: melk wordt sindsdien op een paar graden meer verhit. Hierdoor zijn er minder bacteriën te vinden in de melk en hebben mensen minder antistoffen.
Meetmethode
Wim van der Hoek, projectleider luchtweginfecties bij het RIVM en betrokken bij de Europese ontwikkelingen, vermoedt dat de oorzaak van het afgenomen percentage seropositieven ligt in de veranderde meetmethode. De testen uit de jaren tachtig hadden een lage cut-off waarde, waardoor relatief veel mensen positief testten. De testen zijn nu niet meer reproduceerbaar. De toen gebruikte sera zijn kwijt, waardoor ze niet opnieuw kunnen worden getest met de huidige technieken. ‘Het blijft voor ons een vraagteken wat nu precies de verklaring is van het verschil tussen de tachtiger jaren en 2006/2007’, aldus Van der Hoek.
Nederland
Jan-Hendrik Richardus blijft bij zijn metingen. Zijn onderzoek naar Q-koorts in de jaren tachtig was aanleiding voor de nieuwe pasteurisatieprocedure. Hij is inmiddels Universitair hoofddocent Maatschappelijke Gezondheidszorg aan het Erasmus MC, maar was in de jaren tachtig bij vrijwel alle publicaties betrokken. Er waren toen daadwerkelijk meer mensen met antistoffen, zo bevestigde hij aan Meekma. Een recent onderzoek van het ECDC, het Europees instituut voor infectiebestrijding, laat zien dat de seroprevalentie in Nederland inderdaad relatief laag is met 2,4 procent, vergeleken met Duitsland (7,5%) of Frankrijk (7,8%). Spanje komt op 20 tot 40 procent, maar het aantal geteste personen is laag. Het zou mede kunnen verklaren waarom de epidemie hier is uitgebroken; Nederlanders hebben minder afweer.
Spanning
De piek van de klinische presentaties van Q-koorts lijkt voorbij, zo meldde de GGD Hart voor Brabant. Het RIVM was voorzichtiger met: ‘de zomer is nog lang’. Ook geitenhouder Meekma leeft in spanning sinds de uitbraak, omdat de helft van zijn bedrijf bestaat uit een geitenfokkerij. Met het aanhouden van het fokverbod loopt hij het risico dat zijn opgebouwde stam in duigen valt.
Heleen Croonen
Lees ook:
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
| Datum | Titel | |
|---|---|---|
| Magnesium helpt niet na SAB | ||
| Rapport: ‘Te weinig chirurgen in Boxmeer’ | ||
| Kamerlid wil debat over MoM-heupen | ||
| ‘Doping heeft ten onrechte slechte naam’ | ||
| ‘Klaag ziekenhuis aan om MoM-kunstheup’ | ||
| Helft ziekenhuizen plaatste schadelijke kunstheup |


