3 augustus 2010
Amerikaans conservatisme slecht voor onze pillenmarkt
Doodzonde dat de onderzoeksafdeling van Organon in Oss zijn deuren moet sluiten. Dat vindt zowel gynaecoloog Jannine Wilpshaar, als CBO-directeur Gert Siemons. De twee oud-werknemers vrezen voor het Amerikaanse conservatisme bij de ontwikkeling van nieuwe gynaecologische producten.
beeld: Thinkstock, Ryan McVay | De afbeelding geeft niet het Organon-laboratorium weer.
Het Nederlandse bedrijf Organon stond in 2006 nog te trappelen om los van grote zus AkzoNobel naar de beurs te gaan, maar werd allengs overgenomen door Schering-Plough, dat kort geleden weer door MSD is overgenomen. Niet zonder gevolgen, want op 8 juli maakte MSD bekend dat de R&D-faciliteiten in Nederland, worden gesloten aan het einde van het eerste kwartaal van 2011. Het onderzoek gaat naar Amerika. Van de 2200 ontslagen werknemers, bestaat de helft uit hoogopgeleide onderzoekers en productiemedewerkers.
Gert Siemons had de bui al zien hangen. Toen AkzoNobel drie jaar geleden het bedrijf verkocht, zat het er dik in dat de onderzoeksafdeling uit Oss zou verdwijnen. Siemons is nu directeur van kwaliteitsinstituut CBO, maar werkte van 1997 tot 2008 bij Organon, waarvan vijf jaar als medisch directeur. ‘Het hele bedrijf is opgepoetst voor de verkoop, dat hadden wij al snel in de gaten. Er moest ineens ontzettend worden gelet op kosten. Merck voert nu een sanering uit, daar is niks meer aan te veranderen’, aldus Siemons. Hij vindt het echt spijtig, want het was een goed renderend bedrijf, met uitstekende relaties met de overheid, artsen en beroepsverenigingen.
Maar net als MSD nu, heeft ook Organon in het verleden gesaneerd, brengt Siemons in herinnering. In landen als India en Indonesië werden fabrieken gesloten, en toen was er in Nederland ook niemand die opstond om een punt te maken van de verloren werkgelegenheid daar. En zo zullen de Amerikanen nu ook naar de sluiting in Nederland kijken.
Doodzonde, vindt ook Jannine Wilpshaar, nu gynaecoloog in Ziekenhuis Nij Smellinghe in Drachten, maar van 1994 tot 1996 werkzaam bij Organon als international medical advisor. Wilpshaar: ‘Organon was een goed geoliede machine en had veel kennis in huis.’
Zelf kwam zij bij het bedrijf binnen als basisarts en leerde daar de fijne kneepjes van het onderzoeksvak, een lacune in de geneeskundestudie. Wilpshaar zette fase-IV-onderzoeken op in Nederland en Europa, maar ze miste de kliniek en ging na een promotie in opleiding tot gynaecoloog. ‘Voor mij is Organon echt een springplank geweest, want dankzij deze werkervaring werd ik uit driehonderd kandidaten gekozen als agiko (assistent geneeskundige in opleiding tot klinisch onderzoeker).’
Op de onderzoeksafdeling werkten niet alleen basisartsen zoals Wilpshaar destijds, maar ook aios gynaecologie die hadden ontdekt dat de praktijk niet hun ding was en gepromoveerde gynaecologen die na een aantal jaren in de kliniek bij Organon onderzoek gingen superviseren. ‘De onderzoeksafdeling bood de kans om een product te maken waar vrouwen op zitten te wachten en waar ook nog geld mee wordt verdiend. Het is ontzettend jammer dat zo’n kans er niet meer is, want bij de universiteit is toch minder geld beschikbaar’, aldus Wilpshaar, die nog aan de wieg van de NuvaRing heeft gestaan. Nu schrijft ze de vaginaal ingebrachte anticonceptiering voor aan haar patiënten.
Met vertrek van de R&D-afdeling uit Nederland zal er minder klinisch onderzoek van producten in Nederland plaatsvinden, verwacht de gynaecoloog. De kennis over de producten verdwijnt daarmee ook. En Nederlandse artsen maken daardoor pas later kennis met nieuwe producten.
Ook Gert Siemons spreekt vanuit zijn tijd als medisch directeur nog met bewondering over de kennis binnen het bedrijf. ‘Daar zitten mensen die meer dan wie dan ook afweten van hormonen, fertiliteit en de overgang. Hele slimme jongens en meisjes, die echte ‘out of the box’-vindingen hebben gedaan.’
Van deze kennis had meer gebruik mogen worden gemaakt bij het maken van richtlijnen, redeneert hij nu vanuit zijn huidige functie bij het CBO. ‘Hoogleraren gelieerd aan Organon zoals Wiebe Olijve en Lenus Kloosterboer waren echt bereid om hun kennis te delen. Farmaceutische bedrijven horen geen invloed te hebben op richtlijnen, maar van de kennis is toch te weinig geprofiteerd. Ik vind dat een omissie.’
In die openheid was het bedrijf uniek, volgens Siemons. Dat bleek bijvoorbeeld uit de samenwerking met de gynaecologenvereniging NVOG waarbij resultaten van elf IVF-klinieken werden gedeeld. En hij is het niet eens met MSD-directeur Hans Kortlever die de Nederlandse terughoudendheid hekelt bij het voorschrijven van nieuwe geneesmiddelen. Huisartsen schrijven conservatief voor, aldus Kortlever. ‘Een huisarts moet willen voorschrijven wat voor zijn patiënt het beste is, dat moet elk farmaceutisch bedrijf respecteren’, vindt Siemons. ‘Het aandeel van de omzet van Organon in Nederland lag ruim boven de 2 procent, terwijl het marktaandeel van Nederland aan de gehele geneesmiddelenmarkt 1 procent is. De pillen van Organon zijn wel degelijk goed voorgeschreven door de huisartsen.’
Zelf heeft Siemons destijds ook zijn discussies met de overheid gehad, toen het Organon-antidepressivum Remeron niet helemaal werd vergoed. ‘Lastige gesprekken, maar dat is normaal in dat spanningsveld tussen overheid en industrie.’
Een van de grootste invloeden van Organon op de Nederlandse samenleving was de introductie van de anticonceptiepil in 1962. Hier heerst een open cultuur als het om anticonceptie gaat, volgens gynaecoloog Wilpshaar. In Amerika is dat wel
anders, daar zijn mensen conservatiever op dit gebied. ‘Daarom is het ook extra jammer dat klinisch onderzoek naar gynaecologische preparaten uit Nederland zal verdwijnen,
want als gynaecoloog geeft een onderzoek van eigen bodem meer inzicht in de toepasbaarheid in de eigen patiëntenpopulatie. Op mijn spreekuur komen meisjes samen met hun moeder om de anticonceptie te bespreken. Dat zie ik in Amerika niet snel gebeuren’, aldus de gynaecoloog. Gert Siemons heeft in zijn laatste jaren - na de overname door Schering-Plough – al wat gemerkt van het Amerikaans conservatisme. Organon werkt samen met International Planned Parenthood, een in Amerika omstreden organisatie, die zich inzet voor family planning en daarbij ook abortusklinieken ondersteunt. Voor Schering-Plough leek dit een onoverkomelijk probleem. De samenwerking is toentertijd uiteindelijk in stand gebleven, maar dat heeft veel moeite gekost, herinnert Siemons zich. ‘In Nederland kun je het argument gebruiken dat je illegale abortussen wil voorkomen. Voor veel Amerikanen is elke abortus illegaal.’ HC
Kader: Geneesmiddelen van Organon
Bekende geneesmiddelen van Organon zijn de anticonceptiva NuvaRing, het Implanonstaafje, en de Marvelon- en Mercilonpillen. Verder is het antidepressivum Remeron een blockbuster geweest en speelde Organon in de anesthesie een rol met onder meer rocuronium (Esmeron) en vecuronium (Norcuron) en het als euthanaticum gebruikte pancuronium (Pavulon).
In de afgelopen jaren is Organon ook negatief in het nieuws geweest. Neem de claim die onderzoeksarts Koos Stiekema in 2001 aan zijn broek kreeg van zijn werkgever Organon. Hij was als onderzoeksleider van de Pentua-studie (pentasaccharide in unstable angina) naar de medisch-ethische toetsingscommissie gegaan, omdat het onderzoeksprotocol was gewijzigd. De kantonrechter veroordeelde hem vanwege het breken van zijn geheimhoudingsplicht, maar in hoger beroep werd Stiekema vrijgesproken.
Een andere grote zaak speelde rond het anticonceptiestaafje Implanon. Het staafje had bij een aantal vrouwen zijn werk niet gedaan, zij werden zwanger en wilden worden gecompenseerd. Voor de rechter is vervolgens jarenlang uitgevochten of het de schuld was van de huisartsen die het staafje niet goed hadden geplaatst of van Organon dat een ondeugdelijk product zou hebben gemaakt. In april dit jaar is een schikking met vijftien van de zwanger geraakte vrouwen naar buiten gebracht, waaruit niet duidelijk is geworden wie nu uiteindelijk schuldig is en wie betaalt.
De mannenpil, waarin Organon jarenlang heeft geïnvesteerd, is op niets uitgelopen. Hiermee stopte de samenwerking met Schering, niet te verwarren met Schering-Plough dat het bedrijf later overnam. Een andere samenwerking met farmamagnaat Pfizer bij de ontwikkeling van het antipsychoticum asenapine (Saphris) is eveneens gestopt.
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
| Datum | Titel | |
|---|---|---|
| Magnesium helpt niet na SAB | ||
| Rapport: ‘Te weinig chirurgen in Boxmeer’ | ||
| Kamerlid wil debat over MoM-heupen | ||
| ‘Doping heeft ten onrechte slechte naam’ | ||
| ‘Klaag ziekenhuis aan om MoM-kunstheup’ | ||
| Helft ziekenhuizen plaatste schadelijke kunstheup |


