U bent nu hier:

Toevalsbevindingen zelden relevant

Moderne beeldvormende technieken leiden dikwijls tot toevalsbevindingen. Het aantal bevindingen varieert sterk, maar heeft slechts in beperkte mate gevolgen voor de praktijk.

beeld: Thinkstock beeld: Thinkstock

Nicholas Orme c.s. concluderen dit in hun onderzoek, dat in Archives of Internal Medicine is verschenen. Een team van experts heeft retrospectief 1426 onderzoeksbeelden – afkomstig van 1376 personen – besproken. De beelden waren gemaakt in het kader van wetenschappelijke studies en zijn toen beoordeeld door een radioloog. De follow-upperiode bedroeg drie jaar. Bij toevalsbevindingen die tot consequenties in de kliniek leidden (aanvullend onderzoek en/of een behandeling) keek het team of de uitkomst medisch voordelig dan wel nadelig was voor de patiënt.

Op 567 beelden (39,8%) werd minstens één toevalsbevinding gezien, met een totaal van 1055 ontdekte toevalsbevindingen. Vooral op CT-beelden van de buik- en bekkenregio werden vaak afwijkingen gevonden (61%), net als op de CT-thorax (55%) en een MRI van het hoofd (43%). Daarnaast vonden de onderzoekers een significant verband tussen de leeftijd en de kans op een toevalsvinding: per jaar neemt de kans met 4,2 procent toe.

Uiteindelijk werd slechts bij 35 onderzoeksdeelnemers daadwerkelijk actie ondernomen, in de vorm van bijvoorbeeld extra tests, een doorverwijzing naar een specialist, een biopsie of chirurgische ingreep. In zes gevallen had dit een betere uitkomst tot gevolg, maar bij drie personen leidde de behandeling tot morbiditeit of mortaliteit, of leverde die geen gezondheidsverbetering op. In veruit de meeste gevallen waren de gevolgen onduidelijk. De auteurs raden andere onderzoekers aan om bij studies waarbij gebruik wordt gemaakt van beeldvormend onderzoek van tevoren een plan op te stellen over de te nemen maatregelen indien inderdaad een afwijking wordt gevonden.

In een begeleidend commentaar wordt als kritiek opgemerkt dat de onderzoekers niet hebben gelet op bijvoorbeeld stress en onrust bij de deelnemer en de kosten van extra onderzoek. Uit de onderzoeksresultaten kan verder worden berekend dat 238 beelden moeten worden gemaakt om één geval van duidelijk voordeel te krijgen.

Shannon Plaxton

Arch Intern Med. 2010; 170(17): 1525-32: Incidental Findings in Imaging Research

Lees ook:

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

«« Meer nieuws

Medisch Contact op Facebook

Lees- kijk- en uittips, cartoons, columns en andere interessante artikelen eenvoudig in je facebookoverzicht.

Vind ik leuk :-)

Volg Medisch Contact op Twitter

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd