25 november 2010
Betere stadiëring longkanker met echo
Endo-echoscopie helpt bij het beter stadiëren van niet-kleincellig longcarcinoom en voorkomt daarmee onnodige longoperaties. Tot die conclusie komen longarts Jouke Annema van het LUMC en collega’s in JAMA.
Bij de diagnose niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) is stadiëring van groot belang. Als er sprake is van uitzaaiingen of doorgroei buiten de longen, is longchirurgie niet zinvol. Alleen beeldvormende technieken zijn niet voldoende om met name mediastinale lymfekliermetastasen aan te tonen, vandaar dat doorgaans mediastinoscopie plaatsvindt. Maar ook dit onderzoek is niet zaligmakend: bij 28 procent van de patiënten die vervolgens een operatie ondergaan, blijkt achteraf toch sprake van uitzaaiingen of doorgroei. Zij hadden beter meteen behandeld kunnen worden met bijvoorbeeld bestraling en chemotherapie.
Annema c.s. vergeleken de standaardstadiëring met een nieuwere methodiek: endo-echoscopisch onderzoek. Hierbij wordt via echografisch onderzoek via slokdarm en luchtpijp beoordeeld of er aanwijzingen zijn voor mediastinale lymfekliermetastasen, waarna deze worden aangeprikt en door de patholoog onderzocht. Aangezien de gouden standaard bij stadiëring nog steeds mediastinoscopie is, werd deze in aansluiting op een negatieve endo-echoscopie wel uitgevoerd. Bij positieve bevindingen was dit, gezien de zeer kleine kans op fout-positieve uitslag van de endo-echoscopie, niet nodig.
Na randomisatie vond bij 118 patiënten direct mediastinoscopie plaats, bij 123 eerst echo-endoscopie. Van die laatste groep werden bij 65 mensen geen aanwijzingen voor uitzaaiingen of doorgroei gevonden. Zij ondergingen vervolgens mediastinoscopie waarbij bij 6 toch sprake was van aangedane lymfeklieren.
De sensitiviteit van alleen mediastinoscopische stadiëring was 79 procent, bij endo-echoscopische stadiëring eventueel gevolgd door mediastinoscopie 94 procent. Bij de patiënten die na stadiëring een longoperatie ondergingen, bleek dat in de echogroep minder vaak onterecht (7%) dan in de mediastinoscopiegroep (18%). Als een negatieve echo niet was gevolgd door mediastinoscopie, was het verschil 12 versus 18 procent geweest. Het aantal complicaties was in beide groepen vergelijkbaar. Wel was slechts in 1 geval de complicatie direct het gevolg van de echo, en in de 12 andere gevallen juist van de mediastinoscopie.
Kortom: beginnen met echo-endoscopie bij het stadiëren van NSCLC is zinvol en leidt tot minder onnodige longoperaties.
Sophie Broersen
Het originele artikel:
JAMA 2010; 304: 2245-52: Mediastinoscopy vs Endosonography for Mediastinal Nodal Staging of Lung Cancer
Begeleidend commentaar, JAMA 2010; 304: 2296-7: Staging Strategies for Lung Cancer
Lees ook:
Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?
| Datum | Titel | |
|---|---|---|
| Magnesium helpt niet na SAB | ||
| Rapport: ‘Te weinig chirurgen in Boxmeer’ | ||
| Kamerlid wil debat over MoM-heupen | ||
| ‘Doping heeft ten onrechte slechte naam’ | ||
| ‘Klaag ziekenhuis aan om MoM-kunstheup’ | ||
| Helft ziekenhuizen plaatste schadelijke kunstheup |


