U bent nu hier:

Beroepsdeformatie - Hester Roos

Publicatie Nr. 20 - 15 mei 2012
Jaargang 2012
Rubriek Column
Auteur Hester Roos
beeld: Thinkstock beeld: Thinkstock

‘Is ze vaginaal bevallen?’ Een vraag die ik dagelijks meerdere keren stel op mijn tijdelijke stekje bij gynaecologie. Niets geks aan. Behalve wanneer je diezelfde vraag stelt aan een kennis van vroeger die op een verjaardag vertelt kortgeleden vader te zijn geworden. Maar dat bedenk ik me pas de volgende ochtend.

Een weekendje Zeeland, lekker ontbijten in een klein dorpscafeetje. De deur gaat open. Drie relatief kwieke ouderen lopen de zaak binnen. Nummer vier hoor ik op opvallend houterige wijze aan komen sloffen. Ik laat mijn croissant liggen en kijk zo nonchalant als ik kan even achterom. Ziet hij er net zo parkinsonistisch uit als zijn loopje klinkt?

Hoe je ook je best doet, als de beroepsdeformatie eenmaal in je systeem zit, krijg je die er nooit meer uit. Dan vraag je vrienden die misselijk zijn automatisch of ze ook braken en diarree hebben. Sommige anamnesevragen stel je blijkbaar zo op je ruggenmerg dat je bijna niet meer anders kan. En zelfs die uitdrukking blijkt beroepsgedeformeerd, want de vriend bij wie ik nu thuis zit, heeft geen flauw idee wat ik daarmee bedoel.

Dokters zijn rare mensen. Op feestjes klieken ze samen en beantwoorden ze de vraag hoe het op hun werk gaat door een casus te presenteren. ‘Vorige week had ik een vrouw van 43 met...’ En met het presenteren van een casus bedoel ik eigenlijk dus gewoon dat ze vertellen over een interessante patiënt die ze gezien hebben.

Dokters vergeten na verloop van tijd dat thorax helemaal niet zo’n normaal Nederlands woord is en dat een forse hematoom voor niet-dokters een grote blauwe plek is. Verslik je je tijdens een etentje, dan vragen normale mensen bezorgd of het wel gaat. In een gezelschap van dokters roept er meestal eentje 'Heimlich?', waarop de anderen lachen en verder gaan met hun gesprek.

Gelukkig ben ik niet de enige, zo blijkt uit een rondje langs mijn medische vrienden. Zo vertelt vriend M., in opleiding tot longarts, dat hij geregeld iemand in het wild verdenkt van een ‘mesothelioomhoestje’.

Een collega die boodschappen deed, inspecteerde klaarblijkelijk niet alleen de kipfilet van zijn voorganger, maar besloot hem op verdenking van een maligne melanoom te adviseren dat plekje toch maar even te laten nakijken. En vriendin E. raadt eenieder in haar omgeving met recidiverende urineweginfecties ongevraagd aan om na de seks goed uit te plassen.

Maar er spant er altijd één de kroon. En dat is vriendin en klinischegeneticaliefhebster N. ‘Is het raar als ik zelfs midden in de nacht alle dysmorfieën van mijn vrienden feilloos op zou kunnen noemen?’ Ik neem de proef op de som. In haar ogen breng ik het er tamelijk genadig vanaf. ‘Je hebt een supermilde downslant van je ogen, maar daar blijft het ook bij.’

Ehm. Ja. Da’s best een beetje raar.

Hester Roos

Meer Sub Rosa

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?



Bert Keizer Ivan Wolffers Veldwerkers
Luc Bonneux Marcel Levi

Reacties op columns

    Organigrammania - Marcel Levi

    Reactie: '“In de bedrijfskundige literatuur wordt vaak geschreven dat een organigram niet goed werkt in een pl...'     


    Met euthanasie de grens over - Bert Keizer

    Reactie: 'Ik werkte toen ook als HAIO in Engeland en herinner me dit TV-programma met Van Oyen nog prima. Mi...'  »»
    Reacties: 3 reacties


    100 procent veilig - Jos van Bemmel

    Reactie: 'Tja... wat is erger? De relatie met mijn collega's is ondergeschikt aan mijn principes. De brave sch...'     


    Een AED op iedere plee - Luc Bonneux

    Reactie: '‘Dood is niet de vijand, maar heeft soms hulp nodig bij timing’ Peter Safar Eigenlijk lees ik uw co...'     


    WK-pil - Eva Vogel

    Reactie: 'In tegenstelling tot de heer Bol die in een zure reactie zijn irritatie ventileerde, heb ik de colum...'  »»
    Reacties: 4 reacties


Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd