U bent nu hier:

Komt dat zien! (Frederik Ruysch)

Publicatie Nr. 01 - 07 januari 2011
Jaargang 2011
Rubriek Spraakmakers
Auteur Jan Hein van Dierendonck
Pagina's 22

Zoals tegenwoordig exposities van artistiek opengewerkte, geplastificeerde lichamen miljoenen bezoekers shockeren, zo vergaapte men zich rond 1700 aan de wereldberoemde verzameling van de Amsterdammer Frederik Ruysch: monsters en misgeboorten in glazen potten, opgezette dieren, geconserveerde kinderlijkjes met kanten mutsjes, tableaus opgebouwd uit formaties van blaas-, nier en galstenen, beplant met bloedvaten en ingewanden. Boodschap: hoe ijdel en vergankelijk is ons bestaan!

De in 1638 geboren Ruysch wordt na de dood van zijn vader apothekersleerling. Gefascineerd door de anatomie volgt hij colleges bij Le Boë Sylvius en Van Horne en ontmoet giganten als Stensen, Swammerdam en De Graaf. Na zijn ontdekking van klapvliezen in lymfevaten wordt hij in 1666 docent anatomie en chirurgie van het Amsterdams chirurgijngilde. Naast zijn medische praktijk instrueert en examineert Ruysch vroedvrouwen en werkt hij voor de Hortus Botanicus: vanaf 1685 is hij ook hoogleraar botanie. Maar Ruysch stelt zijn lange leven toch vooral in dienst van het verzamelen en fabriceren van anatomische preparaten. Zijn obducties in het Sint-Pietersgasthuis, secties bij het Theatrum Anatomicum en taken als forensisch medicus leveren genoeg materiaal. Ruysch ontwikkelt een speciale liquor balsamicus, waarmee bloedvaten tot in de fijnste vertakkingen zichtbaar worden. Hij houdt het recept zelfs voor boezemvriend Boerhaave geheim en zijn dochter Rachel, die hem helpt geprepareerde objecten op te bouwen tot ware kunstwerkjes en die later beroemd wordt als schilderes van bloemstillevens, neemt het mee in haar graf.

Wat begint met exotische rariteiten, groeit uit tot een ongekend naturaliënkabinet. In zijn woning aan de Bloemgracht wordt alles tentoongesteld (tweemaal per week toegankelijk voor publiek) en in 1691 verschijnt de eerste catalogus. Was anatomie tot dan toe een morsig gebeuren, Ruysch verheft het tot kunst. Kunst die Rascha Peper enkele jaren geleden inspireerde tot het schrijven van de fraaie roman Vingers van marsepein, waarin Ruysch’ preparaten een hoofdrol spelen.

In 1698 wordt hij voorgesteld aan tsaar Peter de Grote, die een deel van de verzameling opkoopt en van hem leert hoe tanden te trekken en hagedissen te prepareren. Ruysch verzamelt verder: potten met organen en dieren, dozen met insecten en zeegewassen, schuifladen met horentjes en schelpen. In 1719 verkoopt hij de tsaar zijn tweede verzameling, voor 30.000 gulden. Wat er van rest is in St. Petersburg nog altijd een grote trekpleister. Ruysch wordt 93.

Jan Hein van Dierendonck, tekst en beeld

PDF van dit artikel

Alle bijdragen van de column Spraakmakers

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?



Bert Keizer Ivan Wolffers Veldwerkers
Luc Bonneux Marcel Levi

Reacties op columns

    Hoogvliegers - Marcel Levi

    Reactie: '“We moeten ons ziekenhuis niet als een luchthaven organiseren”. Wij vinden, dat collega Levi wel er...'     


    Jammer - Eva Vogel

    Reactie: 'helemaal me eens ! Een mooie taak voor al die net gepensioneerde ziekenhuis directeuren ?'     


    Heksenjacht - Marcel Levi

    Reactie: 'De laatste 50 jaar kan ik me geen enkel onderzoek herinneren, waaruit blijkt dat alternatieve genees...'  »»
    Reacties: 17 reacties


    Voorzichtig

    Reactie: 'Voorzichtig [url=http://www.doudoune-nouveau.com]moncler femme[/url]'  »»
    Reacties: 5 reacties


    De jaren zeventig voorbij - René Kahn

    Reactie: 'Uitsluitend briljante artsen? In zijn column Veldwerk (MC 45/2014:2210) bepleit Rene Kahn selectie ...'     


Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd