U bent nu hier:

Helaas geen roodvonk (deel 1)

Publicatie Nr. 16 - 20 april 2012
Jaargang 2012
Rubriek Selectie van de inspectie
Pagina's 965

Feiten
Een 4-jarig meisje heeft al drie dagen last van koorts, overgeven, diarree, ijskoude benen tot aan de knieën, sufheid, en niet op de benen kunnen staan. De verpleegkundige nodigt het meisje en haar ouders uit direct naar de huisartsenpost te komen. De huisarts onderzoekt haar en ziet een roze huid met fijne, wegdrukbare uitslag in de nek en op de rug en borst, een rode keel en opgezette halsklieren. De hartslag is hoog, passend bij de koorts. Tijdens het consult valt het meisje even weg. De arts stelt de diagnose roodvonk en schrijft antibiotica voor. Thuisgekomen overlijdt het meisje, naar later blijkt aan een hartritmestoornis bij een virale myocarditis ten gevolge van het Parvovirus B19. De ouders dienen een tuchtklacht in tegen de huisarts en de verpleegkundige.

Overwegingen tuchtcollege
De huisarts wordt verweten dat zij tekort is geschoten in haar diagnostische overwegingen, de anamnese onvoldoende heeft uitgevraagd, niet genoeg lichamelijk onderzoek heeft gedaan naar de sufheid en de koude benen en het wegvallen van het meisje heeft veronachtzaamd. Het tuchtcollege acht voorgaande inderdaad verwijtbaar. De arts heeft onvoldoende onderzocht wat er precies met het meisje aan de hand was, ook niet nadat ze even was weggevallen. Het is haar niet zozeer aan te rekenen dat zij niet heeft gedacht aan de aandoening waaraan het meisje is overleden; daarvoor komt deze aandoening te weinig voor.

De arts krijgt een waarschuwing.

Relevantie volgens de inspectie
Waarschijnlijk zullen veel huisartsen bij deze casus denken: dat kan mij morgen ook overkomen. Goed onderzoek gedaan, een relevante en adequate diagnose gesteld, therapie ingesteld en dan toch een waarschuwing van het tuchtcollege. Een hartritmestoornis is toch niet het eerste waar je aan denkt bij een flauwvallend meisje van 4 jaar. Dit is dus de valkuil. De les? Achter ogenschijnlijk onschuldig te duiden verschijnselen kunnen altijd ernstiger diagnosen schuilgaan.

(Zaaknummer RTC Den Haag 2009 O 72a)

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te 's-Gravenhage heeft de navolgende
beslissing gegeven inzake de klacht van

A en B, beiden wonende te C, klagers,

tegen

D, huisarts, wonende te E, de persoon over wie geklaagd wordt, hierna te noemen de arts.

1. Het verloop van het geding
Namens klagers heeft mr. K. Baetsen, advocaat te Rotterdam, een klaagschrift met bijlagen ingediend dat is ontvangen op 9 april 2009. Namens de arts heeft mr. N. van den Burg, advocaat te Utrecht, een verweerschrift met bijlagen ingediend, waarna is gerepliceerd en gedupliceerd.
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om in het vooronderzoek mondeling te worden gehoord. De mondelinge behandeling door het College heeft plaatsgevonden ter openbare zitting van 14 december 2010. Partijen zijn verschenen en hebben hun standpunten mondeling toegelicht. Klagers werden bijgestaan door mr. Baetsen voornoemd.
De arts werd bijgestaan door mr. Van den Burg voornoemd. Beide advocaten hebben pleitnotities overgelegd.

2. De feiten
Op woensdag 17 september 2008 werd klagers dochter F (4 jaar) ziek met koorts, braken, niet eten, dunnere ontlasting en suffig. Op zaterdag 20 september 2008 heeft klaagster de huisartsenpost van G gebeld en aan de triagist verslag gedaan van de ziekteverschijnselen; 3 dagen koorts, overgeven, diarree, ijskoude benen tot aan de knieën, suf, hangerig en niet op de benen kunnen staat. Ook heeft zij de triagist medegedeeld dat zij F die ochtend op de grond in een plasje water had gevonden. Klagers
zijn toen uitgenodigd om met F naar de huisartsenpost te komen.
Omstreeks 13.00 uur kwamen klagers daar aan en om ongeveer 14.00 uur is F door de arts onderzocht. Ze had een roze huid met fijne wegdrukbare uitslag in de nek en op de rug en borst, een rode keel en opgezette halsklieren. Er waren geen afwijkingen aan trommelvliezen, hart, longen en buik. Er was geen sprake van nekstijfheid. De hartslag was verhoogd, passend bij de koorts. F had de dag tevoren niet gegeten. De arts heeft de diagnose roodvonk gesteld en antibiotica voor F en ook voor haar jongere
zusje, die een hartafwijking heeft, voorgeschreven.
Tijdens het consult viel F weg. Zij kwam weer bij nadat zij was neergelegd met de benen omhoog. Desgevraagd adviseerde de arts F liggend te vervoeren.
Thuisgekomen is F omstreeks 16.00 uur weer ‘weggevallen’ en verloor zij haar bewustzijn.
Reanimatie mocht toen niet meer baten en om 17.40 uur is F overleden, naar later bleek aan een hartritmestoornis bij een virale myocarditis ten gevolge van het Parvo B 19 virus.

3. De klacht
De klacht bestaat uit vier onderdelen. De arts wordt verweten:
- tekort te zijn geschoten in haar differentiaal diagnostisch overwegingen,
- de anamnese onvoldoende te hebben uitgevraagd en onvoldoende lichamelijk onderzoek te hebben verricht naar de sufheid en de koude benen en voeten. Bovendien heeft de arts haar bevindingen onvoldoende vastgelegd,
- onjuist te hebben gereageerd op het wegvallen van F,
- F ten onrechte niet te hebben doorverwezen naar de kinderarts, althans haar ten onrechte naar huis te hebben gestuurd zonder een adequaat vangnet af te spreken.

4. Het standpunt van de arts
De arts heeft de klacht en de daaraan ten grondslag gelegde stellingen bestreden. Voor zover nodig wordt daarop hieronder ingegaan.

5. De beoordeling
Het eerste onderdeel van de klacht is gegrond. Het College is van oordeel dat de arts onvoldoende heeft onderzocht wat er precies met F aan de hand was. Er was kennelijk sprake van een instabiele situatie waarbij F tijdens het onderzoek bovendien weg viel.

Weliswaar kon de situatie duiden op roodvonk, maar dat lag niet direct voor de hand.
Andere ziekten waren evenzeer mogelijk, waarbij het College onderkent dat de arts niet behoeft te worden verweten dat zij niet heeft gedacht aan de aandoening waaraan F later diezelfde dag is overleden. Daarvoor komt deze aandoening te weinig voor. Het College heeft ook niet goed kunnen begrijpen waarom het wegvallen van F als vermoeidheid is geduid waar de arts zelf heeft aangegeven dat F daarvoor en daarna vriendelijk reageerde en niet suf was.
Uit het bovenstaande volgt dat ook het tweede onderdeel van de klacht gegrond is. Het College tekent daar nog bij aan dat de arts ten onrechte niet heeft vastgelegd dat F tijdens het onderzoek wegviel. De arts heeft dit wegvallen als vermoeidheid geduid en om die reden wellicht onvoldoende van belang gevonden om het in het waarneembericht op te nemen. Het College heeft daar wel begrip voor, maar is van oordeel dat deze duiding de arts verweten moet worden.
Het vorenstaande betekent dat ook het derde onderdeel gegrond is.
Het laatste onderdeel van de klacht acht het College niet gegrond. Uitgaande van de waardering van de ziekte van F door de arts was er geen aanleiding om haar niet naar huis te laten gaan. Een en ander leidt tot de conclusie dat de arts moet worden verweten F onvoldoende te hebben onderzocht en te snel tot de conclusie te zijn gekomen dat zij roodvonk had.
Het was beter geweest wanneer F zou zijn opgenomen om nader te onderzoeken wat zij had en hoe dat bestreden kon worden. Het College voegt hier volledigheidshalve aan toe dat niet kan worden aangenomen dat het leven van F dan behouden had kunnen worden. Daarover valt geen uitspraak te doen.

6. De beslissing
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te ’s-Gravenhage beslist als volgt:
Legt de maatregel van een waarschuwing op.

Deze beslissing is gegeven door: mr. P.A. Offers, voorzitter, dr. B. van Ek, prof. dr. M.W. Hengeveld, leden-artsen, bijgestaan door mr. A.F. de Kok, secretaris en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 7 februari 2011.

  • PDF van deze uitspraak
  • Hieronder ziet u de reacties op dit bericht. Plaats ook uw reactie! Ziet u geen reactieformulier? (1)

    "Volgens de Inspectie is de les van deze casus: 'achter ogenschijnlijk onschuldig te duiden verschijnselen kunnen altijd ernstiger diagnosen schuilgaan.'
    Een 4-jarig meisje wordt ziek met koorts, braken, niet eten, dunne ontlasting en sufheid. Op de 4e ziektedag wordt zij gezien door de aangeklaagde huisarts. Zij (de huisarts) ziet een wegdrukbare roodheid in de nek en op de romp, een rode keel en opgezette halsklieren. Ze stelt een verhoogde hartslag vast en sluit nekstijfheid uit. Dan wordt genoteerd: ‘Tijdens het consult viel het meisje weg.’ De bewustzijnsdaling is voorbijgaand, maar treedt waarschijnlijk wel voor de tweede keer op tijdens deze ziekte-episode. De moeder meldt namelijk dat zij haar dochter die ochtend op de grond in een plasje water had aangetroffen. De huisarts duidt het verschijnsel als vermoeidheid.
    ‘Het College is van oordeel dat de arts onvoldoende heeft onderzocht wat er precies met het meisje aan de hand was. Weliswaar kon de situatie duiden op roodvonk, maar dat lag niet direct voor de hand. Andere ziekten waren evenzeer mogelijk.’
    Hier doet het College wat zij de huisarts verwijt: interpreteren. En het College heeft daarbij het voordeel van de wijsheid achteraf.
    ‘Het College heeft ook niet goed kunnen begrijpen waarom het wegvallen van het meisje als vermoeidheid is geduid…Het was beter geweest wanneer het meisje zou zijn opgenomen om nader te onderzoeken wat zij had en hoe dat bestreden kon worden.’
    Hiermee ben ik het eens. Een bewustzijnsdaling, ook al is die voorbijgaand, is geen onschuldig verschijnsel. Hoewel de aandoening die het veroorzaakt in veel gevallen onschuldig is, blijft een bewustzijnsdaling een alarmerend verschijnsel. Ook bij een 4-jarig meisje met koorts.
    Wat mij betreft is de les: een alarmerend verschijnsel moet niet bij voorbaat als onschuldig worden geduid. Blijf bij de verschijnselen. Dit geldt ook voor het College."

    D.M. Kronjee, huisarts, MAASTRICHT - 23-04-2012 14:09

    NASCHOLING

    Alcoholgebruik van de patiënt

    Met casus en rondetafelgesprek.
    Volg de nascholing »»

    Artsen en Kunst

    Vertel uw verhaal en
    WIN EEN BOEK!
    Welk kunstwerk of welke kunstenaar heeft u geïnspireerd, getroost, opgewonden, geraakt, gevormd?

    Stuur uw verhaal (300 wrd) voor de eindejaarsglossy uiterlijk 3 december in!

    Deelnemende sites

    Voor deze site(s) bent u ingelogd