U bent nu hier:

Impliciete toestemming bestaat wél

Publicatie Nr. 12 - 23 maart 2012
Jaargang 2012
Rubriek Nieuws
Auteur Simone Paauw, Diederik van Meersbergen
Pagina's 686

Specialisten kunnen gewoon specialistenbrieven aan verwijzers versturen als ze de toestemming van de patiënt kunnen veronderstellen. Dat stelt Diederik van Meersbergen, jurist bij de KNMG in een reactie op het Medisch Contact-artikel ‘Impliciete toestemming bestaat niet’.

beeld: Thinkstock beeld: Thinkstock

Het artikel waarin de Inspectie voor de Gezondheidszorg commentaar geeft op een uitspraak van het regionaal tuchtcollege deed op de website van Medisch Contact veel stof opwaaien. In de zaak is sprake van een psychotherapeut die na een intakegesprek telefonisch contact opneemt met de verwijzende huisarts en deze een verslag opstuurt.

De psychotherapeut ging ervan uit dat hij hiervoor impliciete toestemming had van de patiënt. De inspectie stelt dat informatie-uitwisseling tussen hulpverleners uitsluitend is toegestaan met expliciete (schriftelijke) toestemming van de patiënt. Het maakt dan niet uit of er sprake is van een verwijzing. Uitgaan van impliciete toestemming is wat de inspectie betreft niet voldoende.

Op de website van Medisch Contact is veel gereageerd op het commentaar van de inspectie. Kort samengevat willen artsen weten of de specialistenbrief die gewoonlijk na een intake of behandeling met impliciete ofwel veronderstelde toestemming van de patiënt wordt gestuurd aan de verwijzer nog wel op deze manier verstuurd kan worden.

‘Ook de KNMG heeft vragen gekregen naar aanleiding van dit commentaar van de inspectie’, vertelt Van Meersbergen. ‘In de uitspraak wordt niet goed duidelijk waarom het rapporteren aan de huisarts niet op grond van veronderstelde toestemming kon plaatsvinden. In de richtlijnen inzake het omgaan met medische gegevens wordt gesteld dat als de toestemming in uitzonderlijke gevallen niet evident is, bijvoorbeeld bij psychiatrische patiënten, expliciete toestemming wel noodzakelijk is.

In de zaak spreken de psychotherapeut en de patiënt elkaar tegen over of de patiënt had gezegd dat de psychotherapeut geen gegevens aan derden mocht verstrekken. Daarnaast lijkt het erop dat de terugkoppeling van de psychotherapeut aan de huisarts uitgebreider was dan de gebruikelijke beknopte specialistenbrief, waardoor er mogelijk ook niet uitgegaan kon worden van veronderstelde toestemming.’

Wat Van Meersbergen betreft hoeven artsen zich geen zorgen te maken over de alledaagse praktijk van het versturen van specialistenbrieven. Van Meersbergen: ‘Maar als er redenen zijn om te twijfelen aan de veronderstelde toestemming, doen artsen er goed aan om expliciet, schriftelijk, toestemming te vragen.’

Simone Paauw

Lees ook:

Online gepubliceerd op: 16 maart 2012

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Laatste nieuws | Achter het nieuws | Nieuwsbrief | Actuele dossiers

Laatste reacties:

Meer op de reactiepagina »

Tweets

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd