U bent nu hier:

Aandacht voorkomt medicatiefouten

Publicatie 22 april 2012
Jaargang 2012
Rubriek Nieuws
Auteur Joost Visser
Pagina's 1013

Meer aandacht voor het medicatiegebruik van patiënten die in het ziekenhuis worden opgenomen of daaruit worden ontslagen, leidt tot minder medicatiefouten. Dat is de conclusie van het onderzoek waarop Fatma Karapinar, ziekenhuisapotheker in opleiding in het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis in Amsterdam, woensdag promoveert aan de Universiteit Utrecht.

beeld: Thinkstock beeld: Thinkstock

Karapinar vergeleek 706 patiënten van de afdeling Interne geneeskunde van wie een deel een transitiezorgprogramma kreeg en een deel niet. Bij 89 procent van de eerste groep patiënten werd een onbedoeld verschil tussen de medicatie thuis en in het ziekenhuis gecorrigeerd, bij 80 procent werd de medicatie verbeterd. De patiënten die het programma hebben gevolgd, bleken tevredener over de medicatievoorlichting dan de anderen. Of het programma ook het aantal medicatiegerelateerde heropnames doet dalen, moet nog worden uitgezocht.

Het is de ziekenhuisapotheek die in het Amsterdamse ziekenhuis de farmaceutische anamnese doet, en niet de arts of verpleegkundige. Het transitiezorgprogramma houdt in dat de kwaliteit van de farmacotherapie wordt beoordeeld en de medicatie die patiënten thuis gebruiken standaard wordt vergeleken met die in het ziekenhuis. Verschillen en mogelijke fouten worden gecorrigeerd.

Karapinar: ‘Aanvankelijk deden we dat alleen bij ontslag, maar nu ook bij opname. Dat voorkomt dat bijvoorbeeld cardiale patiënten in het ziekenhuis hun longmedicatie niet meer krijgen.’ Verder krijgen patiënten bij ontslag uit het ziekenhuis informatie van een farmaceutisch consulent over wat er in het ziekenhuis in de medicatie is veranderd en hoe ze eventuele nieuwe medicatie thuis moeten gebruiken.

En ten slotte is in het kader van het programma ook de communicatie met huisartsen en openbare apotheken verbeterd: bij ontslag krijgen zij nu een medicatieoverzicht met dezelfde informatie die ook de patiënt heeft gekregen, en zo nodig de raad om een patiënt nog eens te herinneren aan een eerder in het ziekenhuis gegeven advies.

Het transitieprogramma in het Amsterdamse ziekenhuis is vijf jaar geleden begonnen; inmiddels wordt het gebruikt bij chirurgie (maar alleen bij de opname), longgeneeskunde, cardiologie, neurologie (maar alleen bij CVA-patiënten) en interne geneeskunde. Karapinar: ‘We willen het graag uitbreiden, zeker bij neurologie en chirurgie.’

Joost Visser

Lees ook:

Online gepubliceerd op: 22 april 2012

Hieronder ziet u de reacties op dit bericht. Plaats ook uw reactie! Ziet u geen reactieformulier? (1)

"Met alle respect voor het onderzoek van collega Karapinar, bekruipt mij bij het lezen van het artikel de vraag of er een academisch proefschrift nodig is om vast te stellen dat meer aandacht voor medicatiegebruik rondom opnam en ontslag uit het ziekenhuis bijdraagt aan de veiligheid. Wat zegt dat over de care als usuele, en wisten we dat nog niet.
Daarnaast mis ik de follow up van polyfarmacie in de eerste lijn. Het zijn vooral de kwetsbare ouderen bij wie het mis gaat met de pillen, zeker naarmate ze meeren langer slikken. In mijn stellige overtuiging zou polyfarmacie vanuit de eerste lijn begeleid moeten worden. Een pOH die met de oudere de medicatie doorneemt en niet alleen kijkt naar de farmacologische aspecten, maar vanuit een breed geriatrisch zorgprogramma voor kwetsbare ouderen zoals daartoe op diverse plekken in het land (helaas diverse) aanzetten worden gedaan. Maar dat is om met het Jan van Es' instituut te spreken 'een silo' te ver. Het geld dat aan onderzoek uitgegeven is, kan helaas niet meer besteed worden aan implementatie. Tijd voor een zuurremmer!"

Y.G. van Ingen, Specialist ouderengeneeskunde, ZUID-SCHARWOUDE - 22-04-2012 22:46

Laatste nieuws | Achter het nieuws | Nieuwsbrief | Actuele dossiers

Laatste reacties:

Meer op de reactiepagina »

Tweets

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd