U bent nu hier:

Recidive huiselijk geweld kan omlaag

Publicatie Nr. 49 - 09 december 2011
Jaargang 2011
Rubriek Artikelen
Auteur Henk Maassen
Pagina's 3014-3017


‘Geef mensen de taal om over hun problemen te spreken’

Huiselijk geweld is een moeilijk te behandelen probleem. In Venlo is gekozen voor een aanpak waarbij het hele gezin betrokken is. Arts Matthieu Goedhart: ‘We vergeten dat gewelddadige excessen optreden in relaties. En dat die relaties er bijna altijd toe doen.’

Professionals in onder meer de gezondheidszorg, de jeugdzorg, het onderwijs en justitie worden verplicht te gaan werken met een meldcode als zij een signaal krijgen dat duidt op huiselijk geweld of kindermishandeling. Dat is de strekking van een wetsvoorstel van staatssecretaris Veldhuijzen van Zanten (VWS). De meldcode omvat een stappenplan waarin staat wat een professional het beste kan doen bij een vermoeden van huiselijk geweld of kindermishandeling.

Is er sprake van huiselijk geweld dan is gecoördineerd interveniëren van justitie en de zorgverlenende instanties een must. Ook de twee jaar geleden verschenen richtlijn ‘Familiaal huiselijk geweld bij kinderen en volwassenen’ van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie onderstreept het belang van ketenzorg. De angst voor versnippering van de hulpverlening zit – door een aantal incidenten van de laatste jaren waarbij de jeugdzorg te laat intervenieerde – kennelijk diep.

Matthieu Goedhart: ‘Pas als je de onderlinge relaties snapt, kun je namelijk de juiste volgorde van de behandeling bepalen.’ Beeld: De Beeldredaktie, Vincent van den Hoogen Matthieu Goedhart: ‘Pas als je de onderlinge relaties snapt, kun je namelijk de juiste volgorde van de behandeling bepalen.’ Beeld: De Beeldredaktie, Vincent van den Hoogen

Arts Matthieu Goedhart, sinds 2005 bestuurder van de Mutsaersstichting in Venlo, een geïntegreerde zorginstelling met kinderpsychiatrie, jeugdhulpverlening, vrouwenhulpverlening en onderwijs onder één dak, beaamt de noodzaak van ketenzorg. Maar angst kan ook een slechte raadgever zijn, weet hij. Ouders herkennen die angst bij hulpverleners en dat verhoogt de kans dat ze huiselijk geweld verzwijgen. Want voor je het weet pakt de jeugdzorg je kind af, luidt de redenering. ‘De meeste mensen die in een geweldspiraal gevangen zitten, willen weliswaar dat het geweld stopt, maar niet hun relatie’, zegt Goedhart.

Afschermen

In dat opzicht zijn de bestaande interventietechnieken bij huiselijk geweld volgens de Venlose arts weinig succesvol. Dat er een hoge recidive van huiselijk geweld bestaat, berust volgens hem mede op ‘iatrogene factoren’. ‘Even kort door de bocht: de bestaande methoden zoomen te snel in op een deelaspect van de problemen, en vergroten dat zo uit dat het gaat domineren. Het beleid is meestal: scherm het slachtoffer af en bescherm haar of hem tegen de kwade buitenwereld. Kinderen worden snel uit huis geplaatst. Dat is lang niet altijd goed: ze gaan namelijk mythische verhalen bedenken waarmee ze het verlies van hun ouders proberen te verklaren. Daar worden ze niet beter van. Ook de neiging om de dader te criminaliseren is te groot. Lineair-causaal denken overheerst en bevordert de verkokering in de hulpverlening. Ik maak graag de vergelijking met de infectieleer: een bacterie maakt de patiënt ziek; een antibioticum geneest hem. Precies dat mechanistische model zie je hier ook, maar dat werkt niet. Zo zitten mensen niet in elkaar. We vergeten namelijk dat gewelddadige excessen optreden in relaties. En dat die relaties er bijna altijd toe doen. Alleen in uitzonderlijke gevallen is excessief gewelddadig gedrag het gevolg van een psychiatrische stoornis: ik denk aan mensen met chronische psychotische episodes, met een kern-autistisch probleem, of psychopathie. Bij hen spelen relaties inderdaad veel minder een rol. Met tijdige diagnostiek sluiten we dergelijke ernstige pathologie altijd uit.’

Groothoeklens

Bij huiselijk geweld is bijna altijd sprake van een combinatie van verschillende vormen van agressie in het gezin. ‘Dat wil zeggen: zowel geweld tussen de ouders, als agressief gedrag van ouders jegens hun kinderen.’ Goedhart ontwikkelde daarom een ‘gezinsgerichte aanpak’ die hij Multifocus heeft gedoopt. ‘Die werkt, op voorwaarde dat de verschillende betrokken disciplines in een keten samenwerken, zoals politie, maatschappelijk werk, steunpunt huiselijk geweld, Bureau Jeugdzorg en de forensische psychiatrie.’

‘Het gaat erom
de spiraal van schuld en boete te doorbreken’

Uitgangpunt is het bekende biopychosociale verklaringsmodel van ziekten en gedragsstoornissen van de Amerikaanse arts George Engel uit 1977. Goedhart: ‘We kijken eerst met een groothoeklens, dat wil zeggen naar de sociale context waarin een gezin functioneert. Pas daarna gaan we de kleine, meer individuele zaken verkennen. Pas als je de onderlinge relaties snapt, kun je namelijk de juiste volgorde van de behandeling bepalen. Ik bedoel: als je een dader instuurt naar de forensisch psychiater, dan krijgt hij daar het “standaardprogramma daderbehandeling”. Maar dat heeft alleen zin als het spoort met wat je intussen therapeutisch met moeder en kind aan het doen bent.’

Eerwraak

Een casus illustreert de Venlose werkwijze het best. Een Turks meisje meldt zich bij de politie. Ze dreigt het slachtoffer te worden van eerwraak. Haar familie kan niet accepteren dat ze ongehuwd zwanger is van een Nederlandse man. Hoewel er nog geen sprake is van een strafbaar feit, neemt de politie de zaak uiterst serieus en roept snel de hulp in van de Mutsaersstichting. Het meisje krijgt daar onderdak. Goedhart: ‘We gaan zo’n dreiging vervolgens niet dramatiseren, maar besluiten de potentiële dader te bezoeken. We houden daarbij rekening met de zeden en gewoonten in deze Turkse familie. Dus nam onze medewerker, de casemanager van deze zaak, een doos baklava mee, introduceerde zich als gast van de familie en vroeg of hij met het familiehoofd – de vader van het meisje – mocht spreken. Die stemde daarmee in, en de eerste vraag die hij stelde was simpelweg: “Ik heb een probleem en ik heb uw advies nodig. Ik maak me namelijk zorgen om uw dochter. Ik weet niet wat er met haar aan de hand is, maar ze maakt een verdrietige indruk, en daarom hebben we haar onderdak gegeven. Wat denkt u dat er met uw dochter aan de hand kan zijn?” Let op: we beginnen dus niet over eerwraak en dat dit verboden is in ons land, maar spreken de man respectvol aan in zijn ouderrol. Er ontwikkelt zich een gesprek waarin blijkt dat de broer – een volstrekt verwesterde Turk – de opdracht heeft gekregen het meisje te doden. Gaandeweg blijkt het voor de vader acceptabel als de verliefdheid en de zwangerschap van zijn dochter het gevolg zijn van een ziekte. Dat geeft een legitimatie voor haar gedrag en haalt de spanning van de zaak. De vervolgvraag is dan wel: “Wat kunnen we nu doen om haar beter te maken?” Daarvoor hebben we een beroep gedaan op de moeder. Moeders weten hoe dochters beter gemaakt kunnen worden. We hebben ontmoetingen tussen moeder en dochter gearrangeerd. Moeder kon na verloop van tijd trots vertellen dat de dochter zienderogen beter werd. Nu zijn we een jaar verder. Het meisje is bevallen en getrouwd met de Nederlandse vriend. En opa is trots. Zijn dochter is een tijdje ziek geweest.’

Taal

De vraag is uiteraard: mag dit? Goedhart en zijn mensen zullen de beweegredenen van het meisje immers zelf niet als een ziekte hebben gezien. Hij heeft er geen problemen mee: ‘In de eerste plaats voorkom je zo dat iemand het leven laat. En dat een verwesterde jongen – de broer – voor onbepaalde tijd de gevangenis ingaat. Ten tweede voorkom je dat het patroon van eerwraak wordt doorgezet in de volgende generatie. Wij vinden deze handelwijze niet normaal en bestraffen mensen, maar in de heersende familiecultuur ben en blijf je een held als je uit eerwraak handelt. En ten slotte: vanuit ons gebruikelijke denken was het meisje niet ziek. Ze had geen infectie en ze handelde wilsbekwaam. Maar bij ziekzijn, heeft Engel laten zien, komt meer kijken dan alleen maar een medisch-biologisch substraat.’

Wat ze in Venlo doen, aldus Goedhart, is mensen van de taal voorzien om over problemen als deze te spreken. Uitgangspunt is daarbij steeds dat familieleden meestal graag willen helpen, maar soms niet goed weten hoe ze dat moeten doen als er vanuit het gezin in nood geen appèl op hen wordt gedaan. ‘Wij vinden dat het gezin probleemeigenaar is. Onze behandelaren maken zich daarom klein. Ik aarzel het woord coach te gebruiken, want dan denk ik aan gezinscoaches en dat zijn we niet. Wij spreken van “intensieve casemanagers”. Zij hebben geleerd cliënten, die vaak negatieve ervaringen hebben met hulpverleners, met oprechte nieuwsgierigheid tegemoet te treden. En om bij het verhaal achter het verhaal te komen door op het juiste moment open en gesloten vragen te leren stellen.’

De Venlose stijl van crisisinterventie beweegt zich volgens hem op het snijvlak van bemoeizorg en ‘beroerzorg’: ‘De hulpverlener moet in staat zijn om het gezin tot hulp te beroeren, zeggen wij.’

Cliënttevredenheid

Multifocus is een benadering, geen methode of een recept. ‘Een methode klinkt ons te veel als standaard of gebruiksaanwijzing in de oren. Alsof het de methode is die een behandeling tot een succes maakt. Geen enkele methode zal de complexe gezinsproblematiek die de grondslag is voor veel huiselijk geweld, eenduidig kunnen doorgronden en beïnvloeden. In een samenleving waarin we denken en handelen volgens protocollen en richtlijnen, zijn we verleerd dat je als hulpverlener of als arts ook je intuïtie, je ervaring moet laten spreken.’

Intussen zijn de resultaten van Multifocus uitstekend; 378 gezinnen zijn al met de ‘methode’ geholpen. In slechts 9 procent van de gevallen was sprake van recidive, zo blijkt uit een eerste evaluatie. Landelijk is dat ongeveer 60 procent. Dat de cliënttevredenheid hoog is, hoeft dus niet te verbazen.


Goedhart: ‘Je denkt al gauw: waar zit de fout? Maar ik vermoed dat die er niet is. Misschien dat het bij een bredere steekproef 12 procent wordt; ook dan blijft het een enorm verschil. Maar ook wij zien dus recidive. Soms doordat de ketenzorg toch niet goed van de grond komt. En soms kunnen wij ook niet anders dan mensen van elkaar scheiden. Maar al met al voorkomen we veel maatschappelijke schadelast en daarmee extra hulpverlening.’

‘Onze behandelaren
maken zich klein’


Dat ziet ook zorgverzekeraar VGZ: komend jaar wordt de bestaande gemeentelijke financiering die de stichting krijgt, gekoppeld aan projectfinanciering van de verzekeraar om met dat geld huisartsen in de regio te ondersteunen in het sneller signaleren van en doorverwijzen bij huiselijk geweld. ‘Als ze een niet-pluisgevoel krijgen, weten ze nu vaak niet wat te doen, zo is onze ervaring’, zegt Goedhart. ‘Vooral omdat ze de goede relatie met het gezin niet op het spel willen zetten. Huisartsen kunnen in onze benadering pleitbezorgers van het gezin blijven. Die meldcode ‘Huiselijk geweld’ is daarom zeker vanuit de optiek van de huisarts een slecht idee. Er komt onmiddellijk een juridische procedure op gang, en het vooruitzicht daarop zal juist de vertrouwensband van de huisarts met het gezin in de weg staan. Wat je wilt, is dat mensen hun verantwoordelijkheid nemen. Dat stimuleer je niet door modellen in te voeren waarin straffen en veroordelen centraal staan. Juist bij huiselijk geweld en kindermishandeling gaat het erom de spiraal van schuld en boete te doorbreken. Ik vind: een arts dient neutraal te zijn voor alle partijen, dan behoudt hij zijn geloofwaardigheid en kan hij zijn patiënten veel beter van dienst zijn. Alleen zo zullen interventies herkenbaar en acceptabel zijn, ook voor de daders.’

Henk Maassen


Samenvatting

  • Bestaande interventietechnieken bij huiselijk geweld zijn weinig succesvol.
  • De aanpak die in Venlo wordt gebruikt betrekt het gehele gezin bij de behandeling. Uitgangspunt is dat familieleden meestal graag willen helpen, maar soms niet goed weten hoe.
  • De resultaten zijn uitstekend, slechts 9 procent van de gevallen recidiveert.


Het Venlose model

Meer over het Venlose model in: Matthieu Goedhart en Joep Choy – Multifocus, de kracht van verbinden, Mutsaersstichting, 2011.

‘Zingen in het donker’ is een korte speelfilm met o.a. Carice van Houten, Frank Lammers en Aart Staartjes waarin de oorzaken en effecten van huiselijk geweld in beeld worden gebracht.

Beide zijn te verkrijgen via: www.mutsaersstichting.nl.



Interview met Carice van Houten en Frank Lammers over de film ‘Zingen in het donker’

Zie ook

  • De ministerraad heeft ingestemd met het wetsvoorstel verplichte meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling…

Dossier Kindermishandeling

Nascholing Kindermishandeling


Klik hier voor een PDF van dit artikel

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftoverzicht | Nieuwsbrief

Laatste reacties:

    Antwerpen brandt! - Luc Bonneux

    Reactie: 'Dank voor uw column. Gelukkig bent u een arts die wel voorbij het Wij-Zij durft te kijken!'     


    Op spitzen - Eveline Knibbeler

    Reactie: 'Bovenstaande reactie van collega Wilschut-Verhoef beschouw ik als reclame. Bovendien staat er een UR...'     


Meer op de reactiepagina »

Tweets

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd