Laatste nieuws
Ben Crul
9 minuten leestijd
rechtspraak

‘Een rechter is geen dominee’

Plaats een reactie

 

Mr. Auko Scholten, voorzitter Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

Net als de arts, staat ook het hoogste tuchtcollege vaak voor zware beslissingen. De nieuwe voorzitter, Auko Scholten, over het ingewikkelde en tijdrovende proces van beoordelen en, soms, veroordelen. ‘We praten net zolang tot we eruit zijn.’ 

Een blauwe maandag studeerde hij medicijnen. Maar in zijn eerste jaar stapte hij – tot groot verdriet van zijn vader – al over op rechten. Auko Scholten (60), sinds 1 januari 2010 voorzitter van het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg (CTG) in Den Haag trekt meteen na de fotosessie zijn colbertje uit en praat op zijn gemak. ‘Het medisch beroep trok mij wel, vooral omdat het om mensen gaat, maar toen mijn latere zwager – die nu chirurg is – al die anatomieplaatjes liet zien, had ik de drive niet meer om door te gaan. Al die zenuwen en gaatjes waar ze doorheen gaan uit mijn hoofd leren, dat was niks voor mij.’

Dat juristen vooral geïnteresseerd zijn in letters en wetsteksten, bestrijdt de vriendelijke ogende en zorgvuldig formulerende Scholten: ‘Ons vak heeft alles met mensen te maken, over hun interactie en hoe we het regelen om dat samengaan goed te laten verlopen. Dat vind ik boeiend. Bij het tuchtrecht geldt het zeker. Bij civiel recht gaat het om geld, bij strafrecht om boeven, maar bij het tuchtrecht gaat het bij uitstek om de menselijke maat. Daarom heb ik vorig jaar ook gesolliciteerd naar deze functie.’

Auko Scholten is sinds twaalf jaar lid van het hoogste tuchtcollege, waarvan drie jaar als plaatsvervangend voorzitter. Mensen hebben zijn interesse, en mensen met afwijkend gedrag misschien nog wel het meest. Hij behandelde bij de rechtbank te Utrecht vele zogenaamde Krankzinnigenwet-zaken: ‘Bij inbewaringstelling ging het vaak om flinterdunne dossiers. Ik ben als rechter altijd naar die mensen toe gegaan. Ze bevonden zich vaak in mensonterende omstandigheden en wilden niks meer.’ Oprecht vertwijfeld: ‘Maar die kun je toch niet laten creperen? Het gaat wel om een mens, hè. Dus ik heb hen, als ik dat nodig vond, met een IBS laten opnemen en verzorgen.’

Helemaal consequent in zijn voorliefde voor menselijke interactie is Scholten niet. Van het familierecht moet hij niets hebben. Verontschuldigend: ‘Al dat geruzie tussen mensen die in scheiding liggen, ik kan er niet tegen. Het is eigenlijk de enige tak van het recht die te zeer bij mij binnenkomt, te veel emotie losmaakt.’

Groter verband
Het stapeltje Medisch Contacten op zijn bureau verraadt zijn nieuwsgierigheid naar commentaren en reacties op gepubliceerde tuchtuitspraken. Sinds hij voorzitter van het Centraal Tuchtcollege is, leest Scholten ook de uitspraken van zaken waar hij zelf niet op zit, voor ze de deur uitgaan: ‘Ik wil er zeker van zijn dat de redenering en beslissing kloppen en passen binnen onze jurisprudentie. Bij ingrijpende en publicitair gevoelige beslissingen roep ik sinds dit jaar ook de vier plaatsvervangend voorzitters bij elkaar. Er wordt dan in groter verband naar de betreffende zaak gekeken. Dat werkt goed.’

Welke zaken zijn dat zoal?
‘Bijvoorbeeld de zaak uit Medisch Contact nummer 27 van 8 juli (Operateur niet vervangen zonder toestemming van de patiënt), over het zonder toestemming van de patiënt vervangen van de operateur. Dat was de eerste volgens het nieuwe regime. Je voelt je als patiënt toch gepakt als je achteraf merkt dat iemand anders je geopereerd heeft dan je mocht verwachten? Over die zaak hebben wij lang gedelibereerd en de tekst van de uitspraak is vele malen aangepast. Allemaal in nauw overleg met de twee leden-beroepsgenoten en drie juristen die op die zaak zitten, want uiteindelijk beslist de zittende combinatie.

De formulering van een nieuwe norm luistert namelijk heel nauw. Je kunt dat probleem nu eenmaal niet oplossen met een briefje aan de muur in de wachtkamer met: ‘Let op, u kunt ook door een andere dokter geholpen worden’. Maar of een meegegeven folder wél voldoet, daar konden wij geen uitspraak over doen, omdat in deze zaak niet vaststond dat een folder was meegegeven. Wij moeten er ook voor waken wijsneuzerige uitspraken te doen in kwesties waarover tussen de procespartijen geen debat geweest is.’

Tenzij de inspectie het nodig vindt er een proefproces over te starten. Dat is hun bevoegdheid.
‘Een proefproces is gewoon een proces. Daar moet u niet licht over denken. Maar de inspectie zou ons inderdaad door meer tuchtzaken aanhangig te maken nog meer kunnen dwingen tot normering. Dat gebeurt nu nauwelijks. Daarover ga ik binnenkort ook met hen praten. Eigenlijk zien wij maar het topje van de ijsberg. Het meeste bereikt ons niet. Wij, rechters, zijn ook niet in de positie om als een soort inquisiteur een andere arts in een keten van behandelaars, die mogelijk meer gefaald heeft, te gaan betrekken. De inspectie kan dat wel doen of zich – zoals dat heet – voegen in de zaak.’

Scholten pakt het jaarverslag van de tuchtcolleges erbij: ‘In 2009 gebeurde dat maar in 2 van in totaal 311 appelzaken.’

Heeft de appelzaak van de vakantievierende arts in Nepal die een ‘waarschuwing’ van het regionaal tuchtcollege kreeg vanwege zijn weigering medische hulp te verlenen ook tot veel intern overleg geleid?

Auko Scholten antwoordt behoedzaam, omdat de zitting wél, maar de uitspraak nog niét is geweest. Hij zat de zitting zelf voor. ‘De Nepal-zaak ligt zowel inhoudelijk als publicitair gevoelig. Na afloop van de zitting hebben we er – met de twee leden-geneeskundigen en drie juristen – uitgebreid over gesproken. En vervolgens met de plaatsvervangende voorzitters. We praten net zolang tot we eruit zijn. Een van ons schrijft het concept en legt dat weer aan de leden voor die op de zaak zitten. De kwestie is moeilijk. Geldt ons tuchtrecht daar op die berg? Moet een arts altijd maar beschikbaar zijn?

In het algemeen en los van deze zaak zou ik zelf zeggen dat een arts in geval van nood altijd moet trachten te helpen. Waar ben je anders dokter voor geworden? Maar dan blijft nog altijd de vraag over of dit een ethische norm is of een juridische. Iets dergelijks staat trouwens ook in de gedragsregels van de KNMG. Is het je verschuilen als arts te begrijpen? Ja. Is het te billijken? Nee. Je moet voor de mens kiezen. Maar de Nepal-zaak kun je niet met algemeenheden of (semi)wijsheden afdoen. Die zaak kent vele aspecten die allemaal bij de beoordeling moeten worden betrokken. Ik mag en wil daar vanwege het geheim van de raadkamer niets over zeggen.’ Scholten bezweert met een geheimzinnige glimlach dat de langverwachte uitspraak uiterlijk in augustus zal komen.

Helpt het als een arts op de zitting toegeeft dat hij fout zat?
‘Het helpt als je inziet dat je een fout hebt gemaakt en het helpt als je maatregelen hebt genomen om zo’n fout niet meer te maken, maar je mag persisteren bij je gelijk en inhoudelijk van mening blijven verschillen. Het erkennen van de fout kan meewerken in het kader van de speciale preventie. Dan gaat het om de vraag of er kans op herhaling is of niet. Ik ben echter tegen domineesgedrag van rechters of tuchtcolleges, waarbij tijdens de zitting schuldbekentenis wordt verlangd. Ik zie artsen als gewetensvolle hardwerkende mensen. Een zin als ‘de arts heeft de laakbaarheid van zijn handelen niet ingezien’ zal ik niet snel opschrijven.

Daarbij realiseer ik mij terdege dat artsen op een tuchtzitting gespannen zijn, ook omdat ze niet weten wat hen boven het hoofd hangt. Ik zou mij daar ook heel onplezierig bij voelen. Hetzelfde onzekere gevoel dat ik ervaar als ik – omgekeerd – bij de dokter kom.’ Lachend: ‘Maar die zegt toch alleen maar dat ik moet afvallen, als ik voor de pijn in mijn knieën kom. Ik vind het daarom belangrijk dat aangeklaagde artsen zich tijdens de zitting veilig en in goede, professionele, handen weten, niet worden afgesnauwd en hun eigen verhaal kunnen vertellen. Zeker als het een eerlijk verhaal is, moeten ze dat niet alleen aan hun advocaat overlaten. Die was er niet bij toen het gebeurde. Rechters zijn getraind zich open op te stellen en opmerkingen als ‘vindt u niet dat u dit of dat had moeten doen?’ zijn wat mij betreft uit den boze.’

Uw voorganger, Rudolf Torrenga sprak zich – in tegenstelling tot zijn voorganger mr. Bakker – ook soms buiten de rechtszaal uit over een vonnis. Wat gaat Auko Scholten doen?
‘Het hangt helemaal af van de situatie, maar ik zit zeker op de lijn van Torrenga en zie goed informeren als een uitdaging. Het CTG moet zich behalve in de uitspraak ook anderszins uiten. Als de uitspraak toch niet helder geformuleerd blijkt, of jullie commentaar in MC prikkelt mij, dan zal ik niet aarzelen om toe te lichten. Ik ben het bijvoorbeeld eens met jullie verwijt over de casus ‘moeizame repositie en communicatie’ in Medisch Contact 16 van 22 april(Moeizame repositie én communicatie). Wij zouden ons er te gemakkelijk van af hebben gemaakt door de verantwoordelijkheid van een arts voor goede communicatie in een groot ziekenhuis nihil te verklaren. Ook los van de organisatie van het ziekenhuis is die er wel degelijk.

Maar in een andere zaak, waarin jullie ons verweten toch ‘met het wijsvingertje te wijzen naar onjuist handelen’ ondanks dat in die zaak werd beslist dat er niet tuchtrechtelijk verwijtbaar is gehandeld, hebben jullie ons niet begrepen. In wezen vonden wij het fout, maar vonden we het opleggen van een maatregel te zwaar. Het is soms schipperen. Er bestaan nu eenmaal fouten in handelen of nalaten waarvoor geen maatregel wordt opgelegd. Daarover moet óók gepubliceerd worden. Inderdaad: ter lering.’

Geldt dat ook voor de regionale tuchtcolleges? Het Regionaal Tuchtcollege Den Haag heeft in 2009 maar één zaak ter publicatie aangeboden, terwijl vergelijkbare colleges met eenzelfde aantal te behandelen klachten ruim boven de tien zitten.
‘Dat verbaast mij. Het leren uit uitspraken mag veel meer. Daar doen we nog steeds onvoldoende aan. Eigenlijk zou alles gepubliceerd moeten worden. Dat gebeurt in principe al op onze website, maar ik snap dat artsen dat nou niet dagelijks lezen. De inspectie kan ook meer doen met de uitspraken die zij allemaal onder ogen krijgt. Prima dat zij zaken onder de noemer ‘selectie uit de inspectie’ eruit pikken en op de MC-website zetten, maar zet het leermoment van die keuze er dan ook overduidelijk bij.’

Iedereen mag zittingen van het tuchtcollege bijwonen. Televisieprogramma’s als ‘Medische missers’ putten rijkelijk uit jullie tuchtuitspraken. Bevordert die openheid de kwaliteit?
‘Openheid bevordert zeker de kwaliteit, maar de openbaarheid van de zittingen heeft bij ons niks opgeleverd. Behalve een schoolklas op excursie is de publieke tribune doorgaans leeg. En een tv-programma als “Medische missers” vind ik geen recht doen. Ik heb er een keer naar gekeken. Het is onevenwichtig. De toon bevalt mij niet. Te inquisitoriaal en vaak zonder goede medische en juridische input. Ik kijk er nooit meer naar. Het doel van het tuchtrecht is gelegen in het algemeen belang van een goede beroepsuitoefening. Kwaliteitsbewaking van de beroepsuitoefening staat voorop. Het gaat niet om genoegdoening, zoals bij die programma’s, maar om kwaliteitshandhaving en normering.’

Auko Scholten mag in principe tot zijn 70ste in functie blijven. Hij wil zich vooral richten op…
‘Mijn ambitie is dat wij als tuchtrechter erin slagen het medisch handelen te kunnen beoordelen ook in het licht van de totale keten van zorg. Daar moet een goed antwoord op komen. Maar hoe? Het gaat nu nog steeds om individueel medisch handelen en daarmee doen we de werkelijkheid soms ten dele geweld aan. Eigenlijk gaat het om de som van ieders aandeel in een samenwerkingsverband. Naast de individuele benadering dient het collectief of de keten bij de zaak te worden betrokken. Maar hoe krijg je dat in het tuchtrecht gerealiseerd? Ik heb eens zeven medisch specialisten op rij voor mij gehad en iedereen wees naar de ander als hoofdbehandelaar. Uiteindelijk kreeg de huisarts van hen die rol in zijn schoenen geschoven. Dat kan natuurlijk niet. Ja, dat wordt mijn grootste uitdaging.’


Ben Crul
e: redactie@medischcontact.nl
beeld: De Beeldredaktie, Ruud van Zwet

Zomerinterviews

Deze zomer publiceert Medisch Contact een serie interviews met kopstukken uit de Nederlandse gezondheidszorg. In dit nummer, na gesprekken met kankeronderzoeker Pieter Borst (nr. 27) en hoogleraar Toine Lagro-Janssen (nr. 28), de derde aflevering. In de twee volgende uitgaven komen respectievelijk ethicus Inez de Beaufort en arts-microbioloog Jan Kluytmans aan het woord.

Lees alle zomerinterviews

Lees ook:

‘Het collectief moet bij de zaak worden betrokken, maar hoe?’
‘Het collectief moet bij de zaak worden betrokken, maar hoe?’
Op dit artikel reageren inloggen
Reacties
  • Er zijn nog geen reacties
 

Cookies op Medisch Contact

Medisch Contact vraagt u om cookies te accepteren voor optimale werking van de site, kwaliteitsverbetering door geanonimiseerde analyse van het gebruik van de site en het tonen van relevante advertenties, video’s en andere multimediale inhoud. Meer informatie vindt u in onze privacy- en cookieverklaring.