U bent nu hier:

Mond-op-mondbeademing

Publicatie 16 december 2010
Auteur Ben J.P. Crul
beeld: Thinkstock beeld: Thinkstock

En toen kwam Saar. Zo’n 35 jaar geleden was zij mijn eerste hond en vervulde een lang gekoesterde wens. De keus was op een rottweiler gevallen. We bestelden een teefje bij een bij een fokster die zich had toegelegd op het fokken van vriendelijke, sociale rottweilers.

Saar bleek ook nog eens tot een schoonheid uit te groeien, kreeg het predicaat ‘uitmuntend’ op een tentoonstelling, reden voor de fokster om aan te dringen op een nestje om deze mooie bloedlijn voor de toekomst te behouden.

Dat leek ons, en vooral ook onze kinderen, een goed idee. Saar was uitgerekend net na mijn promotie. Haar zwangerschap was toen 60 dagen, ze had een indrukwekkende omvang. Geboorte van jonge hondjes vindt tussen de 61ste en 63ste dag plaats. De dag na mijn promotie stond direct in het teken van deze op handen zijnde gebeurtenis.

Ik ging op een stretcher naast haar in de garage slapen. Al de volgende nacht was het zover. Ze was eerst onrustig, toen heel kalm, had weeën. Er kwam een perswee en ik zag een vrolijk kwispelend staartje tevoorschijn komen met trappelende voetjes. Geen hoofdligging dus – ook bij honden het meest gebruikelijk – maar een onvolkomen stuit.

Terwijl ik aan het overwegen was wat te doen, zag ik het staartje steeds minder kwispelen en ten slotte als een slap vodje naar buiten hangen. In de voetjes zat eveneens geen leven meer. De uitdrijving staakt, stelde ik vast, ook de weeën waren opgehouden.

Gelukkig had ik gelezen dat je bij een barende hond een wee kunt opwekken door over de onderbuik te wrijven. Dat deed ik. Meteen kwam er een wee en plofte er een volkomen levenloos hondje naar buiten. ‘Dat mág niet waar zijn’, dacht ik. Ik wreef de keel uit, pakte het hondje in mijn beide handen en begon met heel kleine pufjes lucht mond-op-mondbeademing toe te passen.

Na een minuut of twee gaapte het hondje diep. Ik ging door, hij gaapte nog meer en ging ten slotte min of meer normaal ademen. Daarna werden er heel voorspoedig nog zeven broertjes en zusje geboren. Ik heb nooit geweten welk hondje van de acht zijn leven dankte aan mijn mond-op-mondbeademing.

Saar heeft nog een tweede nest gehad, is 13 jaar geworden, één dochter van haar hebben we gehouden. Daarna hebben we altijd een of twee honden gehad. Rottweilers, herders en nu Liv, een Beauceron.

prof. dr. Ben J.P. Crul, emeritus hoogleraar pijnbestrijding


Meer lezersbijdragen over behandeling van dieren

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Tijdschriftoverzicht | Nieuwsbrief

Laatste reacties:

    Familieonderzoek FH kan binnen reguliere zorg

    Reactie: 'REACTIE MEDISCH CONTACT ARTIKEL: FH ZORG HOORT NIET BIJ DE KLINISCHE GENETICA (dr. Y. Hoedemakers e...'     


    Heksenjacht - Marcel Levi

    Reactie: ' Trots ben ik lid van de NvtdK, die soms inderdaad misschien wel iets te fanatiek is, maar altijd op...'     


Meer op de reactiepagina »

Tweets

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd