U bent nu hier:

SCEN moet parttime specialisme worden

Publicatie Nr. 04 - 27 januari 2012
Jaargang 2012
Rubriek Artikelen
Auteur Annemiek Berghoef
Pagina's 20-21


Groeiend aantal consultaties vraagt om andere organisatievorm

Twaalf aanvragen voor steun of consultatie per week krijgen SCEN-artsen soms te verwerken. Dat is vrijwel niet meer te combineren met gewone werkzaamheden als huisarts of specialist. Steun en Consultatie bij Euthanasie zou daarom een parttime specialisme moeten worden.

De regionale toetsingscommissies ontvingen 3136 euthanasiemeldingen in 2010, een stijging van 19 procent ten opzichte van 2009.1 In vrijwel alle gevallen is er voorafgaand aan de euthanasie een SCEN-arts (SCEN: Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland) ingeschakeld om te beoordelen of aan de zorgvuldigheidscriteria was voldaan (zie ook de reportage op blz. 186). Een second opinion door een niet-SCEN arts komt bijna niet meer voor. Zodoende is ook het aantal consultaties door SCEN-artsen gestegen. In werkelijkheid is dit aantal nog hoger (3669 in 2010), omdat lang niet alle consultaties tot euthanasie leiden.2

Dit komt bijvoorbeeld door natuurlijk overlijden of doordat het achteraf om een vraag om palliatieve zorg blijkt te gaan.3 Ook het aantal keren dat SCEN-artsen gebeld worden voor advies of steun neemt toe.

Beeld: Marcel van den Bergh, HH Beeld: Marcel van den Bergh, HH

Terwijl de vraag dus groeit, dreigt in een aantal regio’s een tekort aan SCEN-artsen te ontstaan.4 Onlangs deed de KNMG in Medisch Contact een oproep om nieuwe SCEN-artsen te werven, en met reden.5 De gemiddelde leeftijd van SCEN-artsen is hoog; een flink deel van hen gaat de komende jaren met pensioen. De groep die overblijft doet het werk in het algemeen naast een gewone functie als huisarts of specialist (onder meer ouderengeneeskunde).

SCEN-artsen hebben in de meeste regio’s vier maal per jaar een week dienst en zijn daarnaast vier weken beschikbaar als achterwacht. In de regio Noord-Holland-Noord wordt wegens drukte regelmatig de achterwacht en soms zelfs een derde arts ingeschakeld. Dit jaar heb ik zelf per dienstweek gemiddeld twaalf- tot dertienmaal het verzoek gekregen om een (huis)arts te bellen met een vraag over euthanasie.

Complex

Niet alleen nemen de consultaties in aantal toe, ze zijn inhoudelijk ook vaak complex. Dit komt onder meer doordat het voor aanvragende artsen die slechts eens in de paar jaar een euthanasieverzoek krijgen, lastig is om op het juiste moment een SCEN-arts te raadplegen. Zo komt het geregeld voor dat dokters zo lang wachten met het aanvragen van een consultatie, dat de patiënt wegens hersenmetastasen of een delier niet meer aanspreekbaar is.

Afgelopen jaar kwam ik bijvoorbeeld bij een vrouw met hersenmetastasen bij ovariumcarcinoom die plotseling sterk achteruit was gegaan. Hoewel ze volgens de huisarts en de familie een euthanasiewens had, kon ze dat zelf niet meer bevestigen; niet mondeling en ook niet non-verbaal of door het antwoord op te schrijven Ik moest derhalve concluderen dat niet aan de zorgvuldigheidscriteria was voldaan. Voor alle betrokkenen een nare situatie.

Als een patiënt met een maligniteit een euthanasiewens heeft, vraagt dit om goede timing. Vooral in geval van hersentumoren of -metastasen is het verstandig om een vroege consultatie aan te vragen, op het moment dat iemand nog adequaat kan antwoorden op vragen. Mocht er langere tijd zitten tussen de consultatie en de euthanasie, dan kan de behandelend arts nogmaals contact opnemen met de SCEN-arts om het verslag aan te passen. Niet alle artsen zijn echter van deze mogelijkheid op de hoogte.

Kunstfout

Het komt ook voor dat de familie van een acuut verslechterde, stervende patiënt zegt dat er ‘nu euthanasie moet plaatsvinden’. Dat maak ik als behandelend arts zelf regelmatig mee. Dit is een vraag om hulp van naasten die in nood zijn. Als arts is het op dat moment je taak om de familie te steunen, om uit te leggen dat het einde nabij is en dat je er als arts alles aan zal doen om het lijden te verlichten. Echter, van het starten van een euthanasieprocedure kan op dat moment geen sprake meer zijn. Een SCEN-consultatie aanvragen is dan een kunstfout waar niemand bij gebaat is. Dat dit toch voorkomt, duidt erop dat er rond euthanasie bij artsen nog veel onduidelijkheid heerst.

Iets anders wat vaak niet bij de aanvragend arts bekend is, is het feit dat de euthanasie niet zomaar door een andere arts kan worden uitgevoerd. Overdragen kan alleen onder strikte voorwaarden. Verder vragen artsen ook wel eens een SCEN-consultatie aan als ze de patiënt in kwestie nog maar één keer gesproken hebben. Of ze doen de aanvraag terwijl ze eigenlijk al weten dat ze de euthanasie niet kunnen of willen uitvoeren. Dat wijst erop dat veel artsen het lastig vinden om de regels uit te leggen. Ze willen patiënten niet teleurstellen en vragen dan toch maar om consultatie, terwijl eigenlijk al duidelijk is dat euthanasie juridisch niet mogelijk is. In dit geval is een vraag om steun aangewezen, niet om een consultatie. Maar ook daarover bestaat niet bij iedereen duidelijkheid.

Parttime functie

De KNMG probeert meer artsen enthousiast te maken voor het werk van SCEN-arts. Dat werk is buitengewoon boeiend, veelzijdig en vaak bevredigend.5 Het vraagt echter veel van artsen die hiernaast een huisartsenpraktijk hebben of werken als specialist. Momenteel wordt alleen een vergoeding gegeven als het daadwerkelijk tot een consultatie komt (339 euro voor circa vier uur werk, inclusief reiskosten). De telefonische advisering, die ook veel tijd en aandacht vergt, wordt niet vergoed.

Doorgaan op de huidige manier
gaat tot problemen leiden

Een mogelijke oplossing is een andere organisatievorm. De functie van SCEN-arts zou uitgebouwd kunnen worden tot een specialistische (parttime) baan. Behalve voor vragen rond euthanasie zou de SCEN-arts dan ook benaderd kunnen worden voor vragen rondom levenseindeproblematiek in het algemeen en palliatieve sedatie. Veel SCEN-artsen hebben ook ervaring in de palliatieve zorg.

In die opzet zouden er minder SCEN-artsen per regio nodig zijn, en de artsen die er zijn zouden wekelijks enkele uren aan deze functie kunnen besteden. Te denken valt aan een pilot in de regio’s met de meeste consultaanvragen, zoals Noord-Holland. Een uitbreiding van de door de KNMG verzorgde opleiding is dan nodig.

Ik hoop van harte dat de KNMG dit voorstel in overweging wil nemen, want doorgaan op de huidige manier zou binnen afzienbare tijd tot problemen kunnen leiden.

drs. Annemiek Berghoef, specialist ouderengeneeskunde, palliatief arts en SCEN-arts

Correspondentieadres: aberghoef@omring.nl; c.c.: redactie@medischcontact.nl. Geen belangenverstrengeling gemeld.

Samenvatting

  • SCEN-artsen worden steeds vaker ingeschakeld en misverstanden over euthanasie maken hun taken complex.
  • Het wordt steeds lastiger om het werk te combineren met een eigen praktijk of ziekenhuisbetrekking.
  • Dit kan worden opgelost door een bredere, parttime SCEN-functie in het leven te roepen die door minder, maar beter opgeleide artsen wordt vervuld.

Lees ook de reportage over het werk van SCEN-artsen: 'Dan trekt mijn moeder me de hemel in' op blz. 186.

Dossier Levenseinde

Voetnoten

1. Jaarverslag regionale toetsingscommissies euthanasie, 2010.

2. KNMG, Spiegelinformatie SCEN 2010, Utrecht, 2011.

3. Meer S van der. Rol Scen-arts te ruim opgevat. Medisch Contact 2011; 66 (15): 939-41.

4. Bulletin Huisartsenzorg Regio DWO-NWN, 2008.

5. KNMG, SCEN-arts: moeilijk maar inspirerend, Medisch Contact 2011; 66 (38): 2321.

Klik hier voor een PDF van dit artikel

Dossier Levenseinde

Hieronder ziet u de reacties op dit bericht. Plaats ook uw reactie! Ziet u geen reactieformulier? (6)

"Ik ben sinds 2 jaar scenarts. Mijn registratie als huisarts loopt over 2 jaar af. Dan ben ik 67 jaar. Ik doe krampachtig mijn best (dus ook diensten)om toch nog 1x voor 5 jaar geregistreerd te worden, vooral om mijn scenaktiteiten voort te kunnen zetten. Is een termijn van 5 jaar na je pensioen, niet heel redelijk om toch nog bevoegd te blijven als scen arts? Ineke Gortzak, Amsterdam"

C. Gortzak, huisarts, AMSTERDAM - 13-06-2012 10:11

"Geachte Redaktie,

In `SCEN moet parttime specialisme worden`[Medisch Contact nr.4 van dit jaar]schrijft collega Berghoef dat misverstanden over euthanasie de taak van een SCEN - arts complex maken.
Dat is natuurlijk te verwachten, omdat het bij euthanasie altijd gaat over niet dagelijks voorkomend en niet normaal medisch handelen dat daarom extra zorg en aandacht vraagt.

Nog steeds ben ik de SCEN - arts dankbaar die door mij werd geraadpleegd ivm het euthanasieverzoek van een acuut verslechterde maar welliswaar niet stervende patient, daarin ondersteund door diens familie.
Deze collega bevestigde mijn standpunt dat er niet aan de criteria werd voldaan.
De steun van een SCEN - arts was in dit geval belangrijk omdat het ging om de bescherming van de autonomie van de arts tegenover het misverstand dat er een recht op euthanasie zou bestaan.
Omdat dit recht immers niet bestaat zet de arts door het uitvoeren van euthanasie zijn autonomie op het spel.
Want euthanasie is strikt juridisch gezien een onwettige handeling waarbij de officier van justitie achteraf bepaalt of er voldaan is aan voldoende voorwaarden om niet tot vervolging te hoeven overgaan. "

Peter van Rijn, huisarts `72 -`09, RHEDEN - 09-02-2012 19:08

" Beste Annemiek,

Het capaciteitsprobleem van SCEN-artsen kan ook anders opgelost worden, namelijk met andere logistiek. In Almere hebben we geen rooster, maar een lijst namen van SCEN-artsen op het stedelijke intranet. De bovenste bel je voor een SCEN-consult. Als de bovenste niet kan om wat voor reden dan ook, dan bel je de tweede op de lijst. Dat lost zich altijd op. Meestal kan de eerste, soms pas de derde. Daarna gaat die naam naar onderaan de lijst. Zo staat er geen druk op de SCEN-arts. Nee zeggen kun je als SCEN-arts altijd, maar je naam blijft wel bovenaan staan. Je wordt dus weer gebeld bij het eerstvolgende verzoek. Dit werkt al jaren goed, ook toen we een tijdje wat krap in de SCEN-artsen zaten.
"

Nico van Duijn, huisarts, voormalig SCEN-arts , Almere - 07-02-2012 15:55

"Geachte heer van Wijlick,

Dank voor uw reactie. De spiegelinformatie ken ik inderdaad en terwijl het gemiddelde aantal consulten in Nederland op 9 per arts per jaar staat, heb ik er zelf 3 maal zoveel gedaan in 2010. Ik had dit artikel niet geschreven als dit alleen mijn ervaring was. Regelmatig komt in de intervisie bijeenkomsten van Noord-Holland-Noord het aantal consulten per week ter sprake. U stelt voor om de diensten met 4 of 5 artsen te gaan doen. We hebben echter net genoeg artsen om het dienstrooster vol te krijgen met 1 voorwacht en 1 achterwacht; als we maximaal 2 of 3 consulten per week zouden doen, zouden er òf 4 keer zoveel artsen bij moeten komen òf we zouden veel meer weken per jaar bereikbaar moeten zijn. Samen met collega van Ingen doe ik op het moment een analyse van het aantal consulten voor SCEN in heel Nederland. Hierbij valt op dat de regionale verschillen enorm zijn. Terwijl er regio's zijn waar er 5 consulten per maand zijn, zijn er ook regio's waarbij het aantal consulten boven de 40 per maand zijn! Naast Amsterdam is dit Noord-Holland-Noord waar ik werk. Ik heb wel alle 12 telefoontjes aangenomen en heb elke week dat ik dienst had 6-7 consulten gedaan, de achterwacht ook 1-3 en soms nog een 3e arts een paar. Het valt zeker niet altijd mee om consulten "kwijt" te raken of over te dragen aan collega's.

Ik sluit me volledig aan bij de collega's en dat schrijf ik ook in mijn artikel, dat het SCEN-werk buitengewoon boeiend en nuttig is. bovendien wordt mijn werk erg gewaardeerd door huisartsen en ook patiënten.

Echter ik merk bij collega's dat de enorme belasting van het aantal consulten en toe leidt dat ze overwegen om er mee te stoppen, wat heel jammer zou zijn.
Om het SCEN-werk in stand te houden heb ik geprobeerd te kijken naar een andere organisatievorm. Dhr. Sanders van het KNMG weet dat ik ook bereid ben, heel graag zelfs, om samen met het KNMG hierover mee te denken zodat SCEN niet aan haar eigen succes ten onder hoeft te gaan"

A. Berghoef, SCEN-arts, specialist ouderengeneeskunde, palliatief arts, GROOTEBROEK - 29-01-2012 10:44

"Dat het aantal oproepen voor alle SCEN-artsen de afgelopen jaren is toegenomen staat vast. Het punt dat Hoekstra maakt is een belangrijk uitgangspunt binnen SCEN: maak onderling afspraken over het aantal uit te voeren consultaties en stem hier het wekelijks benodigde aantal SCEN-artsen op af. Zo is het verstandig als er wekelijks twaalf oproepen worden gedaan om die te verdelen over 4 tot 5 SCEN-artsen, die dan ook wel bereikbaar en beschikbaar moeten zijn. Maak daarnaast de afspraak om onderling contact te hebben over de aard en de belasting van de oproep. Het is dus niet zo, zoals Berghoef in Medisch Contact van 27 januari 2012 lijkt te suggeren, dat iedere SCEN-arts zelf 12 aanvragen per week krijgt en moet verwerken. Uit de landelijke spiegelinformatie over 2010 blijkt overigens dat een SCEN-arts jaarlijks gemiddeld 9 consultaties uitvoert bij zo'n vier weken dienst per jaar. Dit neemt niet weg dat ik het pleidooi van Hoekstra ondersteun: 'Collega's meldt u aan als SCEN-arts'. De SCEN-artsen Carel Hardeman en Joris van Leeuwen laten in dezelfde Medisch Contact zien hoe boeiend en inspirerend dat kan zijn, maar tegelijkertijd geven zij - maar ook Hoekstra - heel goed aan waarom een SCEN-arts niet te veel consultaties moet doen."

Eric van Wijlick, programmaleider SCEN, Utrecht - 27-01-2012 15:16


1  |  2

Tijdschriftoverzicht | Nieuwsbrief

Laatste reacties:

    Huisartsenzorg = basiszorg

    Reactie: 'Collega Holtrop en van Moorsel slaan voor mij de spijker op de kop Door bench marking verklaren we e...'     


    Epd Epic krijgt onvoldoende

    Reactie: 'We zitten in de EPD trein bestuurd door onze managers. Er is geen weg terug. Naast mode woorden als ...'  »»
    Reacties: 1 reactie


Meer op de reactiepagina »

Tweets

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd