U bent nu hier:

Geen communicatie, geen euthanasie

Publicatie Nr. 10 - 09 maart 2012
Jaargang 2012
Rubriek Artikelen
Auteur Eric van Wijlick, Arie Nieuwenhuijzen Kruseman
Pagina's 586-587


KNMG scherpt standpunt levensbeëindiging aan

Een SCEN-arts kan niet bepalen of aan alle zorgvuldigheidseisen is voldaan, als de patiënt niet in staat is te communiceren. Levenbeëindiging is dan, ook met een wilsverklaring, onverantwoord.

Aanleiding voor de KNMG om de professionele norm scherper neer te zetten zijn twee recente, omstreden casussen waarin de toetsingscommissie oordeelde dat er zorgvuldig was gehandeld. In het ene geval ging het om een plotselinge verergering van het ziekteproces, in het andere om een voortschrijdende dementie (zie kader).

Beeld: Frank Muller, HH Beeld: Frank Muller, HH

In de euthanasiewet staat dat de arts ‘ten minste één andere, onafhankelijke arts heeft geraadpleegd, die de patiënt heeft gezien en schriftelijk zijn oordeel heeft gegeven over de zorgvuldigheidseisen’.1 Er staat echter niet dat de consulent de patiënt ook moet spréken. Uit de wetsgeschiedenis blijkt niet eenduidig of met zien ook spreken wordt bedoeld.2 Wel kende het kabinet destijds veel gewicht toe aan de medisch-professionele norm dat de consulent de patiënt moet zien én spreken.3 Dit als waarborg ter bescherming van zwakkeren en als kwaliteitsborging voor artsen. Maar het uiteindelijke oordeel daarover is gelegd bij de toetsingscommissies. De KNMG hecht zeer veel waarde aan de consultatie en is nog steeds van mening dat de consulent de patiënt niet alleen moet zien, maar ook met hem of haar zelf moet kunnen communiceren. Die communicatie mag ook non-verbaal zijn, via klanken, gebaren of lichaamstaal, maar moet er wél zijn. Zo niet, dan kan niet worden vastgesteld of aan de zorgvuldigheidseisen is voldaan. Euthanasie of hulp bij zelfdoding is dan niet meer geoorloofd. De medisch-professionele norm is op dit punt dus strikter dan de wet. Artsen zijn aan die norm gehouden. De regionale toetsingscommissies strikt genomen niet, maar zij doen er wel wijs aan ze in belangrijke mate in hun oordeel te betrekken.



Omstreden casussen

Een patiënt met een progressieve onbehandelbare hersenaandoening had zijn euthanasiewens in een schriftelijke verklaring vastgelegd en met zijn huisarts besproken. Plotseling verslechterde zijn toestand. Omdat de huisarts niet bereikbaar was, dienden de artsen morfine en Dormicum toe. De toestand stabiliseerde, maar hij was niet meer aanspreekbaar. De SCEN-arts meende dat er geen sprake was van ondraaglijk lijden, aangezien de patiënt door medicatie in coma werd gehouden. Toch concludeerde deze arts, op grond van de wilsverklaring, het dossier en het gesprek met de huisarts en de naasten, dat de euthanasie doorgang kan vinden, dan wel dat de palliatieve sedatie doorgezet mocht worden.4

Een patiënte met dementie besprak haar euthanasieverzoek in een periode van zeven jaren regelmatig met de huisarts. Er was ook een schriftelijke wilsverklaring. Een eerste SCEN-arts stelde vast dat er sprake was van ondraaglijk en uitzichtloos lijden, maar kon zich er niet van vergewissen dat het verzoek vrijwillig en weloverwogen was. Hij ontraadde de euthanasie. De tweede SCEN-arts lukte het echter wel te communiceren met de patiënt. Zij kon het verzoek niet meer letterlijk herhalen, maar maakte volgens de SCEN-arts voldoende duidelijk dat ze niet naar het verpleeghuis wilde en dat ze wilde sterven.5



Wilsverklaring

De euthanasiewet maakt het mogelijk een euthanasie uit te voeren op grond van een schriftelijke wilsverklaring. De zorgvuldigheidseisen moeten dan zo veel als feitelijk mogelijk is van toepassing zijn. Dit was en is nog steeds het meest omstreden onderdeel van de wet. Het kabinet heeft hierover gezegd dat de rol van de consulent moet worden ingevuld aan de hand van de specifieke omstandigheid waarin de wilsonbekwame patiënt zich bevindt. Maar hoe kan bij een wilsonbekwame patiënt de vrijwilligheid worden getoetst, de ondraaglijkheid van het lijden, en of er nog redelijke andere oplossingen zijn? Ook het kabinet erkende dat de toepasbaarheid problematisch was en heeft getracht dit te ondervangen door de toetsingscommissies euthanasie extra ruimte te geven om na te gaan of, alles afwegende, zorgvuldig is gehandeld. Hierbij is echter onvoldoende rekening gehouden met wat het kabinet ook erkende – en wat de professionele norm is – namelijk dat er nog in enige mate met de patiënt moet kunnen worden gecommuniceerd, verbaal of non-verbaal.

Bescherming

Heeft een schriftelijke wilsverklaring dan geen enkele waarde? Integendeel, een schriftelijk euthanasieverzoek heeft grote waarde in die situaties waarin de communicatie verstoord is. Het kan dan als richtsnoer en aanknopingspunt dienen. Een wilsverklaring geeft echter nooit de absolute doorslag.

De medisch-professionele norm
is strikter dan de wet

Artsen doen er verstandig aan de patiënt en zijn naasten tijdig duidelijk te maken dat als door (on)verwachte omstandigheden er geen communicatie meer mogelijk is, de belofte om euthanasie uit te voeren niet gestand kan worden gedaan, ook al heeft de patiënt een schriftelijke wilsverklaring. Die voorwaarde is belangrijk, omdat zij als waarborg dient ter bescherming van zwakkeren en als kwaliteitsborging voor artsen. Als in zo’n situatie sprake is van ernstig lijden, dan zal dat lijden zo adequaat mogelijk moeten worden verlicht. Dat moeten (SCEN-)artsen, patiënten en naasten zich realiseren.

Arie Nieuwenhuijzen Kruseman, voorzitter KNMG

Eric van Wijlick, beleidsadviseur KNMG

Correspondentieadres: e.van.wijlick@fed.knmg.nl; c.c.: redactie@medischcontact.nl.

Geen belangenverstrengeling gemeld.

Samenvatting

  • Als geen enkele communicatie met de patiënt meer mogelijk is, kan een SCEN-arts niet concluderen dat aan de zorgvuldigheidseisen is voldaan.
  • Euthanasie of hulp bij zelfdoding is dan niet meer geoorloofd.
  • De medisch-professionele norm is op dit punt strikter dan de wet.

Dossier Levenseinde

Voetnoten

1. Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (WTL) wordt in dit artikel euthanasiewet genoemd.

2. KNMG: een nadere uitleg van het standpunt Euthanasie 2003. Utrecht, 2012.

3. ‘Een norm waar de KNMG’, zoals minister Borst het verwoordde, ‘Zeer veel waarde aan hecht’. Tweede Kamer 2000/1, 26 691, nr. 22, p. 71, 72.

4. Regionale toetsingscommissies euthanasie. Jaarverslag 2010, p.29. Den Haag, 2011.

5. Zie www.euthanasiecommissie.nl, oordelen 2012.

Klik hier voor een PDF van dit artikel



Hieronder ziet u de reacties op dit bericht. Plaats ook uw reactie! Ziet u geen reactieformulier? (2)

"Naschrift KNMG:

De KNMG is het met Widdershoven en Berghmans eens dat het oordeel of bij een euthanasie aan de zorgvuldigheidseisen is voldaan, toekomt aan de toetsingscommissies. Dat kan ook het geval zijn als een arts zich niet heeft gehouden aan richtlijnen van de KNMG. Die wettelijke ruimte hebben zij en daar treedt de KNMG ook niet in. Waar de KNMG wel invulling aangeeft is de medisch-professionele interpretatie van hetgeen de wetgever naar de mening van de KNMG heeft bedoeld. De KNMG vindt die verduidelijking (geen communicatie, dan ook geen euthanasie) noodzakelijk naar aanleiding van enkele bijzondere casus. Of dat beperkend is, is maar hoe je daar tegen aankijkt. De KNMG bepleit sinds jaar en dag dat de patiënt en zijn arts tijdig met elkaar moeten spreken over het euthanasieverzoek. Het is daarbij de verantwoordelijkheid van de behandelend arts om tijdig een consulent in te schakelen. De consulent kan concluderen, ook als de communicatie verstoord is, dat aan de zorgvuldigheidseisen is voldaan. De wilsverklaring is dan inderdaad bedoeld om richting te geven als de patiënt dat niet duidelijk meer kan aangeven. Het wordt buitengewoon glibberig als tot euthanasie wordt besloten zonder dat een onafhankelijke arts zelf met de patiënt heeft kunnen communiceren - ook al is het in gebrekkige vorm - over het verzoek, de redelijkheid van alternatieven en de ondraaglijkheid van het lijden. De medisch professionele norm is dat euthanasie dan niet meer is geoorloofd. Dit is geen nieuw standpunt van de KNMG. Artsen doen er verstandig aan dat met hun patiënt te bespreken, mede omdat de realiteit is dat de meeste artsen in zulke omstandigheden helemaal niet bereid zijn euthanasie uit te voeren.
"

, , - 18-04-2012 12:26

"Het nieuwe standpunt luidt dat euthanasie ongeoorloofd is wanneer de consulent niet kan communiceren met de patiënt. Dit noopt ons tot een aantal kanttekeningen.

In de eerste plaats is onduidelijk hoe deze opstelling van de KNMG tot stand is gekomen. Terwijl het KNMG standpunt over het zelfgekozen levenseinde gebaseerd was op inhoudelijke gespreksronden met experts, wordt hier volstaan met een stellingname in MC.

In de tweede plaats wordt de suggestie gewekt dat er een scherp onderscheid gemaakt kan worden tussen situaties waarin communicatie wel en niet mogelijk is. Aan de wilsverklaring wordt grote waarde gehecht in situaties waarin de communicatie verstoord is. Maar wat is het verschil tussen verstoorde communicatie en communicatie die onmogelijk is? Is de wilsverklaring nu juist niet bedoeld om een richting aan te geven als niet meer duidelijk door de patiënt aangegeven kan worden wat hij wil?

In de derde plaats wordt een waarschuwing geuit aan de toetsingscommissies. De vraag is of dit terecht is. Ook voor de toetsingscommissies geldt communicatie tussen consulent en patiënt als regel. Er kunnen omstandigheden zijn waarin communicatie niet of niet goed mogelijk is. Dan hebben – en houden – de toetsingscommissies de ruimte om te bezien of dit al dan niet als onzorgvuldig beschouwd moet worden. Gezien het bovengenoemde probleem rond het onderscheid tussen moeizame en onmogelijke communicatie, zullen de toetsingscommissies zich in hun oordeel op de concrete situatie moeten richten. Het aangescherpte standpunt biedt daarbij geen nieuwe gezichtspunten.

Door de aanscherping van het euthanasiestandpunt van de KNMG wordt het gebruik van een wilsverklaring in situaties van moeizame of uiteindelijk zelfs onmogelijke communicatie nodeloos beperkt. Daarmee dreigt aan patiënten die ondraaglijk lijden en die een euthanasieverzoek hebben vastgelegd in een schriftelijke wilsverklaring, een mogelijkheid tot een in hun ogen goede dood te worden ontnomen.
"

Guy Widdershoven, Metamedica, VUmc Amsterdam, , Ron Berghmans, Metamedica, Maastricht University - 18-04-2012 12:25

Tijdschriftoverzicht | Nieuwsbrief

Laatste reacties:

Meer op de reactiepagina »

Tweets

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd