U bent nu hier:

Zelfverwijzers SEH jagen zorgkosten op

Publicatie Nr. 10 - 11 maart 2011
Jaargang 2011
Rubriek Artikelen
Auteur S. Giesbers, M.Smits en P.H.J. Giesen
Pagina's 587-589

«« genomineerd voor de Zilveren Zeepkist 2011



Overgrote meerderheid had evengoed naar de huisarts gekund

Omdat men in Nederland zonder verwijzing naar de spoedeisende hulp (SEH) kan gaan, zit de wachtkamer daar vol patiënten die eigenlijk door de huisarts gezien hadden kunnen worden. Zij leggen daarmee onnodig veel beslag op kostbare zorg.

Het aantal zelfverwijzers op de SEH ligt in Nederland tussen 43 en 70 procent van het totaal aantal SEH-contacten en is groter naarmate de verstedelijking toeneemt.1-4 Van hen komt meer dan 80 procent met laagurgente klachten, die ook door een huisarts gezien kunnen worden.4 Deze groep doet dus een beroep op de relatief kostbare zorg, het personeel en de ruimte van de SEH.

Veel patiënten die naar de SEH komen, hadden evengoed door de huisarts geholpen kunnen worden. Beeld: Bart Beelen, HH Veel patiënten die naar de SEH komen, hadden evengoed door de huisarts geholpen kunnen worden. Beeld: Bart Beelen, HH

Literatuuronderzoek leert dat in het buitenland de zorg op de SEH 2,6 tot 5 keer duurder is dan de zorg door de huisarts.5 6 Dit grote verschil bleek voornamelijk te komen door de standaard hogere consultkosten binnen de ziekenhuissetting, de kosten van aanvullend onderzoek en het verwijzen van patiënten naar de polikliniek.5-9 Toch is de kwaliteit van de zorg door huisartsen minstens zo doelmatig, veilig en patiëntvriendelijk als op de SEH. Bovendien werken huisartsen meer kostenefficiënt, blijkt uit onderzoek naar het inzetten van huisartsen op de SEH.8-10 Ander onderzoek toont aan dat de indirecte kosten die patiënten maken als zij de SEH bezoeken significant hoger zijn dan wanneer zij de huisarts bezoeken. Dit komt onder andere door langere wachttijden en hogere vervoerskosten.11

De Nederlandse situatie is nog niet eerder onderzocht. Reden voor ons om hier studie naar te verrichten.

Kostenanalyse
In ons onderzoek is behalve naar de consultkosten van de huisarts (9 euro boven op het abonnementstarief van 71,32 euro), de huisartsenpost (67,85) en de SEH (vanaf 108 euro), ook gekeken naar het verschil in kosten van aanvullend onderzoek en doorverwijzing.

We bestudeerden dossiers van 253 patiënten van huisartsenpraktijk ’t Weeshuis in Nijmegen die zich tussen juni 2008 en juli 2010 als zelfverwijzer meldden op de SEH van het UMC St Radboud. Van deze 253 patiënten werd het SEH-dossier, aangevuld met het dossier van de huisartspraktijk, door drie (bijna)arts-observatoren beoordeeld op de vraag of deze patiënten door de huisarts behandeld hadden kunnen worden. De observatoren beoordeelden de dossiers onafhankelijk van elkaar en lieten een grote overeenkomst zien (Cohen’s kappa rond 0,8). Zij oordeelden dat van de 253 zelfverwijzers er 203 (80,2%) door de eigen huisarts behandeld konden worden.

De huisarts moet zich duidelijker positioneren
in de spoedzorg

Aan de hand van het patiëntendossier van deze 203 patiënten voerden we een kostenanalyse uit. Hierbij achterhaalden we per patiënt welke DBC er gedeclareerd was door het ziekenhuis en wat hiervan de prijs was. Vervolgens keken we of de patiënten tijdens of buiten kantooruren op de SEH kwamen en berekenden de prijzen van huisartsenpraktijk respectievelijk huisartsenpost. Vervolgens is per patiëntendossier gekeken welk onderzoek en welke behandeling er op de SEH hadden plaatsgevonden en hoe vaak een patiënt ter controle op de polikliniek kwam. Daarna is een fictieve kostenberekening gemaakt voor het geval deze handelingen door een huisarts waren uitgevoerd, inclusief eventuele doorverwijskosten. Omdat een huisarts op een huisartsenpost bijna geen aanvullend onderzoek doet en de patiënt hiervoor meestal naar de eigen huisarts verwijst, hebben we voor deze onderzoeken de kosten genomen als waren ze aangevraagd door een huisarts. Voor de consultprijzen van de huisarts zijn de prijzen genomen zoals ze zijn afgesproken door de preferente zorgverzekeraar van de huisartsenpraktijk, namelijk CZ. De vaste basisvergoeding van 71,32 euro die huisartsen per patiënt per jaar krijgen, is buiten beschouwing gelaten: deze is niet afhankelijk van de frequentie waarmee een patiënt de huisarts bezoekt.

Grote verschillen
Voor de 203 patiënten is voor 52.069,66 euro aan DBC’s gedeclareerd bij de zorgverzekeraars. Gemiddeld kostte een bezoek aan de SEH door een zelfverwijzer 256,50 euro. De huisartsenzorg zou in totaal 15.997,26 euro hebben gekost, gemiddeld 78,80 euro per patiënt. Als we deze kosten van de huisartsenzorg splitsen in de kosten van de eigen huisarts en de huisartsenpost dan komt dit neer op 47,82 euro per patiënt voor de huisarts en 92,43 euro per patiënt voor de huisartsenpost. We vonden geen significante verschillen in kosten voor verschillende patiënt- en zorgkenmerken zoals leeftijd, geslacht, trauma en soort klacht.

De zorg voor zelfverwijzers op de SEH is binnen kantooruren dus bijna vijf keer en buiten kantooruren bijna drie keer duurder dan de zorg door de huisarts. Dit verschil wordt grotendeels veroorzaakt doordat de initiële kosten van de SEH en de huisartsenpost veel hoger liggen dan de kosten van de huisarts in zijn praktijk. Dat de huisarts zo goedkoop is, heeft ook te maken met het vaste abonnementstarief van 71,32 euro per patiënt per jaar. Deze kosten zijn, als gezegd, niet meegenomen in onze studie.

De huisarts zou beter toegerust moeten zijn voor de opvang van niet-planbare patiënten met kleine trauma’s. Beeld: Thinkstock De huisarts zou beter toegerust moeten zijn voor de opvang van niet-planbare patiënten met kleine trauma’s. Beeld: Thinkstock

Het is overigens aannemelijk dat het door ons berekende verschil in kosten tussen de SEH en huisartsenzorg in werkelijkheid nog groter is. Uit onderzoek blijkt namelijk dat de huisarts over het algemeen minder aanvullend onderzoek doet, minder doorverwijst naar de polikliniek en patiënten minder ter controle terug laat komen.4 8-10 Bovendien betreft ons onderzoek de SEH van een universitair ziekenhuis. Uit een recent rapport over variatie in het aantal operaties per ziekenhuis blijken universitaire centra zich doorgaans conservatiever op te stellen, waarbij  minder patiënten dan gemiddeld worden geopereerd.12

Vervolgonderzoek
Ons onderzoek geeft een eerste impressie van de kosten van zelfverwijzers op de SEH. Als we de resultaten zouden extrapoleren naar alle zelfverwijzers in Nederland dan kost de zorg van de SEH jaarlijks minimaal 169 miljoen euro meer dan deze bij de huisarts gekost zou hebben. Om de werkelijke kosten voor Nederland te berekenen zou het kostenonderzoek moeten worden herhaald in verschillende regio’s en ook in perifere ziekenhuizen. Bovendien zullen dan ook uitkomsten als doelmatigheid, veiligheid en patiëntvriendelijkheid betrokken moeten worden. De meest geijkte onderzoeksopzet is dan een randomized controlled trial, waarbij patiënten willekeurig worden toegewezen aan de huisarts of de SEH. Maar dat zelfverwijzers de SEH, dus de zorg als geheel, op kosten jagen, staat vast. Dit kan niet worden voorkomen door de zorg in te krimpen, maar wel door een efficiënte herverdeling van zorgtaken. Ten eerste zal de huisarts zich duidelijker moeten positioneren in de spoedzorg en waar mogelijk spoedpatiënten zelf behandelen. Daarnaast zal hij optimaal bereikbaar en toegerust moeten zijn voor de opvang van niet-planbare patiënten met meestal kleine trauma’s.

Tevens is samenwerking van huisartsenposten met SEH’s in de vorm van spoedposten, waarbij huisartsen zelfverwijzers opvangen, een veelbelovende ontwikkeling om het aantal zelfverwijzers op de SEH te minimaliseren. De Nederlandse Zorgautoriteit (NZa) lijkt deze conclusie te ondersteunen in haar recente besluit om onder bepaalde voorwaarden huisartsenposten toe te staan om meer geld uit te geven aan het inhuren van extra huisartsen.13 Deze aanpassing van de reguliere bekostiging is nodig om de extra toestroom van patiënten uit de tweede lijn te kunnen opvangen.

drs. Steven Giesbers, arts-onderzoeker
dr. Marleen Smits, postdoc onderzoeker
dr. Paul Giesen, huisarts-onderzoeker en projectleider Nederlands Kennisnetwerk Huisartsenposten en Spoedzorg

Allen verbonden aan IQ healthcare, UMC St Radboud Nijmegen

Correspondentieadres: p.giesen@iq.umcn.nl; c.c.: redactie@medischcontact.nl.
Geen belangenverstrengeling gemeld.

Samenvatting

  • Zelfverwijzers op de SEH hebben meestal laagurgente klachten die de huisarts kan behandelen.
  • Uit onderzoek onder 253 zelfverwijzers blijkt de SEH ongeveer vijf keer duurder dan de huisarts en ongeveer drie keer duurder dan de huisartsenpost.
  • De komst van spoedposten HAP-SEH is een veelbelovende maatregel om het aantal zelfverwijzers terug te dringen.
  • Grootschalig onderzoek is nodig om de werkelijke kosten van zelfverwijzers in Nederland te achterhalen.

Klik hier voor een PDF van dit artikel

««Zilveren Zeepkist 2011

Meer MC-artikelen over het ‘probleem’ zelfverwijzer:

  • De huisartsenzorg buiten kantooruren kent verschillende organisatievormen. Als de huisartsenpost vóór de Spoedeisende Hulp van het ziekenhuis wordt gepositioneerd, betekent dat een herstel van de poortwachtersfunctie van de huisarts buiten kantooruren
  • Ruim de helft van de bezoekers van de Spoedeisende Hulp (SEH) zijn ‘zelfverwijzers’. Onder hen is de groep mannen tussen de twintig en de veertig jaar met hyperventilatieklachten de grootste. Dit blijkt uit onderzoek in het Bosch Medicentrum dat vanda...
  • SEH-artsen slagen er niet in hun stempel te drukken op de spoedeisende hulp. De wijze waarop het ziekenhuis de zorg op de SEH orga­ni­seert, is van grotere invloed op de zorgkwaliteit en de doorstroom dan het soort dokter dat er rondloopt.
  • Het is een rustige zondagmiddag op onze afdeling Spoedeisende Hulp. Niettemin druppelen de eerste patiënten met sportletsels binnen; niet zo verwonderlijk met de hockeyvelden zowat in de achtertuin van het ziekenhuis.
  • Huisartsenposten mogen huisartsen een toeslag geven van 15 euro per uur om de opvang van zelfverwijzers te faciliteren. Dat heeft…
  • Afgelopen week had ik nachtdienst. Om drie uur word ik gebeld door de jongste arts-assistent chirurgie die mij in consult wil vragen op de Spoedeisende Hulp bij een patiënte van 50 jaar, een zogenaamde zelfverwijzer.

Referenties

1. Jaarsma-van Leeuwen I, Hammacher ER, Hirsch R, Janssens M. Patiënten zonder verwijzing op de afdeling spoedeisende hulp: patiëntenkarakteristieken en motieven. Ned Tijdschr Geneeskd 2000; 144 (9): 428-31.

2. Van Uden CJT, Winkens RAG, Wesseling G, Crebolder H, van Schayck CP. Use of out of hours services: a comparison between two organisations. Emerg Med J 2003; 20: 184-7.

3. Moll van Charante EP, van Steenwijk-Opdam, Bindels PJE. Out-of-hours demand for GP care and emergency services: patients choices and referrals by general practitioners and ambulance services. BMC Fam Pract 2007; 8: 46.

4. Giesen P, Franssen E, Mokkink H, van den Bosch W, van Vugt A, Grol R. Patients either contacting a general practice cooperative or accident and emergency department in out-of-hours: a comparison. Emerg Med J 2006; 23: 731-4.

5. Campbell MK, Silver RW, Hoch JS, Østbye T, Stewart M, Barnsley J, Hutchison B, Mathews M, Tyrrell C. Re-utilization outcomes and costs of minor acute illness treated at family physician offices, walk-in clinics, and emergency departments. Can Fam Physician 2005; 51: 82-3.

6. Baker LC, Baker LS. Excess cost of emergency department visits for nonurgent care. Health Aff 1994; 13 (5): 162-71.

7. Martin BC. Emergency medicine versus primary care: a case study of three prevalent, costly, and non-emergent diagnoses at a community teaching hospital. J Health Care Finance 2000; 27 (2): 51-65.

8. Dale J, Lang H, Roberts JA, Green J, Glucksman E. Cost effectiveness of treating primary care patients in accident and emergency: a comparison between general practitioners, senior house officers, and registrars. BMJ 1996; 312 (7042): 1340-4.

9. Jiménez S, de la Red G, Miró O, Bragulat E, Coll-Vinent B, Senar E, Asenjo MA, Salmerón JM, Sánchez M. Effect of the incorporation of a general practitioner on emergency department effectiveness. Med Clin (Barc) 2005; 125 (4): 132-7.

10. Murphy AW, Bury G, Plunkett PK, Gibney D, Smith M, Mullan E, Johnson Z. Randomised controlled trial of general practitioner versus usual medical care in an urban accident and emergency department: process, outcome, and comparative cost. BMJ 1996; 312 (7039): 1135-42.

11. Kernick DP, Reinhold DM, Netten A. What does it cost the patient to see the doctor? Br J Gen Pract 2000;50(454):401-3.

12. Plexus, in opdracht van Ministerie van VWS. Reduceren van praktijkvariatie: budgettaire effecten van scherpere indicatiestelling. 12. Breukelen: Plexus; 2010.

13. Nederlandse Zorgautoriteit (NZa). Beleidsregel BR/CU-7003.

Hieronder ziet u de reacties op dit bericht. Plaats ook uw reactie! Ziet u geen reactieformulier? (5)

"Ons artikel ‘Zelfverwijzers SEH jagen zorgkosten op’ (MC 10/2011: 587) heeft veel reacties opgeleverd. De VVD stelde Kamervragen en verschillende media hebben over het onderzoek bericht. Een positieve ontwikkeling, aangezien het de hoogste tijd is dat er discussie wordt gevoerd over onnodige kosten binnen de acute zorg. Vier lezers maakten kritische opmerkingen.

Een lezer beweert dat het beter was geweest een prospectief onderzoek te doen. Ons artikel gaat over een pilot dossieronderzoek naar kosten van zelfverwijzers. Het laat zien dat behandeling van zelfverwijzers door de huisarts of op de HAP veel goedkoper is dan op de SEH. Om echter tot een definitief bewijs van de gevonden verschillen te komen roepen we op tot een (prospectieve) gerandomiseerde trial, waarbij zelfverwijzers at random worden verdeeld tussen huisartsenzorg en de SEH.

Een andere lezer vraagt zich af hoe we aan de bewering komen dat de huisarts minder aanvullend onderzoek aanvraagt vergeleken met de SEH. Alle internationale maar ook recente nationale literatuur wijst in eenzelfde richting: huisartsen vragen minder diagnostiek aan, zorgen voor een snellere doorloop op de SEH, verwijzen minder patiënten naar de polikliniek en zijn goedkoper.1 Bovendien blijken patiënten minstens even tevreden.

Een van de lezers merkt op dat in de kostenanalyse niet het inschrijftarief is meegenomen. Wij schreven dat het niet relevant is deze kosten mee te nemen in het onderzoek. Of een patiënt zich nu meldt bij de SEH of bij de huisarts, deze vaste basisvergoeding is al betaald. Als we deze kosten zouden meenemen, zou het kostenverschil nog veel groter worden.

We zijn met ons kostenonderzoek dus aan de voorzichtige kant gebleven, en de uitkomsten worden gesteund door alle beschikbare onderzoek.

drs. Steven Giesbers, arts-onderzoeker
dr. Marleen Smits, postdoc onderzoeker
dr. Paul Giesen, huisarts-onderzoeker en projectleider Nederlands Kennisnetwerk Huisartsenposten en Spoedzorg

1. Bosmans JE, Boeke AJ, van Randwijck-Jacobze ME, Grol SM, Kramer MH, van der Horst HE, et al. Addition of a general practitioner to the accident and emergency department: a cost-effective innovation in emergency care. Emerg Med J 2011 Mar 25.
"

S. Giesbers, arts-onderzoeker, Zwolle - 14-06-2011 17:58

"Giesbers e.a. concluderen dat zorg op een SEH vijf keer duurder is dan behandeling door een huisarts en ongeveer drie keer duurder is dan zorg op een huisartsenpost (HAP) (MC 10/2011: 587). Ze geven aan dat vervolgonderzoek gewenst is in de vorm van een randomized controlled trial. De vergelijking van Giesbers e.a. is helaas eenzijdig.

• In hun kostenanalyse is niet het inschrijftarief (het grootste deel van de omzet) meegenomen maar de lagere consulttarieven;

• het ziekenhuis rekent veelal goedkopere EPB’s af in plaats van DBC’s;

• het ziekenhuis ontvangt slechts de helft van het NZa-tarief voor aanvullende onderzoeken in het budget;

• de consultkosten verschillen per regio.

Drie observatoren oordeelden op basis van de dossiers dat 80,2 procent van de zelfverwijzers door de eigen huisarts kan worden behandeld. Bij het achteraf beoordelen mist echter de informatie dat een deel van de zelfverwijzers na een consult van de huisarts alsnog in de tweede lijn terechtkomt.

Medisch Centrum Haaglanden (MCH) pleit voor een toegankelijke en bereikbare acute zorg. Wij vinden het niet meer van deze tijd dat patiënten met spoedklachten eerst moeten bellen met de HAP. Een passend en uniform tarief acute basiszorg, conform de notitie van de NZa, zou veel problemen opheffen en ontschotting tussen de eerste en de tweede lijn faciliteren. Ziekenhuizen kunnen dan de acute basiszorg inrichten met een HAP, of met eigen huisartsen en SEH-artsen en verpleegkundig specialisten. Deze laatste optie concurreert door de lagere kosten met de tarieven van een HAP en zeker met de kwaliteit.

MCH pleit ook voor een goed, liefst wetenschappelijk onderzoek, maar dan niet alleen tussen de HAP en SEH, maar tussen de bovengenoemde varianten.

Den Haag, april 2011

Stefan Kroese, divisiemanager

Frans de Voeght, zorgmanager SEH

Willem Geerlings, voorzitter raad van bestuur MCH
"

, - 03-05-2011 13:52

"Drs. Giesbers en co-auteurs stellen dat zelfverwijzers naar de SEH meer kosten met zich meebrengen dan als deze door een huisarts waren gezien (MC 10/2011: 587). Ik zet twee vraagtekens bij de methodologie van het gepresenteerde onderzoek.

Allereerst, de nauwkeurigheid van de berekeningen zijn afhankelijk van de aannames waarop deze zijn gebaseerd. De 253 dossiers van zelfverwijzers werden retrospectief door “drie (bijna) arts-observatoren beoordeeld”. Een logische vraag is waarom deze dossiers niet prospectief werden beoordeeld door een panel van huisarts(en) en spoed-eisende hulp arts(en)?

Ten tweede, als ‘Emergency Physician’ in Australië ben ik getuige geweest van een soortgelijke discussie over de zelfverwijzer naar de SEH met laag-acute klachten. De consensus is dat de patienten die zich buiten kantooruren met laagcomplexe problematiek aandienen niet het probleem vormen.(1-4) Deze groep heeft vaak een hogere pre-test probabiliteit van serieuze aandoeningen dan een groep patienten met vergelijkbare laag urgente klachten die wel op het huisartsen spreekuur komen. Alszodanig was een vergelijking met patienten met vergelijkbare klachten die wel naar de reguliere huisarts was gegaan op zijn plaats geweest in het onderzoek van drs. Giesbers.

Gerben Keijzers
Emergency Physician
Southport, QLD, Australia

Referenties:
1. Richardson DB, Mountain D. Myths versus facts in emergency department overcrowding and hospital access block. MJA 2009; 190 (7): 369-374

2. Nagree Y, Ercleve TN, Sprivulis PC. After-hours general practice clinics are unlikely to reduce low acuity patient attendances to metropolitan Perth emergency departments. Aust Health Rev 2004; 28: 285-291.

3. Dent AW, Phillips GA, Chenhall AJ, McGregor LR. The heaviest repeat users of an inner city emergency department are not general practice patients. Emerg Med 2003; 15: 322-329.

4. Sprivulis P. Estimation of the general practice workload of a metropolitan teaching hospital emergency department. Emerg Med 2003; 15: 32-37.
"

Gerben Keijzers, Emergency Physician, Southport, QLD, Australia - 19-04-2011 15:36

"5 maal slecht

Het artikel van collega Giesen valt volgens mij onder de noemer: Wetenschappelijk opiniërend artikel. Ik twijfel echter of het wel wetenschappelijk dan wel opiniërend is.

1 Zo begint het artikel met het voldongen feit dat de wachtkamer vol zit met patiënten die eigenlijk naar de huisarts hadden kunnen gaan. “Zij leggen daarmee onnodig veel beslag op kostbare zorg”. gaat het verwijt jegens de patiënt door. Dit lijkt mij weinig opiniërend maar meer stemmingmakend.

Ik meen dat de wetenschappelijke onderbouwing van de gestelde feiten in het artikel het niveau van een tandpasta reclame heeft:

2 Alle regels van het wetenschappelijk onderzoek worden genegeerd. Er wordt in retrospect, niet geblindeerd voor de einduitkomst, door bijna artsen een beoordeling gegeven over hoe het had moeten gaan. De hoge mate van overeenkomst spreekt dan ook voor zich.

3 Dan wordt gesteld dat een patiënt die volgens dit expert panel in retrospect door de huisarts geholpen had kunnen worden, ook naar de huisarts had kunnen en moeten gaan. Tussen deze bevinding en conclusie zit een wereld van argumenten die we vooral de patiënt niet moeten aanrekenen.

4 De kostenanalyse op basis van bovenstaande is gedurfd.
De SEH ontvangt geen basisvergoeding van 71,32 per patiënt; met een adherentie van 200.000 patiënten zou dit een leuk jaarinkomen zijn voor de SEH.
Er wordt terloops gesteld dat de huisarts minder aanvullend onderzoek aanvraagt. De huisarts ziet dan ook een geheel andere populatie dan de SEH-arts. Dit is dus niet vergelijkbaar.
De HAP/huisarts heeft een minder kostbare minimale 24/7 zorgplicht. In de eerste lijn worden deze kosten via het lumineuze DBC systeem verdeeld over alle patiënten; de pleister betaalt de reanimatie.

5 Gelukkig stelt de onderzoeker in zijn conclusie dat er eigenlijk beter onderzoek gedaan moet worden, echter, dat de SEH zelfverwijzer de zorgkosten in zijn geheel opjaagt staat evengoed wel vast….

Een zorgelijke self-fulfilling prophecy met behulp van de catchy titel!
"

M F Kok, SEH-arts KNMG, HAARLEM - 10-04-2011 21:17

"Dank voor de aandacht voor zelfverwijzers. Nuancering is echter gewenst.

Als zelfverwijzers al in een probleem vormen zou een betere titel zijn geweest: ‘Zelfverwijzers SEH en HAP jagen zorgkosten op : overgrote meerderheid had evengoed naar de reguliere huisarts gekund’.
Er is echter wat anders aan de hand. Zelfverwijzers vormen geen probleem, maar leggen een probleem bloot: domeinen. Zelfverwijzers presenteren zich 24 uur per dag en 365 dagen per jaar (24/365) met een als acuut ervaren zorgvraag. De toegankelijkheid van acute zorg is tweeledig, een “kostbaar” goed, waarmee zorgaanbieders zorgvuldig om dienen te gaan. De SEH is 24/365, anders dan de huisarts/HAP, éénduidig toegankelijk. Samenwerking van huisartsen(posten) met SEH’s is een veelbelovende ontwikkeling voor patiënten, wanneer deze volgens SEH model (24/365) gaat plaatsvinden.
In het artikel wordt de oplossing om tot meer doelmatigheid te komen, benaderd vanuit acute zorgvragers-perspectief. Benadering vanuit het aanbieders-perspectief maakt dat het kostenaspect in onze invloedsfeer komt. Hoe komen de gezamenlijke zorgaanbieders tot kostenreductie met behoud van toegankelijkheid én meer doelmatige acute zorg? Kosten en prijs moeten niet, zoals in het artikel, verward worden. Op basis van het artikel kan niet worden geconcludeerd dat overhevelen van zorg een kostenreductie oplevert. De SEH en HAP behouden beschikbaarheidkosten en meer huisartsen zijn nodig op de HAP’s. Doelmatig is, koppelen van een gelijkwaardig tarief aan laagcomplexe problematiek (triage categorie 5/blauw), gezien op een afdeling SEH en de HAP. Hiermee wordt de beschikbaarheidsfunctie van zowel HAP’s als SEH’s (acute zorgpost) meer efficient benut.
Concluderend: Zelfverwijzers zijn een gegeven van deze tijd en vormen géén probleem. Wanneer wij als aanbieders van acute zorg met verzekeraars uit de domeinstrijd kunnen komen, bijvoorbeeld in de vorm van acute zorgposten, kan doelmatige én toegankelijke acute zorg voor patienten 24/365 behouden blijven.


Menno Gaakeer, SEH-artsKNMG
voorzitter Nederlandse Vereniging van Spoedeisende Hulp Artsen
"

M. Gaakeer, SEH-arts, Enschede - 28-03-2011 12:18

Tijdschriftoverzicht | Nieuwsbrief

Laatste reacties:

    Apotheker weigert soms euthanasie

    Reactie: 'Apothekers, wanneer worden we nu eens praktisch !? Wanneer we ons vestigen of ergens gaan waarnemen,...'  »»
    Reacties: 2 reacties


    Wat ziet u?

    Reactie: 'Greenstick fracture metafyse van proximale tibia. Overweeg ' non-accidental injury' bij fractuur van...'     


Meer op de reactiepagina »

Tweets

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd