U bent nu hier:

Olympische dokters

Meer dan negentig Nederlandse artsen en geneeskundestudenten hebben sinds 1900 deelgenomen aan de Olympische Spelen. Lees Meer

Nieuwste column

    Meevoelend

    Meevoelend  |  Het verpleeghuis betekent niet altijd kommer en kwel, maar de coassistent die deze week meeloopt hoort mij wel erg vaak zeggen: ‘zielig hè’ of ‘triest eigenlijk’ of ‘beetje hopeloos dit’ en aan het eind van de dag is ze zo overvoerd met ellende dat ze zich hardop afvraagt hoe ik het volhoud. »»
    Reacties: 1 reactie


Tuchtzaak

    Het gevaar van het eigen gelijk

     |  Dit item is beschikbaar als u bent ingelogd.
    Inloggen
     | Een uroloog wantrouwt de uitslag van pathologisch onderzoek bij een prostaatkankerpatiënt. Hij vraagt geen revisie aan, maar houdt vast aan zijn eigen diagnose. Waardoor de dood als een volslagen verrassing komt voor de patiënt en zijn vrouw.    


Webshop

                                               

Ga naar de shop »»

Een discutabele verklaring

Een huisarts belt naar een officier van justitie omdat voor een patiënte van hem ontzetting uit het ouderlijk gezag dreigt. Hij kent de officier van zijn werk als forensisch geneeskundige en besluit een goed woordje voor zijn patiënte te doen. Voor haar ex-echtgenoot, die hij kent uit verhalen, heeft hij geen goed woord over. Op verzoek van de officier zet de huisarts zijn woorden op papier. De brief, opgenomen in het juridisch dossier, richt een spoor van vernielingen aan. Van een door de huisarts aangevoerde verplichting naar de kinderen was geen sprake omdat hij de kinderen niet kende.

Laatst gewijzigd: 15 januari 2009
Zaak 2007 O 094 (s'Gravenhage)
Specialisme Huisarts
Uitspraak Waarschuwing
Klager Ex-echtgenoot patiënte
Feiten Geneeskundige verklaring, juridische procedure, inzage, geen conflict van plichten.
Leermoment Een geneeskundige verklaring behoort uitsluitend mededelingen te bevatten over feiten die de arts op grond van zijn kennis en bevindingen heeft kunnen vaststellen. In deze zaak is de verklaring doorgestuurd naar werkgevers, keuringsartsen en het Bureau jeugdzorg en heeft een rol gespeeld in de door het Bureau jeugdzorg aangespannen procedure om beide ouders uit het ouderlijk gezag over hun twee kinderen te laten zetten. De uitspraak is zeer wezenlijk in het kader van de richtlijn melden kindermishandeling van de KNMG. De uitspraak bevat een mooie verwoording van de grens van een ‘conflict van plichten’ bij melding door een arts.
pdf/word 2007 0 094 (’s-Gravenhage)

Kenmerk 2007 O 094

Datum uitspraak: 22 juli 2008
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te 's-Gravenhage heeft de navolgende beslissing gegeven inzake de klacht van:
A, wonende te B, klager,
tegen:
C, huisarts, werkzaam te D, de persoon over wie wordt geklaagd, hierna te noemen de arts.

1. Het verloop van het geding
2. De klacht
3. Het standpunt van de arts
4. De beoordeling
5. De beslissing

1. Het verloop van het geding
Het klaagschrift is ontvangen op 1 juni 2007. De arts heeft een verweerschrift ingediend, waarna repliek en dupliek hebben plaatsgevonden. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om in het vooronderzoek te worden gehoord. De mondelinge behandeling door het College heeft plaatsgevonden ter openbare zitting van 27 mei 2008. Klager is niet verschenen. De arts is verschenen en heeft zijn standpunt toegelicht. De arts werd bijgestaan
door E, forensisch geneeskundige en arts te F.

2. De klacht
De arts is huisarts van klagers ex-echtgenote. De arts heeft klager nooit gezien of gesproken. Toch heeft hij een brief geschreven naar de officier van justitie, met de aanhef “beste G”, waarin hij een vèrgaande diagnose stelt over de geestesgezondheid van klager. De brief is doorgestuurd naar werkgevers, keuringsartsen en het Bureau jeugdzorg en heeft een rol gespeeld in de door het Bureau jeugdzorg aangespannen procedure om de beide ouders uit het
ouderlijk gezag over hun twee kinderen te laten ontzetten. De brief heeft zowel direct als indirect schade veroorzaakt. Klager meent dat de arts onaanvaardbaar heeft gehandeld door Kenmerk 2007 O 094 alleen op basis van de verhalen van een patiënte zo te schrijven aan een kennelijk bevriende
officier van justitie.

3. Het standpunt van de arts
De brief was bedoeld voor de officier van justitie en niet voor klager. De brief bevatte medische informatie over klagers ex-vrouw (patiënte) en is geschreven met haar toestemming. Met klager heeft de arts geen behandelrelatie, hij had geen medische informatie over hem. De opmerking over klager is een vermoeden dat de arts heeft geuit om een en ander krachtiger te laten overkomen bij de officier van justitie. De arts besefte wel dat hij klager met die opmerking zou kunnen schaden en heeft zich daarom voorzichtig uitgedrukt. Het belang van zijn patiënte en vooral van haar kinderen plaatste hem voor een conflict van plichten.

Ter zitting heeft de arts verklaard dat hij de officier van justitie alleen zakelijk kent, omdat hij naast huisarts ook forensisch geneeskundige is. De arts nam zelf het initiatief de officier van justitie te bellen, nadat zijn patiënte hem had verteld dat ontzetting uit het ouderlijk gezag dreigde. De officier vroeg de arts op te schrijven wat hij telefonisch had gezegd. De brief is een reactie op dit verzoek.

4. De beoordeling
De brief die de arts per fax heeft toegestuurd aan de officier van justitie, waarin hij pleit voor een verruiming van het contact tussen de moeder en haar kinderen, bevat de volgende passage:

“Het lijkt erop dat de ex-echtgenoot eenzijdig en bewust het conflict opzoekt om vooral zijn zin te krijgen. Terwijl mevrouw H zich open en zeer meewerkend heeft opgesteld en een psychiatrisch onderzoek heeft ondergaan in de hoop daarmee uiteindelijk te kunnen aantonen de zorg voor haar kinderen op zich te kunnen nemen, wenst de ex-echtgenoot zich niet psychiatrisch te laten onderzoeken. Op grond van de briefwisseling van de ex-echtgenoot met de
Raad voor de Kinderbescherming –waarin hij mevrouw H en haar huidige partner (--) in een buitengewoon kwaad daglicht stelt- zou een ernstige persoonlijkheidsstoornis bij de exechtgenoot minstens kunnen worden vermoed. In ieder geval redeneert hij schriftelijk niet bepaald in het belang van de kinderen.”

De brief is gericht aan de officier van justitie en bedoeld om de gang van zaken in een juridische procedure te beïnvloeden. De brief is naar strekking en bewoordingen een geneeskundige verklaring. De arts had zich er van bewust moeten zijn dat de brief in het dossier van de juridische procedure terecht zou komen en door alle betrokkenen kon worden ingezien. Een geneeskundige verklaring behoort uitsluitend mededelingen te bevatten over feiten die de arts op grond van zijn kennis en bevindingen heeft kunnen vaststellen.

De hiervoor vermelde passage van de brief voldoet niet aan deze eis. De arts kon zich geen oordeel vormen over klager, die hij niet kende. Daarom had hij een bespreking van de persoon van klager, in welke bewoordingen ook, achterwege moeten laten.
De arts was bovendien niet de behandelend arts van de kinderen. Hij beschikte naar eigen zeggen niet over informatie over de kinderen, behalve dat zij al geruime tijd uit huis waren geplaatst. Van een verplichting jegens de kinderen, leidend tot een conflict van plichten dat de arts ertoe moest brengen te verklaren zoals hij heeft gedaan, was dan ook geen sprake.
De conclusie moet zijn dat de arts tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld.
De klacht is gegrond. Het College zal de arts een waarschuwing opleggen.

5. De beslissing
Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te ’s-Gravenhage: Legt de arts de maatregel op van een waarschuwing.
Deze beslissing is gegeven door: mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. C.C. Dedel-van Walbeek, lid-jurist, prof. dr. J.H. van Bockel, drs. P.R.H. Vermeulen en prof. dr. J.T. van Dissel, ledenartsen, bijgestaan door mr. C.G. Versteeg, secretaris, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 mei 2008.

Tegen deze beslissing kan binnen zes weken na de dag van verzending van het afschrift ervan schriftelijk hoger beroep worden ingesteld bij het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg door:
a. de klager en/of klaagster, voorzover de klacht is afgewezen, of voorzover hij/zij nietontvankelijk is verklaard;
b. degene over wie is geklaagd;
c. de hoofdinspecteur of de regionale inspecteur van het Staatstoezicht op de volksgezondheid, wie de aangelegenheid uit hoofde van de hun toevertrouwde belangen aangaat.

Het tot het Centrale Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg gerichte beroepschrift wordt ingezonden bij de secretaris van het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te 's-Gravenhage, door wie het binnen de beroepstermijn moet zijn ontvangen.

Ziet u geen reactieformulier? Reacties. (2)

"Het is opmerkelijk dat de officier deze brief ter beschikking heeft gesteld aan werkgevers(!!), keuringsartsen en Bureau Jeugdzorg. Mi is hiermede het vertrouwen van de huisarts in de rechterlijke macht geschaad: "alles wat u zegt kan tegen u worden gebruikt" is hiermee weer eens aangetoond. Het had duidelijk kunnen zijn voor de officier dat deze brief, op zijn verzoek geschreven, alleen bedoeld was voor zijn ogen."

A.J. Boom, Huisarts, EERSEL - 28-04-2011 11:05

"wat een oude koe, een uitspraak uit 2008, die al eerder door de inspectie geplaatst als opmerkelijk. Hoe vaak worden dezelfde casussen opnieuw in MC door de inspectie gepubliceerd? Moet er niet op herhalingen van de inspectie worden gescreend. Dit heeft als herhaling en oude koe toch geen nieuwswaarde meer?"

P.P.M. Bender, huisarts, ROTTERDAM - 21-04-2011 18:32

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd