U bent nu hier:

Olympische dokters

Meer dan negentig Nederlandse artsen en geneeskundestudenten hebben sinds 1900 deelgenomen aan de Olympische Spelen. Lees Meer

Nieuwste column

    Meevoelend

    Meevoelend  |  Het verpleeghuis betekent niet altijd kommer en kwel, maar de coassistent die deze week meeloopt hoort mij wel erg vaak zeggen: ‘zielig hè’ of ‘triest eigenlijk’ of ‘beetje hopeloos dit’ en aan het eind van de dag is ze zo overvoerd met ellende dat ze zich hardop afvraagt hoe ik het volhoud. »»
    Reacties: 1 reactie


Tuchtzaak

    Het gevaar van het eigen gelijk

     |  Dit item is beschikbaar als u bent ingelogd.
    Inloggen
     | Een uroloog wantrouwt de uitslag van pathologisch onderzoek bij een prostaatkankerpatiënt. Hij vraagt geen revisie aan, maar houdt vast aan zijn eigen diagnose. Waardoor de dood als een volslagen verrassing komt voor de patiënt en zijn vrouw.    


Webshop

                                               

Ga naar de shop »»

Wachten op psychiatrisch rapport

Een psychiater zit maart 2007 midden in de verhuizing van zijn praktijk en woning. De ouders van een patiëntje beklagen zich meermaals over de bereikbaarheid van de dokter; hij belooft beterschap. Eind maart belooft de psychiater een rapport op te stellen voor een leerlinggebonden budget. Twee uitgestelde consulten, een keiharde toezegging en veel telefoontjes later ontvangen de ouders het rapport. Het is inmiddels 24 oktober, een dag nadat het klaagschrift van de ouders op de mat plofte. Het tuchtcollege berispt, vooral omdat de psychiater steeds beterschap beloofde.

 

 

Laatst gewijzigd: 9 april 2009
Zaaknummer RTC Eindhoven 07153
Specialisme Kinder- en jeugdpsychiater
Uitspraak Berisping
Klager Ouders patiënt
Feiten Klagers hebben meerdere keren een boodschap ingesproken met het verzoek door verweerder teruggebeld te worden in verband met vragen over de dosering van voorgeschreven Ritalin. Dit is nooit gebeurd. Daarnaast hebben zij meerdere malen een afspraak gemaakt met verweerder in verband met de aanvraag van een Leergebonden budget. Deze afspraak is meerdere malen afgezegd en verschoven. Ook het benodigde door verweerder op te stellen rapport werd steeds niet ontvangen.
Leermoment Volgens Artikel II.5 van de Gedragsregels voor artsen van de KNMG is de arts er verantwoordelijk voor dat de continuïteit van de hulpverlening en een goede bereikbaarheid verzekerd zijn, onverlet de verantwoordelijkheid die hiervoor bij de instelling ligt waar hij werkzaam is. Verweerder had klagers op zijn minst op de hoogte moeten stellen van de gerezen problemen en de verwachte duur daarvan en samen met hen voor een (tijdelijke) oplossing voor zijn (tijdelijke) uitval moeten zorgen.

PDF 2007/153


HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG
TE EINDHOVEN
heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 23 oktober 2007 binnengekomen klacht van:
A en B
beiden wonende te C
klagers
tegen:
D
kinder- en jeugdpsychiater
werkzaam en wonende te E
verweerder

1. Het verloop van de procedure
Het college heeft kennisgenomen van:
- het klaagschrift
- het verweerschrift
- de repliek
- de dupliek
Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid in het kader van het vooronderzoek mondeling te worden gehoord. De klacht is ter openbare zitting van 1 september 2008 behandeld. Klager en verweerder waren aanwezig. Klaagster was afwezig.

2. De feiten
Als enerzijds gesteld en anderzijds niet of onvoldoende betwist gaat het college uit van de navolgende vaststaande feiten:
Klagers zijn de ouders van F geboren op 1 juni 2000. Vanaf 2004 werd F behandeld en begeleid door verweerder.
In het najaar van 2006 heeft verweerder aan F het medicijn Ritalin voorgeschreven. Bij klagers rezen al snel vragen over de dosering. Zij hebben daarvoor meerdere malen, een keer of vijf, naar de praktijk gebeld en een berichtje ingesproken met het verzoek door verweerder te worden teruggebeld, hetgeen niet gebeurde. Toen de medicatie opraakte, hebben klagers de medicatie op eigen houtje afgebouwd. Op 17 januari 2007 en op 2 juli 2007 hebben klagers in een persoonlijk gesprek met verweerder aangegeven dat zij verweerders bereikbaarheid en communicatie slecht vonden. Verweerder zegde beide keren toe de situatie te zullen verbeteren.
Op 21 maart 2007 hebben verweerder en klagers gesproken over de mogelijkheid dat voor F een Leerlinggebonden Budget (LGB; een zogeheten ‘rugzakje’) aangevraagd zou worden. Verweerder achtte een ‘rugzakje’ voor F erg zinvol en een aanvraag daartoe kansrijk; het rapport dat klagers nodig hadden om het ‘rugzakje’ aan te vragen zou verweerder opstellen. In april hebben klagers telefonisch aan verweerder bevestigd dat zij samen met de school een ‘rugzakje’ zouden aanvragen en dat zij dat op de volgende afspraak op 16 mei 2007 verder met verweerder wilden bespreken. De afspraak van 16 mei 2007 werd door verweerder afgezegd en doorgeschoven naar 19 juni 2007. Daarbij werd afgesproken dat klagers een kopie van het onderwijskundig rapport, zodra dit gereed was, naar verweerder zouden opsturen. Alsdus geschiedde op 8 juni 2007 met een begeleidend schrijven waarin klaagster verweerder verzocht om een rapport op te stellen zodat de aanvraag voor het ‘rugzakje’ nog voor de zomervakantie opgestuurd kon worden. De afspraak van 19 juni is door verweerder afgezegd en verschoven naar 2 juli 2007. Op die datum hadden klagers nog steeds geen rapport ontvangen; op achtergelaten telefonische berichten werd niet geantwoord. In het gesprek met verweerder van 2 juli 2007 drongen klagers er bij verweerder op aan om het rapport alsnog met spoed te schrijven omdat de school zonder het rapport geen extra hulp voor F kon krijgen. Verweerder beloofde dat klagers het rapport uiterlijk op 10 juli 2007 zouden ontvangen. Klagers hebben op die datum echter geen rapport ontvangen. Vanaf genoemde datum hebben klagers op circa 13 verschillende momenten pogingen ondernomen, zowel telefonisch als schriftelijk, om met verweerder in contact te komen. Dit leverde geen resultaat op.
Op 23 oktober 2007 kwam het klaagschrift van klagers binnen op het secretariaat van het tuchtcollege. Op 24 oktober 2007 hebben zij het rapport van verweerder, gedateerd op 8 oktober 2007, via de post ontvangen.

3. Het standpunt van klagers en de klacht
Klagers verwijten verweerder allereerst dat hij slecht bereikbaar was en, ondanks toezeggingen dat dit zou veranderen, is gebleven.
Daarnaast verwijten zij hem dat hij lange tijd verzuimd heeft om zijn diagnose (PDDNOS) op te schrijven in een rapport waarmee voor F een LGB en een Persoonsgebonden Budget (PGB) aangevraagd kon worden. Dit rapport ontvingen klagers, ondanks veelvuldig aandringen en eerdere toezeggingen, pas op 24 oktober 2007.

4. Het standpunt van verweerder
Ter zitting heeft verweerder erkend dat hij onvoldoende bereikbaar is geweest en dat klagers onaanvaardbaar lang hebben moeten wachten op het rapport. Voor dit laatste heeft hij ook schriftelijk, in het rapport zelf, zijn excuses aangeboden. De achtergrond van de vertraging en onbereikbaarheid was enerzijds de verhuizing van verweerders woning en praktijk in maart 2007 en anderzijds het feit dat verweerder spoedig daarna klachten kreeg aan zijn ogen, hetgeen heeft geleid tot een operatie aan het ene oog op 9 oktober 2007 en aan het andere op 20 november 2007. In die periode was het niet zeker of, en in welke vorm, de praktijk kon voortbestaan, mede gezien het feit dat de financiële mogelijkheden als gevolg van een eerdere verbouwing waren uitgeput. Inmiddels is er een samenwerking met GGZ-Virenze tot stand gekomen en probeert verweerder de achterstand in te halen. Er is een nieuw secretariaat en er wordt gewerkt aan betere communicatiemogelijkheden.
Verweerder is op 8 oktober 2007 begonnen aan het rapport, maar heeft het die dag niet kunnen afmaken. Dit verklaart de datum bovenaan het, door klagers op 24 oktober 2007 ontvangen, rapport.

5. De overwegingen van het college
Over het eerste klachtonderdeel (de slechte bereikbaarheid) oordeelt het college als volgt. Artikel II.5 van de Gedragsregels voor artsen van de KNMG luidt als volgt: “De arts is er verantwoordelijk voor dat continuïteit van de hulpverlening en een goede bereikbaarheid verzekerd zijn, onverlet de verantwoordelijkheid die hiervoor bij de instelling ligt waar hij werkzaam is.” Het college is van oordeel dat verweerder op het punt van de bereikbaarheid ernstig tekortgeschoten is. De omstandigheden die verweerder aanvoert ter verklaring van het uitblijven van een reactie op de vele telefoontjes en brieven van klagers, waaronder de verhuizing en de oogklachten, kunnen in geen enkel opzicht het stilzwijgen ten opzichte van klagers rechtvaardigen. Verweerder had hen op zijn minst op de hoogte kunnen (en moeten) stellen van de gerezen problemen en de verwachte duur daarvan en samen met hen voor een (tijdelijke) oplossing voor zijn (tijdelijke) uitval moeten zorgen. Door dit niet te doen hebben klagers bij de dosering en afbouw van de medicatie van hun zoon niet de begeleiding gekregen die zij behoefden, en hebben zij onaanvaardbaar lang in onzekerheid verkeerd omtrent de rapportage (zie ook hieronder). Dat verweerder tot tweemaal toe in een mondeling gesprek aan klagers heeft beloofd zijn bereikbaarheid te verbeteren – hetgeen niet is gebeurd – maakt zijn gedrag des te kwalijker. Het college acht het eerste klachtonderdeel dan ook gegrond.
In het verlengde van hetgeen hierboven is overwogen, wordt ook het tweede klachtonderdeel (het uitblijven van de rapportage) gegrond bevonden. In aanmerking genomen dat reeds op 21 maart 2007 is gesproken over het ‘rugzakje’ en dat klagers vanaf dat moment regelmatig bij verweerder hebben aangedrongen op een spoedige verschijning van het rapport en verweerder in dat kader ook een toezegging heeft gedaan – uiterlijk 10 juli 2007 zouden klagers het rapport hebben –, is de datum waarop het rapport bij klagers is gearriveerd, te weten 24 oktober 2008, onacceptabel laat. Dit wordt verweerder zwaar aangerekend. De omstandigheden die volgens verweerder tot de vertraging hebben geleid (zie boven), kunnen, hoe vervelend zij ook voor verweerder zijn geweest, ook hier geen excuus opleveren. Ook het tweede klachtonderdeel is daarmee gegrond.
Het college is van mening dat niet kan worden volstaan met de lichtste maatregel. Het feit dat verweerder spijt betuigt (alhoewel de schriftelijke excuses in de rapportage wel wat mager zijn), doet daar niet aan af. Daarom wordt verweerder de maatregel van berisping opgelegd.

6. De beslissing
Het college:
- legt aan verweerder de maatregel van berisping op.
Aldus gewezen door mr. H.P.H. van Griensven, als voorzitter, mr. W.E.M. Duynstee-Bijvoet, als lid-jurist, dr. C.W.G.M. Frenken, dr. C. van der Heul en J.N. Voorhoeve, als leden-beroepsgenoten, in aanwezigheid van mr. J.C. Out als secretaris, en in het openbaar uitgesproken op 13 oktober 2008 in aanwezigheid van de secretaris.
secretaris voorzitter

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd