U bent nu hier:

Olympische dokters

Meer dan negentig Nederlandse artsen en geneeskundestudenten hebben sinds 1900 deelgenomen aan de Olympische Spelen. Lees Meer

Nieuwste column

    Meevoelend

    Meevoelend  |  Het verpleeghuis betekent niet altijd kommer en kwel, maar de coassistent die deze week meeloopt hoort mij wel erg vaak zeggen: ‘zielig hè’ of ‘triest eigenlijk’ of ‘beetje hopeloos dit’ en aan het eind van de dag is ze zo overvoerd met ellende dat ze zich hardop afvraagt hoe ik het volhoud. »»
    Reacties: 1 reactie


Tuchtzaak

    Het gevaar van het eigen gelijk

     |  Dit item is beschikbaar als u bent ingelogd.
    Inloggen
     | Een uroloog wantrouwt de uitslag van pathologisch onderzoek bij een prostaatkankerpatiënt. Hij vraagt geen revisie aan, maar houdt vast aan zijn eigen diagnose. Waardoor de dood als een volslagen verrassing komt voor de patiënt en zijn vrouw.    


Webshop

                                               

Ga naar de shop »»

Gratis borstvergroting

Van een SBS6-programma krijgt een bijstandsmoeder een ‘gratis’ borstvergroting. Enkele dagen later heeft ze pijnklachten. Na een dag of tien verwijdert de plastisch chirurg de prothese, waarbij pus vrijkomt. De vrouw zegt dat dit zonder verdoving en zonder overleg gebeurde. Na een hersteloperatie wordt de prothese weer verwijderd. De vrouw ervaart veel communicatieproblemen. De plastisch chirurg is heel slecht bereikbaar. Ook stuurt hij het medisch dossier pas op na tussenkomst van het tuchtcollege en ontbreken afspraken over mogelijke financiële verplichtingen van de vrouw, waardoor zij – en niet SBS6 – betalingsaanmaningen ontvangt. Vanwege de slechte communicatie krijgt de plastisch chirurg een waarschuwing.

Zaaknummer: RTC Eindhoven 0861
Specialisme: Plastisch chirurg
Uitspraak: Waarschuwing
Klager: Patiënt
Feiten: Daags na een borstvergrotingsoperatie, voelde klaagster zich niet goed. Volgens het waarneembericht had zij die dag naar de privé-kliniek gebeld, maar daar was niemand aanwezig. Zij werd heengezonden met het advies te koelen met Diclofenac. De volgende dag heeft klaagster met verweerder gebeld. Verweerder zei dat haar klachten vocht betroffen en dat het vanzelf weg zou trekken. De dag daarna is klaagster na met verweerder gebeld te hebben, naar diens kliniek gegaan. Verweerder heeft haar onderzocht en gezegd dat het vocht was. Enkele dagen later belde zij weer. Ze ging naar verweerders kliniek. Verweerder heeft klaagster een plaatselijke verdoving gegeven. Er kwam pus uit de wond. Daarna heeft verweerder de prothese uit de rechterborst verwijderd.
Leermoment: Het ligt in een dergelijke situatie op de weg van verweerder om uitleg te geven over het hoe en waarom van wat hij gaat doen en dan te bezien wat de reactie van de patiënt is. Er dient, zeker in die gevallen, waarin de geografische afstand tussen patiënt en arts relatief groot is, vooraf een deugdelijke communicatiestructuur te worden afgesproken.

 

Klik hier voor het PDF van deze uitspraak


HET REGIONAAL TUCHTCOLLEGE VOOR DE GEZONDHEIDSZORG TE EINDHOVEN  

heeft het volgende overwogen en beslist omtrent de op 7 mei 2008 binnengekomen klacht
van: 

A

wonende te B

klaagster

gemachtigde mr. J. Broeders te Etten-Leur

tegen:

C

plastisch chirurg

werkzaam te D

wonende te E

verweerder

 
1. Het verloop van de procedure

Het college heeft kennisgenomen van:

- het klaagschrift
- het verweerschrift
- de repliek
- de dupliek
- het medisch dossier
- een brief met bijlage van mr. J. Broeders d.d. 3 oktober 2008
- een brief met bijlagen van mr. J. Broeders d.d. 16 oktober 2008
- een informatiefolder.


Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de hun geboden mogelijkheid in het kader van het
vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

De klacht is ter openbare zitting van 10 november 2008 behandeld. Partijen waren aanwezig,
klaagster bijgestaan door haar gemachtigde. 

2. De feiten

Het gaat in deze zaak om het volgende:

Klaagster kwam via een televisieprogramma van SBS6 in contact met verweerder met het oog
op een borstvergrotingsoperatie. Bij het intakegesprek was ook een medewerker van SBS6
aanwezig. De operatie heeft plaatsgevonden in de F in G op vrijdag 2 juli 2004.

Op zondag 4 juli 2004 is klaagster naar de huisartsenpost gegaan. Klaagster voelde zich, aldus
het waarneembericht, helemaal niet lekker, was misselijk, kon haar rechter arm niet optillen
en haar borsten gloeiden van alle kanten. Volgens het waarneembericht had zij die dag naar
de privé-kliniek gebeld, maar daar was niemand aanwezig. Bij onderzoek bleek een zwelling
bij de rechter borst. Zij werd heengezonden met het advies te koelen en met Diclofenac als
medicatie.

Op maandag 5 juli 2004 heeft klaagster met verweerder gebeld. Verweerder zei dat het vocht
was en dat het vanzelf zou wegtrekken.

Op 6 juli 2004 heeft klaagster weer naar verweerder gebeld. Zij is die dag naar de kliniek van
verweerder in E gegaan. Verweerder heeft haar onderzocht en gezegd dat het vocht was.
Enkele dagen later belde ze weer. Ze ging weer naar verweerders kliniek in E. Verweerder
heeft klaagster een plaatselijke verdoving gegeven. Er kwam pus uit de wond. Vervolgens
heeft verweerder de prothese uit de rechter borst verwijderd.  

Op 1 oktober 2004 heeft de hersteloperatie plaatsgevonden. Verweerder heeft daarbij een
nieuwe prothese in de rechter borst aangebracht. De wond bleef lekken, ook na het
aanbrengen van een steunhechting door verweerder. Vanwege door klaagster zo ervaren
communicatieproblemen met verweerder heeft zij zich tot haar huisarts en via deze tot een
andere plastisch chirurg gewend, die haar op 15 november 2004 heeft gezien en op 16
november 2004 heeft geopereerd; daarbij is de rechter prothese onder narcose verwijderd.  

Op of kort voor 25 mei 2008 heeft klaagster haar medisch dossier opgevraagd. Uiteindelijk
heeft verweerder dit, na tussenkomst van de secretaris van het tuchtcollege, bij brief van 8 augustus 2008 aan het college verzonden.  

3. Het standpunt van klaagster en de klacht

Klaagster klaagt in de eerste plaats en vooral over de wijze waarop op 8 of 9 juli 2004
verweerder de prothese uit haar rechter borst heeft verwijderd. Volgens klaagster heeft
verweerder haar aan de zijkant/bovenkant van haar rechter borst een klein prikje gegeven, een
plaatselijke verdoving, waarna hij aan de zijkant van de rechter borst een kleine incisie heeft
gemaakt. Er kwam veel pus uit. Toen de pus eruit gelopen was, gaf verweerder aan dat de
prothese er uit moest. Hij heeft toen meteen het oude litteken opengesneden en de prothese er
zo uitgetrokken. Klaagster kan de pijn die zij toen voelde, nog steeds voelen. Van enige
verdoving heeft zij niets gemerkt.  

Verder beklaagt klaagster zich over de communicatie. Toen de wond, na de hersteloperatie op
1 oktober 2004, bleef lekken, heeft zij weer contact gezocht met verweerder. Zij kreeg geen
gehoor meer. Zij heeft toen de F in G gebeld. Daar kreeg zij het GSM-nummer van
verweerder. Toen klaagster dit nummer belde, kreeg zij te horen dat het erg druk was en dat
zij terug moest bellen voor een afspraak in E. Zij heeft daarop diverse keren gebeld, maar
kreeg geen reactie. Daarop is zij naar haar huisarts gegaan, die haar adviseerde een second
opinion te vragen bij een andere plastisch chirurg. Dat heeft zij gedaan. Deze heeft de
prothese verwijderd.  

Zij heeft vervolgens nog een betalingsaanmaning gehad, maar die heeft zij doorgestuurd naar
SBS en daarna heeft zij niets meer gehoord.  

Haar medisch dossier heeft zij met veel moeite en eerst na tussenkomst van de secretaris van
het college ontvangen. 

4. Het standpunt van verweerder

Klaagster had haar klacht al eerder, kennelijk op advies van een collega, naar de inspecteur
van de IGZ gestuurd. Deze zag geen verdere aanleiding tot enig onderzoek.  

Deze dame (verweerder bedoelt hiermede klaagster) heeft een gratis borstvergroting gehad in
privé-kliniek F te G via televisiestation SBS6. Hierover waren duidelijke afspraken gemaakt.
Klaagster is in het bezit gesteld van alle telefoonnummers van de kliniek in G, verweerders
praktijknummer te E en zijn mobiele nummer. Vanwege klaagsters woonplaats is destijds als
service aangeboden controles te laten verrichten in E. Bij de laatste controle had klaagster een
zeer gering helder vochtverlies en is er een extra steunhechting geplaatst.  

Klaagster had één maal ingesproken op het antwoordapparaat met de mededeling nu wel eens
af te willen zijn van het wondvochtverlies, maar verder niets. Dat bericht had zij ingesproken
op het antwoordapparaat van verweerders praktijk in E, dus niet op zijn mobiele
telefoonnummer en zij had ook niet gebeld naar de kliniek in G. Verweerder is niet altijd op
zijn praktijk te E aanwezig. Op woensdag is hij werkzaam in het H te I en ook mobiel te
bereiken. Op de donderdag en vrijdag is hij werkzaam in de kliniek te G. Dus is hij niet altijd
aanwezig om in zijn praktijk het antwoordapparaat af te luisteren. 

Bij dupliek heeft verweerder nog aangevoerd als volgt. Een blootliggende, geïnfecteerde
prothese kan, indien de volledige oude incisie open is, snel en eenvoudig worden
uitgetrokken. Indien de volledige oude incisie niet open is, zal deze met lidocaine worden
geïnjecteerd en worden geopend. Uiteraard is het op deze manier verricht.

Ter zitting heeft verweerder, onder meer, aangevoerd dat noch klaagster, noch SBS6 heeft
betaald en dat de operatie voor klaagster niet gratis was.


5. De overwegingen van het college

Het verwijderen van de prothese.

Dat, zoals klaagster stelt, de prothese is verwijderd zonder verdoving, is niet komen vast te
staan of aannemelijk geworden. Daarentegen staat wel vast, ook op grond van de stellingen
van klaagster zelf, dat er een injectie, kennelijk een verdovende injectie, is gegeven.

Na een incisie kan een gedeeltelijk blootliggend implantaat heel eenvoudig worden
verwijderd. Aangenomen moet worden dat, zoals verweerder stelt, er een verdovende injectie
is gegeven, dat onder verdoving een incisie is gemaakt en dat het implantaat vervolgens is
weggehaald.

Op grond hiervan kan niet worden geoordeeld dat verweerder, in medisch-technische zin,
onjuist heeft gehandeld.  

Wel merkt het college nog het volgende op. Dat betreft de communicatie over de genoemde
ingreep. Klaagster heeft ter zitting verklaard dat verweerder zei: “De prothese moet eruit.”

En voordat zij het besefte, was het gebeurd. Als dit zo is gegaan – en verweerder heeft dit niet
betwist – dan is sprake geweest van onvoldoende uitleg en overleg over hetgeen klaagster
stond te wachten. Het ligt immers in een dergelijke situatie op de weg van verweerder om
uitleg te geven over het hoe en waarom van wat hij gaat doen en dan te bezien wat de reactie
van de patiënt is. Maar zo is het, naar klaagster onweersproken heeft gesteld, niet gegaan.


Daarom moet worden geoordeeld dat verweerder op het vlak van communicatie is tekort
geschoten.  

De overige communicatie.

Er dient, zeker in die gevallen, waarin de geografische afstand tussen patiënt en arts relatief
groot is, vooraf een deugdelijke communicatiestructuur te worden afgesproken. Deze
communicatiestructuur was in het onderhavige geval als rommelig aan te duiden. Weliswaar
had klaagster de beschikking over het telefoonnummer van de F, waar zij was behandeld, en
had zij ook de beschikking over het telefoonnummer van de privé-kliniek van verweerder in E
en van zijn 06-nummer, maar als verweerder niet bereikbaar was via de F, werd zij verwezen
naar zijn privé-kliniek of 06-nummer en kreeg zij een antwoordapparaat als verweerder niet
bereikbaar was.

Weliswaar kan klaagster niet aantonen dat zij een aantal malen vergeefs heeft
gebeld, maar onaannemelijk is dit niet. De F doet immers niet anders dan verwijzen naar
andere telefoonnummers en niet onaannemelijk is dat vanwege de beperkte aanwezigheid van
verweerder in E en zijn (operatie-) activiteiten, hij lang niet altijd adequaat bereikbaar is. Dat
behoeft op zich nog geen probleem te zijn als verweerder dan maar via de telefoon of
anderszins een duidelijk geleide geeft, ofwel in de richting van een persoonlijk contact met
hemzelf, ofwel naar een collega-plastisch chirurg. Daarvan is in dit geval niet gebleken.

 Ook heeft verweerder geen duidelijkheid geschapen over de mogelijke financiële
verplichtingen van klaagster. Terwijl verweerder ter zitting, in tegenstelling tot hetgeen
klaagster uit eerdere schriftelijke reactie van verweerder had begrepen, uitdrukkelijk te
kennen gaf dat klaagster ( een “bijstandsmoeder”) terzake nog financiële verplichtingen aan
hem heeft, ontbreekt in het dossier iedere overeenkomst of aantekening over financiële
afspraken.

Samenvattend is het college van oordeel dat verweerder in medisch-technisch opzicht niets
valt te verwijten, maar dat hij in communicatief opzicht ten opzichte van klaagster is
tekortgeschoten.

Het college zal verweerder terzake de maatregel van waarschuwing opleggen.

 
6. De beslissing

Het college:

- verklaart de klacht deels gegrond en legt aan verweerder terzake de maatregel van
waarschuwing op.
- wijst de klacht voor het overige af.

Aldus gewezen door mr. H.P.H. van Griensven, als voorzitter, mr. W.E.M. Duynstee-Bijvoet,
als lid-jurist, dr. J. Wever, dr. P.M. Netten en M. Rol, als leden-beroepsgenoten, in
aanwezigheid van mr. J.C. Out, als secretaris, en in het openbaar uitgesproken op

22 december 2008 in aanwezigheid van de secretaris.

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd