Olympische dokters
Meer dan negentig Nederlandse artsen en geneeskundestudenten hebben sinds 1900 deelgenomen aan de Olympische Spelen. Lees Meer
Nieuwste column
Meevoelend
23-05-2012 |
Het verpleeghuis betekent niet altijd kommer en kwel, maar de coassistent die deze week meeloopt hoort mij wel erg vaak zeggen: ‘zielig hè’ of ‘triest eigenlijk’ of ‘beetje hopeloos dit’ en aan het eind van de dag is ze zo overvoerd met ellende dat ze zich hardop afvraagt hoe ik het volhoud. »»
Reacties: 1 reactie
Tuchtzaak
Het gevaar van het eigen gelijk
22-05-2012 |
Dit item is beschikbaar als u bent ingelogd.
Inloggen
| Een uroloog wantrouwt de uitslag van pathologisch onderzoek bij een prostaatkankerpatiënt. Hij vraagt geen revisie aan, maar houdt vast aan zijn eigen diagnose. Waardoor de dood als een volslagen verrassing komt voor de patiënt en zijn vrouw.
Gescheiden ouders
| Publicatie | Nr. 19 - 06 mei 2009 |
|---|---|
| Jaargang | 2009 |
| Rubriek | Uitspraak Tuchtcollege |
| Auteur | KNMG, B.V.M. Crul - arts |
| Pagina's | 858-860 |
Wij weten niet hoeveel gescheiden ouders u in uw praktijk heeft, maar als het aan het Tuchtcollege Zwolle ligt, zou u desgevraagd steeds met al die ouders (apart) moeten overleggen over iedere behandeling van de minderjarige kinderen waarover deze ouders gezag hebben.
De Zwolse tuchtrechter legt in onderstaande uitspraak een waarschuwing op aan een huisarts, onder andere omdat hij twee (jonge) kinderen had behandeld zonder voorafgaand overleg met vader. Vader was gescheiden van moeder, maar had (toen nog) wel gezag. De vader had uitdrukkelijk gevraagd vooraf over iedere behandeling met hem te overleggen, maar de arts had dat geweigerd. Hij wilde alleen overleggen met de wettelijk vertegenwoordiger die meekwam naar het spreekuur. En dat was moeder.
Geen onredelijke eis, zo dunkt ons. Wel van vader, overigens. Welhaast als misbruik van recht aan te merken. Maar de tuchtrechter dacht er anders over. Voor de behandeling van kinderen tot 16 jaar is nu eenmaal de toestemming van beide gezagdragende ouders vereist.
Niet dat de rechter helemaal geen oog heeft voor de praktische problemen die dit – op zichzelf juiste – standpunt oproept, maar de oplossing die de rechter aandraagt (een door de KNMG te ontwikkelen standaardtoestemmingsverklaring voor niet-ingrijpende verrichtingen) is geen alternatief.
Natuurlijk moet u zich bij zeer ingrijpende, niet-noodzakelijke of ongebruikelijke behandelingen vergewissen van de toestemming van beide ouders. Voor gewone, noodzakelijke medische behandelingen mag u echter blijven afgaan op de ouder die zich op het spreekuur presenteert en de toestemming van de andere ouder veronderstellen.
Ouders die gezamenlijk gezag hebben, moeten met elkaar overleggen. Als dat niet lukt, moeten zij zelf maar contact zoeken met de dokter en een eventuele concrete weigering kenbaar maken. Niet dat de dokter die altijd zal respecteren; volgens de WGBO mag de arts het belang van het kind laten prevaleren. Maar in ieder geval ligt het probleem dan wel waar het hoort: bij de ouders zelf. Een andere opvatting zou de zorg onwerkbaar maken.
B.V.M. Crul, arts
mr. R. de Roode, beleidsmedewerker KNMG
Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te Zwolle d.d. 29 januari 2009
Beslissing naar aanleiding van de op 24 augustus 2007 ingekomen klacht van A, wonende te B, klager, tegen C, huisarts, werkzaam te D, bijgestaan door mr. E.J.C. de Jong, advocaat te Utrecht, verweerder.
1. Het verloop van de procedure
Klager heeft een klaagschrift met bijlagen ingediend. Op verzoek van de secretaris van het college heeft klager zijn klaagschrift op 2 november 2007 verduidelijkt. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. Zij hebben vervolgens gerepliceerd, de repliek voorzien van bijlagen, en gedupliceerd. Beiden hebben afgezien van de hun geboden mogelijkheid om te worden gehoord in het kader van het vooronderzoek.
De zaak is behandeld ter openbare zitting van 12 december 2008, alwaar zijn verschenen klager en verweerder, verweerder bijgestaan door zijn gemachtigde.
Klager heeft ter zitting nog de journaals van verweerder met betrekking tot beide hieronder te noemen kinderen overgelegd.
2. De feiten
Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting dient, voor zover van belang voor de beoordeling van de klacht, van het volgende te worden uitgegaan.
Klager was tot 14 januari 2004 gehuwd met E. Uit het huwelijk zijn twee kinderen geboren, F en G. Tot de ontbinding van het huwelijk waren klager, E en de twee kinderen patiënten van verweerder. Daarna is klager verhuisd en heeft hij een andere huisarts gevonden. E en de twee kinderen bleven patiënt van verweerder.
Van januari 2004 tot november 2005 had klager tezamen met E de ouderlijke macht over de twee kinderen. Daarna is de ouderlijke macht bij rechterlijke beschikking aan alleen E overgedragen.
Klager heeft verweerder per brief van 26 maart 2004 op de hoogte gesteld van het gezamenlijk gezag over de twee kinderen, onder toezending van een kopie van de rechterlijke uitspraak, en verweerder verzocht hem, klager, op de hoogte te stellen van de medische en psychische gesteldheid van de kinderen.
Tevens heeft klager in dezelfde brief verweerder verzocht om voorgenomen medische behandelingen van de kinderen vooraf met hem, klager, te overleggen. Verweerder heeft klager, na diens rappel van 4 mei 2004, op 13 mei 2004 de medische gegevens over de twee kinderen toegezonden en klager meegedeeld dat hij, verweerder, alleen met de wettelijke vertegenwoordiger die het betreffende kind begeleidt naar de praktijk overleg zal voeren over voorgestelde behandelingen. Vervolgens heeft klager op 19 april 2005 wederom aan verweerder verzocht hem te informeren. Verweerder heeft klager op 12 mei 2005, wederom na rappel door klager, de medische gegevens van de kinderen vanaf mei 2004 toegezonden.
Op 17 mei 2005 heeft klager verweerder er schriftelijk aan herinnerd dat verweerder toestemming van beide ouders nodig heeft alvorens een kind te behandelen. Verweerder heeft in de periode tussen januari 2004 en november 2005 in elk geval G behandeld voor de gebruikelijke aandoeningen die kinderen van die leeftijd kunnen hebben zonder klager om toestemming te vragen.
In juli 2006 heeft het Gerechtshof in Arnhem de Raad voor de Kinderbescherming aldaar een opdracht verstrekt tot het uitvoeren van een onderzoek inzake een omgangsregeling tussen klager en de twee kinderen.
Verweerder heeft op verzoek van E op 15 januari 2007 een brief, door verweerder genoemd ‘medische verklaring’, gericht aan de Raad voor de Kinderbescherming, geschreven, waarin hij verklaart dat het ‘omwille van de rust in de thuissituatie en de gezondheid van bovengenoemde (E, RTC) en haar kinderen, niet wenselijk c.q. gecontra-indiceerd is om divers onderzoek, hetwelk in de afgelopen jaren reeds is verricht, opnieuw door de VoRa te laten herbeoordelen en te onderzoeken’.
3. De klacht
Klager verwijt verweerder – zakelijk weergegeven – dat hij:
a. in strijd met de wet heeft gehandeld door voor behandeling van de kinderen uitsluitend overleg te hebben gevoerd met de ouder, in casu E, die met het betreffende kind op het spreekuur kwam en niet met klager, terwijl verweerder door klager op de hoogte was gesteld van het feit dat klager de ouderlijke macht nog had en toestemming voor behandelingen van de twee kinderen moest worden gevraagd;
b. heeft meegewerkt aan het onttrekken van de kinderen aan klagers ouderlijk gezag door medische gegevens over de kinderen achter te houden en overige informatie eerst na rappel van klager heeft toegezonden;
c. in zijn brief van 15 januari 2007 aan de Raad voor de Kinderbescherming valsheid in geschrifte heeft gepleegd door zich partijdig op te stellen ten voordele van klagers ex-echtgenote en heeft verzuimd melding bij het AMK te doen als hij zich zorgen maakte over de kinderen.
4. Het verweer
Primair voert verweerder aan dat klager in zijn klacht niet kan worden ontvangen, omdat diens klaagschriften ongedateerd en niet ondertekend zijn.
Secundair voert verweerder aan dat hij van oordeel is dat de klacht moet worden afgewezen.
Het college zal hieronder nader op de relevante onderdelen van het verweer ingaan.
5. De overwegingen van het college
5.1 Het college wijst er allereerst op, dat het bij de tuchtrechtelijke toetsing van professioneel handelen niet erom gaat of dat handelen beter had gekund, maar om het geven van een antwoord op de vraag of de beroepsbeoefenaar bij het beroepsmatig handelen is gebleven binnen de grenzen van een redelijk bekwame beroepsuitoefening, rekeninghoudend met de stand van de wetenschap ten tijde van het klachtwaardig geachte handelen en met hetgeen toen in de beroepsgroep ter zake als norm of standaard was aanvaard.
5.2 Ten aanzien van de ontvankelijkheid.
Klager heeft de aanbiedingsbrief van zijn vervangende klaagschrift gedateerd op 2 november 2007 en deze brief ondertekend, waarmee hij heeft voldaan aan de eisen die aan een klaagschrift ex artikel 4 en 5 van het Tuchtrechtbesluit BIG worden gesteld.
5.3 Ten aanzien van klachtonderdeel a.
Volgens verweerder is het in een huisartsenpraktijk gebruikelijk dat alleen met de ouder die meekomt met een kind op zijn spreekuur overleg over de behandeling wordt gevoerd en dat het ondoenlijk is steeds de gescheiden ouder erbij te betrekken. Verweerder stelt dat hij tot twee keer toe overleg heeft gehad met de KNMG over de door klager verlangde toestemming en informatie.
Het college kan zich niet voorstellen dat van de zijde van de KNMG met betrekking tot het toestemmingsvereiste aan verweerder is geadviseerd zich zo op te stellen als hij in zijn brief aan klager heeft gedaan. De wettelijke regeling, inhoudend dat ook na echtscheiding beide ouders (indien met het gezag belast) toestemming moeten geven voor medische verrichtingen bij kinderen met een leeftijd als in deze zaak, is duidelijk genoeg en de KNMG heeft terzake adviezen en richtlijnen openbaar gemaakt met een andere strekking dan de handelwijze van verweerder. Nu klager expliciet heeft gevraagd hem voorafgaand te raadplegen, mocht verweerder hem niet zonder meer passeren. Dit klachtonderdeel is derhalve gegrond.
Het college heeft wel oog voor de praktische problemen die verweerder signaleert, maar het is er vooralsnog niet van overtuigd dat die praktische problemen onoverkomelijk zijn. Zo heeft verweerder aangegeven dat hij slechts één casus als deze – waarbij een gescheiden ouder expliciet te kennen heeft gegeven terzake van elke verrichting te willen worden geraadpleegd – in zijn praktijk heeft. Het is dus niet zo dat hij dagelijks doende zou zijn voor geringe verrichtingen toestemming te verkrijgen van de niet-verzorgende ouder.
Voorts is het denkbaar dat voor een situatie als de zojuist geschetste een praktische oplossing wordt gevonden in de vorm van een eenmalige, algemene toestemming door de niet-verzorgende ouder voor verrichtingen van niet ingrijpende aard bij het kind. Klager heeft – ter zitting – aangegeven dat hij een verzoek daartoe wel zou hebben getekend, omdat hij vanzelfsprekend belang hecht aan de gezondheid van zijn kinderen.
Wellicht ligt het op de weg van de KNMG om een modeltoestemmingsformulier dat past bij een casus als deze te ontwikkelen.
5.4 Ten aanzien van klachtonderdeel b.
Verweerder is van oordeel dat hij na een niet-ongebruikelijk tijdsverloop steeds alle medische informatie over de kinderen aan klager heeft toegezonden en niets heeft achtergehouden.
Het college heeft geconstateerd dat verweerder, zij het met enige vertraging maar niet in verwijtbare mate, steeds desgevraagd een uitdraai van zijn journaal aan klager heeft toegezonden. Daarmee heeft hij voldaan aan de op hem rustende informatieplicht.
Dit klachtonderdeel is dus ongegrond.
5.5 Ten aanzien van klachtonderdeel c.
Verweerder heeft aangegeven dat hij uit zorgen om het betreffende kind de verklaring van 15 januari 2007 heeft opgesteld: meer onderzoek vond hij schadelijk voor de kinderen.
Klager voert daartegen aan dat het verweerder kennelijk was ontgaan dat de kinderen psychologische verschijnselen vertoonden die een gevolg waren van het ontbreken van een normaal familieleven na de scheiding, welke verschijnselen volgens klager in het kader van een omgangsregeling van klager met de twee kinderen, aan het licht dienden te komen.
Verweerder behoorde zich als behandelend arts te onthouden van een verklaring met een waardeoordeel als hierboven weergegeven. Mede omdat verweerder in feite ook wel erkent dat hij in deze onjuist heeft gehandeld, behoeft dit geen nadere toelichting.
Dit klachtonderdeel is eveneens gegrond.
5.6 In deze zaak is een waarschuwing op zijn plaats. Voorts zal de publicatie worden bevolen als hierna genoemd.
6. De beslissing
Het college:
– waarschuwt verweerder!
Bepaalt dat deze beslissing, nadat deze onherroepelijk is geworden, geheel in de Nederlandse Staatscourant zal worden bekendgemaakt en ter publicatie zal worden aangeboden aan de tijdschriften Medisch Contact, Tijdschrift voor Gezondheidsrecht en Gezondheidszorg Jurisprudentie.
Aldus gedaan in raadkamer door mr. A.L. Smit, voorzitter, en M.D. Klein Leugemors en S. de Jong, leden-geneeskundigen, in tegenwoordigheid van mr. R.C. Rijkers-van den Akker, secretaris, en uitgesproken in het openbaar op 29 januari 2009 door mr. A.L. Smit, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. H. van der Poel-Berkovits, secretaris.
Ziet u geen reactieformulier? Reacties. (1)
"Geachte lezer
Het lijkt erop,dat steeds vaker privecommunicatieproblemen op het bord van de huisarts gelegt worden.En helaas wordt dit in deze tuchtuitspraak weer eens gehonoreerd.
Ik vind de juridicalisering van de medische wereld een ongelukkige zaak, omdat wij ons steeds vaker met oneigenlijke zaken bezig moeten houden. De vader mag ervan uitgaan, dat de huisarts volgens de door de beroepsgroep vastgestelde normen behandelt. Een instemming met de keuze van de huisarts zou dan ook gelijk het goedkeuren voor het beleid in de spreekkamer moeten inhouden. Mocht een ouder zorgen hebben, kan hij/zij altijd een afspraak maken bij de huisarts van zijn/haar kinderen en deze bespreken. Dat lijkt mij de correcte en zorgvuldige manier.
Een papier meer, dat ons indekt, maakt het voor het kind niet beter. En daar ging het toch in eerste instantie om?
met vriendelijke groet
Sabine Becker "
Best gewaardeerde docs
Profielen Dick Swaab, Henk Barendregt & Frans de Waal
08-02-2011 |
Nooit eerder was er, ook bij het grote publiek, zo veel belangstelling voor de werking van de hersenen. »»
Reacties: Plaats een reactie
De Echte Coassistent
16-03-2011 |
De televisiereeks De Echte Coassistent volgt zes studenten geneeskunde tijdens hun coschappen in het Deventer Ziekenhuis. »»
Reacties: Plaats een reactie
Best gewaardeerde films
Film: Intouchables - Olivier Nakache, Eric Toledano
24-04-2012 |
Subliem acteerwerk in Intouchables, een op feiten gebaseerde film die bijna twintig miljoen Fransen naar de bioscoop trok. »»
Reacties: 2 reacties
Film: De goede dood - Wannie de Wijn
22-02-2012 |
‘Ik heb niks te maken met de dood. De dood is van jullie. Het sterven is van mij.’
Het klinkt hard, maar het komt er wel op neer voor de familie en vrienden van de ongeneeslijk zieke Bernhard, die besloten heeft om te sterven. »»
Reacties: Plaats een reactie

















