U bent nu hier:

Olympische dokters

Meer dan negentig Nederlandse artsen en geneeskundestudenten hebben sinds 1900 deelgenomen aan de Olympische Spelen. Lees Meer

Nieuwste column

    Meevoelend

    Meevoelend  |  Het verpleeghuis betekent niet altijd kommer en kwel, maar de coassistent die deze week meeloopt hoort mij wel erg vaak zeggen: ‘zielig hè’ of ‘triest eigenlijk’ of ‘beetje hopeloos dit’ en aan het eind van de dag is ze zo overvoerd met ellende dat ze zich hardop afvraagt hoe ik het volhoud. »»
    Reacties: 1 reactie


Tuchtzaak

    Het gevaar van het eigen gelijk

     |  Dit item is beschikbaar als u bent ingelogd.
    Inloggen
     | Een uroloog wantrouwt de uitslag van pathologisch onderzoek bij een prostaatkankerpatiënt. Hij vraagt geen revisie aan, maar houdt vast aan zijn eigen diagnose. Waardoor de dood als een volslagen verrassing komt voor de patiënt en zijn vrouw.    


Webshop

                                               

Ga naar de shop »»

Aios

Een aios neurochirurgie plaatst een patiënte met pijnklachten vanuit de rug die uitstraalt naar het linkerbeen op een wachtlijst van zes maanden voor een discectomie. Na vijf maanden vindt een telefonisch consult plaats, waarin mevrouw aangeeft dat haar klachten zijn verergerd. De aios plaatst haar dan met voorrang op de operatielijst. In hoger beroep oordeelt het tuchtcollege dat dit niet afdoende was en geeft een waarschuwing. De aios had de vrouw moeten zien om te beoordelen of haar klachtenpatroon inderdaad was gewijzigd. De klachten waarmee zij enkele maanden na de operatie te kampen heeft, wijzen namelijk op een andere oorzaak.

Zaaknummer: CTG 2007/072
Specialisme: Arts
Uitspraak: 1e aanleg afwijzing klacht; hoger beroep waarschuwing
Klager: Patiënt
Feiten: Klaagster is op het spreekuur gezien. Nadat een MRI onderzoek was uitgevoerd zag de arts klaagster nogmaals op het spreekuur. Uitkomst van de bevindingen was dat klaagster in aanmerking kwam voor een discectomie. Klaagster is daartoe op de wachtlijst gezet die op dat moment voor haar als patiënt zonder spoedindicatie zes maanden bedroeg. Bijna vijf maanden later heeft klaagster telefonisch contact gezocht met het opnamesecretariaat. De arts heeft haar een week later teruggebeld. In dat gesprek heeft klaagster klachten geuit die, in ieder geval in haar beleving, anders/verergerd waren ten opzichte van haar eerder klachten.
Leermoment: Wanneer in aanmerking wordt genomen dat er inmiddels bijna vijf maanden waren verstreken sinds het laatste spreekuurcontact en dat klaagster, die op de wachtlijst stond voor een operatieve ingreep, zich in die tussenliggende periode niet eerder met verergering/ verandering van klachten had gemeld, had de arts er voor moeten zorgen dat klaagster op het spreekuur van hem of een collega werd gezien zodat in het licht van de eerdere bevindingen kon worden beoordeeld of het klachtenpatroon inderdaad was gewijzigd en/ of toegenomen zoals klaagster aangaf en of eerder ingrijpen nodig was. Niet volstaan had mogen worden met overleg met als uitkomst het met voorrang plaatsen op de operatielijst.

Klik hier voor de pdf-versie van deze uitspraak


2007/072
Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg

Beslissing in de zaak onder nummer 2007/072 van:

A., wonende te B., appellante, klaagster in eerste aanleg, raadsvrouw mr.drs. A.M. Neijzen, advocaat te Amsterdam, tegen C., arts, in het kader van zijn opleiding tot neurochirurg in Nederland in de periode van 11 augustus 1998 tot 11 februari 2003 geclausuleerd ingeschreven in het BIG register thans wonende te D., verweerder in hoger beroep en in eerste aanleg, raadsvrouw mr. J. Meyst-Michels, advocaat te Utrecht.


1. Verloop van de procedure

Appellante - hierna te noemen klaagster - heeft op 12 april 2005 bij het Regionaal Tuchtcollege te Amsterdam tegen verweerder - hierna te noemen de arts - een klacht ingediend. Bij beslissing van 19 december 2006, onder nummer 05/100, heeft dat College de klacht afgewezen. Klaagster is van die beslissing tijdig in hoger beroep gekomen. De arts heeft een verweerschrift in hoger beroep ingediend. De zaak is in hoger beroep behandeld ter openbare terechtzitting van het Centraal Tuchtcollege van 9 september 2008. Verschenen zijn klaagster, bijgestaan door mr.drs. A.M. Neijzen, en mr. J. Meyst-Michels, namens de arts. Mr. Meyst-Michels is vergezeld van de heer E., neurochirurg. De arts is niet ter terechtzitting aanwezig. Hij heeft tevoren bericht van verhindering doen zenden. De zaak is over en weer door de raadslieden bepleit waarbij de pleitaantekeningen aan het Centraal Tuchtcollege zijn overgelegd.


2. Beslissing in eerste aanleg

Het Regionaal Tuchtcollege heeft aan zijn beslissing het volgende ten grondslag gelegd.


“ 2. De feiten.


Op grond van de stukken en hetgeen ter terechtzitting heeft plaatsgevonden kan van het volgende worden uitgegaan. Klaagster was van 22 maart tot 12 april 2000 en van 20 april tot en met 5 mei 2000 vanwege pijnklachten vanuit de rug met uitstraling naar het linkerbeen, opgenomen geweest in ziekenhuis F.. Vervolgens is klaagster voor een second opinion gezien in het G.-ziekenhuis in H., op 2 januari 2001 op de poli neurologie en door verweerder op 13 maart en 27 maart 2001 op de poli neurochirurgie. Na onderzoeken en een MRI-scan is klaagster op de wachtlijst geplaatst voor een discectomie L5-S1 in verband met een radiculair syndroom S1 links. Vanwege pijnklachten belde klaagster op 7 augustus 2001 met het opname- secretariaat van de afdeling neurochirurgie waarna een telefonisch consult met verweerder heeft plaatsgevonden op 14 augustus 2001. Op 6 september 2001 vernam klaagster telefonisch dat zij op 11 september in het G.-ziekenhuis werd verwacht. Bij anamnese en lichamelijk onderzoek op 11 september 2001 is een hypesthesie over het gehele linkerbeen gevonden en zijn een verminderde sensibiliteit in het linkerrijbroek- gebied en uitval van de linker anaalreflex geconstateerd, terwijl tevens sprake was van een diffuse parese van het linker been met een voetbuigersparese en een parese van de musculus extensor hallucis longus. Er werd aanvullend een CT-scan gemaakt.

Op 12 september 2001 heeft de assistent-neurochirurgie een herniotomie L5-S1 onder supervisie uitgevoerd, waarna klaagster op 22 september 2001 uit het ziekenhuis is ontslagen. In december 2001 bleek van nieuwe klachten in de vorm van toename van de parese van de linker voet, toename van pijn links en soms vallen met lopen, waarna in januari 2002 de neuroloog in consult is gekomen in verband met het onbegrepen neurologisch beeld.


3. Het standpunt van klaagster en de klacht.


De klacht houdt zakelijk weergegeven in dat verweerder heeft verzuimd:

1. tijdens het telefonisch consult van 14 augustus 2001 klaagster naar de EHBO of poli neurochirurgie te sturen,

2. het geval van klaagster in het neurochirurgisch team te bespreken,

3. klaagster vanwege een opnamestop eventueel door te sturen naar een ander ziekenhuis,

4. contact met klaagster op te nemen zoals was afgesproken.

4. Het standpunt van verweerder.

Ad 1.
Gezien het feit dat tijdens het telefonisch consult van 14 augustus 2001 met klaagster geen sprake was van nieuwe symptomatologie en omdat de klachten van klaagster ook al in eerdere periodes aan de orde waren - klaagster had in 1987 een blaasplastiek ondergaan en had in 1999 en 2000 periodes van lage rugklachten met uitstralende pijnen waarvoor zij in april en mei 2000 opgenomen was geweest in het ziekenhuis F. - zag verweerder geen aanleiding klaagster direct op de EHBO of polikliniek te zien. Verweerder heeft er voorts op gewezen dat ook de fysiotherapeute en de huisarts geen contact met het ziekenhuis hebben opgenomen.

Ad 2.
Verweerder kan zich niet meer herinneren waarom de casus van klaagster nadien niet is besproken in de teambespreking van het chirurgisch team, zoals door hem was toegezegd. Wel heeft hij de casus besproken met de chef de clinique en het afdelingshoofd, omdat er een discrepantie bestond tussen de door klaagster beschreven klachten en het uitgevoerde onderzoek en het aanwezig beeldmateriaal. Op grond hiervan is besloten op het opname formulier "voorrang" te noteren. Verweerder is van mening dat juist vanwege het onbegrepen beeld, aan klaagster en haar klachten veel zorg is besteed, en dat haar casus uitgebreid met de opleiders is besproken.

Ad 3.
Verwijzing naar een ander ziekenhuis was niet aan de orde, aangezien geen sprake was van een acuut cauda syndroom. De mictieklachten, de gevoelsstoornissen in het rijbroekgebied, de loze aandrang voor ontlasting en de voetheffersparese waren klachten die bij klaagster al tenminste vanaf begin 2001 aanwezig waren.

Ad 4.
Verweerder kan zich helaas niet meer herinneren waarom hij klaagster niet heeft teruggebeld. Wel is de casus van klaagster besproken met de opleiders en is klaagster op de voorrangslijst voor de operatie geplaatst.


5. De overwegingen van het college.

Het college behandelt de klachtonderdelen vanwege de onderlinge samenhang gezamenlijk. Vaststaat dat in maart 2001 een discrepantie tussen de klachten van klaagster in de richting van een mogelijk linkszijdig partieel cauda syndroom en een betrekkelijk kleine HNP L5-S1 op grond van MRI onderzoek was geconstateerd. De klachten bleven bestaan, reden waarom was besloten bij klaagster een discectomie te verrichten en zij op een wachtlijst was geplaatst. In verband met de verergering van de pijnklachten van klaagster in augustus 2001 is besloten om klaagster met voorrang te behandelen. Er bestond voor verweerder geen aanleiding om tijdens het telefonisch consult van 14 augustus 2001 verdergaande maatregelen te nemen door bijvoorbeeld te besluiten klaagster direct naar de EHBO of poli neurochirurgie te sturen. Dit beleid ontmoet geen bedenkingen bij het college, met name niet omdat niet gebleken is dat tijdens gemeld telefoongesprek nieuwe klachten of symptomen zijn gepresenteerd die op het bestaan van een cauda-syndroom konden wijzen. Vast is komen te staan dat de casus van klaagster weliswaar niet in het chirurgisch team is besproken, maar wel in het overleg met de chef de clinique en het afdelingshoofd. Daar is besloten om klaagster met voorrang op de operatie lijst te plaatsen. Het college is van oordeel dat verweerder in deze voldoende zorgvuldig jegens klaagster heeft gehandeld. Weliswaar staat vast dat verweerder anders had beloofd, en ook dat hij zijn toezegging om klaagster na het telefonisch consult van 14 augustus 2001 daarover terug te bellen niet is nagekomen, maar deze slordigheden zijn onder de gegeven omstandigheden - te weten wel aandacht voor klaagsters omstandigheden in voormeld overleg - niet zodanig verwijtbaar dat hij daarmee in strijd met artikel 47 lid 1 van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg heeft gehandeld. Het college heeft begrip voor de gevoelens van onmacht die klaagster heeft moeten en nog steeds moet ondervinden, nu haar gezondheid ernstig te wensen overlaat, waardoor zij in een lastige en behoeftige situatie is komen te verkeren. Toch kan het college haar standpunt over het bestaan van een verband tussen het handelen van verweerder en haar gezondheidsklachten niet overnemen. De gebleken omstandigheden aan haar zijde kunnen niet dragen het oordeel dat verweerder onzorgvuldig heeft gehandeld, laat staan dat hij tuchtrechtelijk verwijtbaar heeft gehandeld. De conclusie van het voorgaande is dat de klacht in al haar onderdelen ongegrond is.”


3. Vaststaande feiten en omstandigheden

Nu daartegen geen grieven zijn geuit, gaat het Centraal Tuchtcollege voor de beoordeling van het hoger beroep uit van de feiten en omstandigheden zoals deze door het Regionaal Tuchtcollege zijn vastgesteld en hierboven onder 2. staan weergegeven.


4. Procedure in hoger beroep

4.1. Met haar beroep legt klaagster haar oorspronkelijke klacht in volle omvang aan het Centraal Tuchtcollege voor. In klaagsters klacht ligt als kernverwijt besloten dat zij naar aanleiding van door haar op 14 augustus 2001 telefonisch aan de arts geuite klachten gezien had moeten worden op de poli neurochirurgie, hetgeen volgens klaagster ten onrechte niet is gebeurd.


4.2. De arts heeft gemotiveerd verweer gevoerd met conclusie het beroep te verwerpen.

4.3. Zoals onder de feiten staat vermeld heeft de arts klaagster op 13 maart 2001 voor het eerst op het spreekuur gezien. Nadat op 17 maart 2001 een MRI onderzoek was uitgevoerd zag de arts klaagster nogmaals op het spreekuur van 27 maart 2001. Uitkomst van de bevindingen was dat klaagster in aanmerking kwam voor een discectomie. Klaagster is daartoe op de wachtlijst gezet die op dat moment voor haar als patiënt zonder spoedindicatie minimaal zes maanden bedroeg. Nadat klaagster op 7 augustus 2001 telefonisch contact had gezocht met het opnamesecretariaat van het G. omdat zij de arts in verband met pijnklachten wilde spreken heeft de arts haar op 14 augustus 2001 teruggebeld.

4.4. Klaagster heeft naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege voldoende aannemelijk gemaakt dat zij tijdens laatstgenoemd telefoongesprek klachten heeft geuit die - naar het Centraal Tuchtcollege uit klaagsters lezing heeft begrepen - in ieder geval in haar beleving anders en/of verergerd waren ten opzichte van haar eerdere klachten. Voldoende aannemelijk is ook dat klaagster de arts daarbij heeft gewezen op symptomen die er op zouden kunnen wijzen dat er bij haar mogelijk sprake was van een (beginnend) cauda syndroom.

4.5. Wanneer in aanmerking wordt genomen dat er inmiddels bijna vijf maanden waren verstreken sedert het laatste spreekuurcontact en dat klaagster, die op de wachtlijst stond voor een operatieve ingreep, zich in die tussenliggende periode niet eerder met verergering/ verandering van klachten had gemeld, had de arts onder de hiervoor onder 4.4. geschetste omstandigheden er naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege voor moeten zorgen dat klaagster op het spreekuur van hem of een collega werd gezien zodat in het licht van de eerdere bevindingen kon worden beoordeeld of het klachtenpatroon inderdaad was gewijzigd en/of toegenomen zoals klaagster aangaf en of eerder ingrijpen nodig was. Niet volstaan had mogen worden met overleg met als uitkomst het met voorrang plaatsen op de operatielijst. De arts, die in weerwil van zijn belofte niet heeft teruggebeld, had klaagster moeten zien, uitdrukkelijk daargelaten of dit consult tot een andere situatie zou hebben geleid dan die waarin klaagster nu verkeert.

4.6. Door zijn handelwijze is de arts naar het oordeel van het Centraal Tuchtcollege te kort geschoten in de zorg die hij aan klaagster had moeten verlenen, hetgeen hem tuchtrechtelijk moet worden aangerekend. In zoverre is de klacht gegrond.

Het voorgaande betekent dat de beslissing van het Regionaal Tuchtcollege niet in stand kan blijven. Het Centraal Tuchtcollege zal opnieuw rechtdoende, de arts de maatregel van waarschuwing opleggen. Deze maatregel acht het Centraal Tucht- college hier passend en toereikend. Een waarschuwing is een zakelijke terechtwijzing die de onjuistheid van een handelwijze naar voren brengt zonder daarop het stempel van laakbaarheid te drukken (MvT, TK 19522, nr.3. p. 76).


5. Beslissing


Het Centraal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg:
vernietigt de beslissing waarvan hoger beroep;
en opnieuw rechtdoende:
legt de arts de maatregel van waarschuwing op.
Deze beslissing is gegeven in raadkamer door: mr. R.A. Torrenga, voorzitter,
mrs. C.H.M. van Altena en W. Jonkers, leden-juristen en dr. M.M. Veering en
dr. R.P. Kleyweg, leden-beroepsgenoten en mr. C.M.J. Wuisman-Jansen, secretaris en uitgesproken ter openbare zitting van 16 oktober 2008, door mr. A.D.R.M. Boumans, in tegenwoordigheid van de secretaris.
Voorzitter w.g.
Secretaris w.g.

Ziet u geen reactieformulier? Reacties. (1)

"Ik vind het inderdaad onbegrijpelijk, dat een patient n.a.v. een telefoongesprek wel met voorrang op een blijkbaar electieve wachtlijst geplaatst kan worden, maar niet eerst nog eens poliklinisch beoordeeld kan worden om te bekijken of dat wel noodzakelijk is. Het typische "piepsystem": wie 'piept" wordt eerder geholpen. Het signaal dat hier van uitgaat is "piepen", want dan wordt je eerder geholpen.
Een wachttijd van 6maanden of meer is sowieso belachelijk. Wat is er gebeurt met de Treeknormen? De betreffende vakgroep moet werk maken van acceptabele toegangs- en doorlooptijden bij hun directie , of doorverwijzen. "

D.M.M. Edens-Schipper, PEINS - 11-06-2009 18:23

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd