U bent nu hier:

Olympische dokters

Meer dan negentig Nederlandse artsen en geneeskundestudenten hebben sinds 1900 deelgenomen aan de Olympische Spelen. Lees Meer

Nieuwste column

    Meevoelend

    Meevoelend  |  Het verpleeghuis betekent niet altijd kommer en kwel, maar de coassistent die deze week meeloopt hoort mij wel erg vaak zeggen: ‘zielig hè’ of ‘triest eigenlijk’ of ‘beetje hopeloos dit’ en aan het eind van de dag is ze zo overvoerd met ellende dat ze zich hardop afvraagt hoe ik het volhoud. »»
    Reacties: 1 reactie


Tuchtzaak

    Het gevaar van het eigen gelijk

     |  Dit item is beschikbaar als u bent ingelogd.
    Inloggen
     | Een uroloog wantrouwt de uitslag van pathologisch onderzoek bij een prostaatkankerpatiënt. Hij vraagt geen revisie aan, maar houdt vast aan zijn eigen diagnose. Waardoor de dood als een volslagen verrassing komt voor de patiënt en zijn vrouw.    


Webshop

                                               

Ga naar de shop »»

Sah

Ik zag haar vijf weken geleden voor het eerst: Sah, een meisje van zeven jaar, vel over been met een schimmelinfectie van de huid, hoestend aan de hand van haar moeder in de gang van het ziekenhuis. Nu, vier weken later, realiseer ik me dat ze medisch gezien zeker niet mijn moeilijkste patiënte was, maar dat ik haar probleem niet heb kunnen behandelen. Haar situatie illustreert het hiv-probleem hier en confronteert me genadeloos met de grenzen van wat ik hier als arts kan bereiken.

In het ziekenhuis van het dorp Pokola in het noorden van Congo-Brazzaville heb ik de afgelopen maanden veel zieken behandeld: doodsaaie malaria, eenvoudige snijwonden, spanningshoofdpijn en andere problemen die je op je ruggenmerg kunt oplossen. Er waren ook veel gecompliceerde ziektegeschiedenissen met een dramatische afloop waarvoor we alles uit de kast haalden. Maar ‘alles’ in deze Afrikaanse ‘low resources setting’ bleek vaak niet voldoende; geneeskunde in Congo heeft zijn beperkingen. Daar was ik op voorbereid tijdens mijn opleiding tot tropenarts en dus weet ik dat een jonge vrouw met borstkanker vaak doodgaat door gebrek aan chemo- en radiotherapie. Ik begrijp dat hartchirurgie niet mogelijk is voor een kind met een aangeboren hartafwijking. Technische en materiële tekortkomingen zijn moeilijk, maar ik kan me er overheen zetten. Bij Sah ligt het echter anders. Haar probleem zou ik kunnen behandelen maar toch is het me tot nu toe niet gelukt.

Die ochtend, toen ik Sah voor het eerst zag lopen in de gang van het ziekenhuis, fluisterde de verpleegkundige me toe dat haar moeder hiv heeft. Sahs moeder heeft een ziektegeschiedenis die typerend is voor veel hiv-patiënten hier. Vijf jaar geleden bleek een hiv-test positief en kort daarna is ze in ons ziekenhuis begonnen met aidsmedicijnen. Op advies van ‘wijze mannen’ in het dorp is ze een paar maanden later echter weer gestopt met de behandeling. Een andere arts zou haar hebben verzekerd dat ze helemaal geen hiv heeft en bovendien gaat het gerucht dat iedereen met een moeilijk probleem in ons ziekenhuis automatisch de diagnose aids krijgt. Sahs moeder is de afgelopen jaren niet meer op controle in het ziekenhuis teruggekomen.

Samen met onze gespecialiseerde hiv-verpleegkundige - zij heeft zelf hiv en is de enige persoon die ik in Congo ben tegengekomen die dit in het openbaar durft te vertellen - probeerden we die ochtend in mijn spreekkamer uit te leggen waarom het belangrijk is dat we Sah testen op hiv. Aanvankelijk weigerde naar moeder te accepteren dat hiv de oorzaak zou kunnen zijn van de ziekte van haar kind. Ze wilde niet geloven dat zij het virus, tijdens de zwangerschap, bevalling of borstvoeding, kan hebben overgedragen aan haar dochter. Sah was echter duidelijk erg ziek en uiteindelijk vond haar moeder het goed dat we een hiv-test zouden doen en dat Sah zou worden opgenomen in het ziekenhuis. De hiv-test bleek positief en met een CD4-getal van 15 had Sah nauwelijks nog afweer. Ik had me erop voorbereid de uitslag met Sah en haar moeder te bespreken maar tijdens de zaalvisite bleken ze die middag niet meer aanwezig op de kinderafdeling in het ziekenhuis. Ze hadden blijkbaar geen vertrouwen.

In 2007 was de hiv-prevalentie in Pokola 12 procent. Ons ziekenhuis was de afgelopen jaren een van de weinige ziekenhuizen in het noorden van Congo met een speciaal programma voor hiv/aids-patiënten. Dat bleek niet voldoende: In 2008 verdween in Pokola 39 procent van de mensen met hiv na het stellen van de diagnose uit het zicht van medische controles en behandeling. Bovendien is het nog niet gelukt ook maar één kind met hiv onder controle te houden. Om de situatie te verbeteren hebben we de afgelopen maanden een programma opgezet om de kennis over hiv te vergroten en de angst bij de bevolking te verminderen. Bovendien hebben we trainingen georganiseerd voor het ziekenhuispersoneel. We hebben nu een relatief goed getraind team, gratis hiv-testen en gratis aidsmedicijnen, medicijnen waarmee Sah zou kunnen blijven leven.

Sah liet me die ochtend niet meer los. In gedachten zag ik haar steeds weer aan de hand van haar moeder door de gang lopen. Ik besloot in een vlaag van verstandsverbijstering dat ik het dit keer niet zou laten gebeuren. Ik had mezelf nog zo voorgenomen om niet de held te gaan uithangen hier bij de zielige hongerbuikjes in Afrika. Dat lukte tot nu toe best redelijk. Er zijn veel patiënten uit zicht verdwenen zonder dat ik hen achterna ben gegaan, maar dit keer kon ik niet gewoon doorgaan met het spreekuur.

De hiv-verpleegkundige wist dat de grootvader van Sah die op de markt horloges repareert, dus besloot ik hem te gaan zoeken. Hij zat tussen de horloges op zijn marktkraam hardop te bidden toen ik aankwam. Na het gebed nam hij me mee naar een marktkraam iets verderop waar zijn dochter palmnoten stond te verkopen. Zijn kleinkind Sah lag tussen de stellages te slapen op de grond. Zwijgend pakte haar moeder de noten in toen ik uitlegde dat ik hen wilde meenemen naar het ziekenhuis om verder te praten. Om ons heen bleef het niet bepaald ongemerkt dat de dokter naar de markt was gekomen en een menigte dromde samen. Ik twijfelde of het wel goed was zo, maar ik kon nu niet meer terug. Sah was veel zieker dan enkele dagen eerder. Ze kon niet meer lopen en werd door haar moeder de auto ingedragen.

Toen ik in mijn spreekkamer nog eens stap voor stap de situatie probeerde uit te leggen, lag Sah uitgeput op haar moeders schoot. Ik vertelde haar moeder nogmaals dat haar kind medicijnen nodig heeft om te overleven. Terwijl ik praatte, bleef Sah me met een indringende blik aankijken. Zou ze het een beetje begrijpen? De moeder leek wel weer in te zien dat er een probleem was maar ze wilde nog steeds niets weten van een opname in het ziekenhuis en zeker niets van hiv. Terwijl de verpleegkundige het verhaal nog eens verduidelijkte in het Lingala, de lokale taal die de moeder wellicht beter zou begrijpen, begon Sah over te geven. Ik zat verlamd in mijn stoel te kijken. Ook de moeder bleef zitten zonder te reageren. Het vocht stroomde langzaam richting het laagste punt van de kamer onder mijn bureau. Het was een tijd stil in de spreekkamer. Sah pakte de rok van haar moeder om haar mond schoon te vegen en keek me vervolgens vragend aan. Wat kon ik nog zeggen? We bleven elkaar zwijgend aankijken. Ik pakte de mouw van mijn witte jas en veegde - ik kon het verdomme niet aanzien - een traan van mijn gezicht. Toen ik opkeek zag ik tot mijn verbazing een voorzichtige glimlach op het gezicht van Sah.

Het leek er even op dat we haar moeder die ochtend konden overtuigen. Ze wilde ons uiteindelijk de kans geven te laten zien dat Sah beter zou worden met antibiotica en hiv-medicatie. Maar het liep anders dan we hoopten. Twee dagen bleef Sah in het ziekenhuis en nam ze trouw zelf haar medicijnen. Daarna was ze opeens weer verdwenen en sindsdien heb ik haar niet meer teruggezien.

Ik hoopte dat ze uit zichzelf weer zou langskomen in het ziekenhuis maar het gebeurde niet. Nu vijf weken later ben ik opnieuw op weg om haar te zoeken. Is het reëel wat ik probeer te bereiken? Kan ik niet beter andere patiënten gaan behandelen? Misschien is dat waar maar toch twijfel ik geen seconde als ik de markt weer oploop waar in de verte de vrouwen hun palmnoten verkopen.

Matthijs Botman, tropenarts in Congo-Brazzaville



Auteur: Matthijs Botman

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd