U bent nu hier:

Olympische dokters

Meer dan negentig Nederlandse artsen en geneeskundestudenten hebben sinds 1900 deelgenomen aan de Olympische Spelen. Lees Meer

Nieuwste column

    Meevoelend

    Meevoelend  |  Het verpleeghuis betekent niet altijd kommer en kwel, maar de coassistent die deze week meeloopt hoort mij wel erg vaak zeggen: ‘zielig hè’ of ‘triest eigenlijk’ of ‘beetje hopeloos dit’ en aan het eind van de dag is ze zo overvoerd met ellende dat ze zich hardop afvraagt hoe ik het volhoud. »»
    Reacties: 1 reactie


Tuchtzaak

    Het gevaar van het eigen gelijk

     |  Dit item is beschikbaar als u bent ingelogd.
    Inloggen
     | Een uroloog wantrouwt de uitslag van pathologisch onderzoek bij een prostaatkankerpatiënt. Hij vraagt geen revisie aan, maar houdt vast aan zijn eigen diagnose. Waardoor de dood als een volslagen verrassing komt voor de patiënt en zijn vrouw.    


Webshop

                                               

Ga naar de shop »»

Nachthoofd

Een vrouw wordt onwel en heeft geen gevoel meer in de linkerkant van haar lichaam. Ze meldt zich in een ziekenhuis. Het nachthoofd, een verpleegkundige, spreekt haar in de gang en constateert geen verlammingsverschijnselen. Ze concludeert dat er sprake is van hyperventilatie en stuurt de patiënte weer naar huis. In een ander ziekenhuis blijkt dat de vrouw een minor stroke heeft gehad.
Het tuchtcollege kan er achteraf niet achter komen of de verpleegkundige contact heeft gehad met een arts. Het tuchtcollege concludeert dat het nachthoofd ‘onvoldoende zorg aan klaagster heeft besteed’ en legt een waarschuwing op.

Zaaknummer RTC ‘s-Gravenhage 008/T014a
Specialisme Verpleegkundige
Uitspraak Waarschuwing
Klager Patiënte
Feiten Klaagster is onwel geworden en had geen gevoel meer aan de linkerkant van haar lichaam. Zij is in verband met deze klachten naar het ziekenhuis gegaan en is daar enkel in de gang gezien door de verpleegkundige, tevens nachthoofd en ic-verpleegkundige, van het ziekenhuis. Klaagster vertoonde op dat moment geen verlammingsverschijnselen. De verpleegkundige heeft geconcludeerd dat sprake was van hyperventilatie en heeft klaagster naar huis gestuurd zonder bij haar een anamnese af te nemen, voldoende (neurologische) controles te verrichten of bloeddruk op te nemen. Het college heeft niet kunnen vaststellen dat de verpleegkundige een arts heeft geraadpleegd. Achteraf bleek sprake te zijn geweest van een minor stroke.
Leermoment Dat klaagster bij het gesprek met de verpleegkundige geen verlammingsverschijnselen vertoonde, betekent niet dat klaagster geen TIA had doorgemaakt. Dat klaagster tintelingen had, is onvoldoende om tot hyperventilatie te concluderen. In een ziekenhuis moeten duidelijke afspraken worden gemaakt over het handelen van de dienstdoende verpleegkundigen bij hulpvragen van nieuwe patiënten, onder meer over de vraag wanneer een arts moet worden geraadpleegd. Voorts moet erop worden toegezien dat deze afspraken bekend zijn en worden nageleefd. Hoewel deze uitspraak een verpleegkundige betreft is deze casus vanwege voorgaande ook leerzaam voor artsen en directies van ziekenhuizen.

 
Datum uitspraak: 19 mei 2009

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te 's-Gravenhage heeft de navolgende beslissing gegeven inzake de klacht van: A, wonende te B, klaagster, t e g e n : C, verpleegkundige, wonende te D,
de persoon over wie geklaagd wordt, hierna te noemen: de verpleegkundige.


1. Het verloop van het geding

Namens klaagster heeft mr. A. van der Weijden, advocaat te Haarlem, een klaagschrift inge-zonden dat op 31 januari 2008 is gedateerd. Mr. drs. P.A. de Zeeuw, verbonden aan DAS Rechtsbijstand te Amsterdam, heeft namens de verpleegkundige een verweerschrift ingediend. Partijen hebben gerepliceerd respectievelijk gedupliceerd. Partijen hebben geen gebruik gemaakt van de gelegenheid om in het vooronderzoek mondeling te worden gehoord.

De mondelinge behandeling van de klacht heeft plaats gehad op 24 maart 2009. Klaagster en de verpleegkundige zijn daarbij beiden verschenen, bijgestaan door hun al genoemde ge-machtigden. De raadsman van klaagster heeft daarbij een pleitnota overgelegd.


2. De feiten

Klaagster is in de vroege ochtend van 24 april 2006 onwel geworden. Zij had geen gevoel meer aan de linkerkant van haar lichaam. Klaagster is vervolgens naar het E in B gebracht. De verpleegkundige, destijds aldaar werkzaam als nachthoofd en ic-verpleegkundige, had die nacht dienst en heeft klaagster gezien. De verpleegkundige heeft klaagster naar huis gestuurd. Klaagster heeft zich direct tot de F in B gewend. Op die post is haar op het hart gedrukt direct naar het G te gaan. Aldaar bleek sprake te zijn van een minor stroke.


3. De klacht

Klaagster verwijt de verpleegkundige in essentie dat zij de aandoening ernstig heeft miskend. Het had op de weg van de verpleegkundige gelegen een arts te raadplegen, althans bij de geraadpleegde arts aan te dringen op onderzoek van klaagster door de arts zelf.



4. Het standpunt van de verpleegkundige

De verpleegkundige herinnert zich klaagster te hebben gezien en haar een anamnese afgeno-men te hebben, waarna ze klaagster enkele opdrachten heeft laten uitvoeren volgens het pro-tocol neurocontroles. Op grond van haar bevindingen zag zij op dat moment geen indicatie voor spoedeisende zorg. Vervolgens heeft zij met de aanwezige arts-assistent overlegd. Volgens de dienstlijst moet het de arts-assistent interne geneeskunde H geweest zijn. In overleg met de arts-assistent is besloten om klaagster naar huis te sturen met het uitdrukkelijke advies om bij terugkerende klachten direct contact op te nemen met de huisarts.


5. De beoordeling

Het College kan zich met de gang van zaken zoals door de verpleegkundige beschreven niet verenigen. Ter zitting is gebleken dat zij klaagster alleen op de gang heeft gesproken en haar niet in een onderzoeks- of behandelingskamer heeft gezien. De verpleegkundige heeft voorts de bloeddruk van klaagster niet opgenomen. De verpleegkundige heeft bij patiënte geen anamnese afgenomen en onvoldoende (neurologische) controles gedaan om hier conclusies aan te verbinden. Zij is kennelijk alleen op haar algemene indruk afgegaan. In dit verband tekent het College nog aan dat de enkele omstandigheid dat klaagster bij het gesprek met de verpleegkundige geen verlammingsverschijnselen vertoonde, niet betekent dat klaagster geen TIA had doorgemaakt. De bedoelde verschijnselen kunnen immers tijdelijk verdwijnen om daarna weer terug te komen. Het College voegt hier volledigheidshalve nog aan toe dat het niet heeft kunnen vaststellen dat de verpleegkundige een arts heeft geraadpleegd.
De verpleegkundige heeft geconcludeerd dat bij klaagster van hyperventilatie sprake was. Voor die diagnose waren evenwel nauwelijks aanwijzingen voor handen. Dat klaagster tintelingen had, is onvoldoende om tot hyperventilatie te concluderen.

Een en ander leidt tot de conclusie dat de verpleegkundige onvoldoende zorg aan klaagster heeft besteed. De klacht is dan ook gegrond. Het College zal klaagster een waarschuwing opleggen.



6. De beslissing

Het Regionaal Tuchtcollege voor de Gezondheidszorg te ’s-Gravenhage beslist als volgt:
legt de verpleegkundige de maatregel op van een waarschuwing.

Deze beslissing is gegeven door mr. P.A. Offers, voorzitter, mr. M.W. Koek, lid-jurist, drs. A.J.M. Koeter, I.M. Bonte en W.J. van der Meer, leden-verpleegkundigen, bijgestaan door mr. drs. J.S.P. Smelik, secretaris en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 mei 2009.

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

Volg Medisch Contact op Twitter

Best gewaardeerde docs

Meer documentaires »»

Best gewaardeerde films

Meer films »»

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd