U bent nu hier:

Een boer van 66 heeft geen aids

Publicatie Nr. 35 - 02 september 2010
Jaargang 2010
Rubriek Over de grens
Auteur Doortje Heemskerk
Pagina's 1678-1679

De Communistische Partij maakt de dienst uit. In beginsel is het dus ‘één voor allen en allen voor één’ in de Socialistische Republiek Vietnam. Maar in de praktijk hebben de rijksten minimaal twee Lexussen voor de deur – een sportmodel en een SUV – en verkopen de armsten hun linkernier aan de Russen.

Hiv-preventieposter waarschuwt tegen drugsgebruik: ‘Drugs, probeer het niet eens één keer’. Hiv-preventieposter waarschuwt tegen drugsgebruik: ‘Drugs, probeer het niet eens één keer’.

Ik werk in het ziekenhuis voor tuberculose en longziekten in Ho Chi Minhstad en doe onderzoek naar een vorm van meningitis veroorzaakt door de befaamde bacil van Koch, Mycobacterium tuberculosis. Het is een fnuikend ziektebeeld waar de gemiddelde Nederlandse arts geen uitgebreide ervaring mee heeft, alhoewel tbc in alle vormen, dus ook de meningitis, schijnt op te rukken naar het Westen.

Ik word op de afdelingen toegelaten om patiënten te zien uit naam van de Oxford University Clinical Research Unit, een samenwerkingsverband tussen Oxford en het Hospital for Tropical Diseases hier. Dagelijks schuim ik de gangen af, op zoek naar slachtoffers die potentieel aan het onderzoek zouden kunnen deelnemen. Mensen met tuberculeuze meningitis, en dat zijn er best wat. Als ik op de hiv-afdeling arriveer, word ik meegesleurd naar een nieuw opgenomen patiënt en naast hem gezet. Op de vreugdeloze zalen – of liever: betonnen kamertjes – liggen meestal vier magere jongemannen omringd door een kluitje familieleden die met bakjes rijst in de weer zijn. De Vietnamese arts vertelt de patiënt dat ik hem kom onderzoeken, dat ik buitenlands ben maar prima Vietnamees spreek (ik heb basisboek 1 net uit, ik huiver) en dat hij mijn vragen naar waarheid moet beantwoorden en moet doen wat ik zeg. Ik denk aan Stalin, zoek een gordijn en een tolk – allemaal niet aanwezig.

Hiv-afdeling van het ziekenhuis voor tbc en longziekten in Ho Chi Minhstad. Hiv-afdeling van het ziekenhuis voor tbc en longziekten in Ho Chi Minhstad.

De patiënten en hun familieleden zijn over het algemeen uiterst geduldig en behulpzaam. Mogelijk denken ze dat ik wonderlijke nieuwe drugs in mijn zak heb om eindelijk eens die hardnekkige tbc mee te bestrijden.

Op een dag vraagt een tante van een jongen die duidelijk op sterven ligt, wanneer er iets gaat gebeuren. Ik vermoed dat ze het heeft over doodgaan, maar ik herken het woord niet. Er zijn in het Vietnamees meerdere manieren om over de dood te spreken, en de enige die ik me op dat moment kan herinneren is ‘zout gaan verkopen’, niet de meest serene. Ik verifieer. ‘Bedoelt u, of hij nog zout gaat verkopen? Ik ben bang dat dat vandaag nog is.’ Zijn tante knikt, het lijkt heel even of ze lacht om mijn vrije manieren.

Ongeveer de helft van de patiënten met tuberculeuze meningitis is besmet met hiv. Dat betekent hier: 80 procent mannelijke drugsverslaafden, zo nu en dan een dame van lichte zeden en misschien een paar MSM’s (men who have sex with men). Niet iedereen wordt getest, zelfs niet altijd na lang aandringen van een arts van over de grens; een mengeling van taboe en tijdnood. Wie heeft er zin in pre- en posttestcounseling als de zalen overvol liggen? En alhoewel hier kleurige handgeschilderde posters hangen die mensen enthousiast moeten maken voor het zorgen voor de hiv-positieve medemens – een stuk opbeurender dan die sombere zwart-witgevallen in Amsterdam met zogenaamde BN’ers die net uit hun bed gestapt zijn – is het in de praktijk nergens echt een ijsbreker om te vermelden dat je hiv hebt. Evenmin is het handig om te vermelden dat je met hiv-patiënten omgaat. Kop in het zand dan maar.

Een bezoeker rookt een sigaret voor de hiv-afdeling. Een bezoeker rookt een sigaret voor de hiv-afdeling.

In gebrekkig Vietnamees: ‘Dokter heeft deze patiënt hiv?’ ‘Nee hoor.’ ‘Heeft u getest?’ Lachend: ‘Nee hoor, niet nodig.’ ‘Oh?’ ‘Het is een gescheiden boer van 66.’ ‘Aha. In Nederland kunnen die behoorlijk gewild zijn.’ ‘In Vietnam ligt dat anders.’ ‘Oh?’ ‘Ik ben er 90 procent zeker van dat deze patiënt geen hiv heeft.’ Ik vind zijn manier van inschatten weinig sensitief, en leg uit dat een test misschien wel 100 procent zekerheid geeft. ‘Gaat u maar bij hem kijken’, is zijn antwoord, met een fantastische glimlach.

Ik verwacht een gedrocht, of iets in zijn uiterlijk wat me zou moeten overtuigen dat hij geen hiv heeft. Maar in het bed ligt een wonderwel vrolijke 66-
jarige Vietnamees. Niets mis mee. ‘Niks mis mee, behalve dan die meningitis.’ Lachend: ‘Als je het per se wilt zal ik hem testen, omdat jij het bent.’ Geen echte overwinning. Ik sputter een beetje om het te expliciteren. Test iedereen, minder beladen, efficiënt, taboedoorbrekend, wordt het routine et cetera. Maar het beklijft niet echt.

Over het algemeen worden de mensen die bekend zijn als hiv-patiënt of een hoge verdenking hebben – uitgemergelde drugsgebruikers en prostituees – rechtstreeks naar de hiv-afdeling gestuurd, waar iedereen een test krijgt. De ‘normaal’ ogende patiënten gaan naar de gewone afdelingen en krijgen misschien een test. Dat is jammer, want hiv-behandeling in Vietnam is gratis voor iedereen. Het Presidential Emergency Plan For AIDS Relief (PEPFAR) van president Bush is ook in Vietnam aanwezig. De dekking is helaas nog matig, want gratis gezondheidszorg wekt wantrouwen, en de Amerikanen misschien ook wel een beetje.

Ik ga dus maar door met de lessen Vietnamees. Om me wat genuanceerder te kunnen uitdrukken, wat overtuigender te zijn. Maar bovendien: hoe meer ik versta en begrijp, hoe duidelijker het wordt wat de echte problematiek is. En over het algemeen is dat niet de mentaliteit van de artsen, die ondanks hongerlonen en dubbele banen een grote gedrevenheid hebben. Werken in dit nauwelijks democratische land maakt me bewust van de dreiging en oppressie die de gewone burger bang maken om zelfstandig beslissingen te nemen en tegen de stroom in te denken. Het is dit jaar voor het eerst dat ik kijk naar de Nederlandse verkiezingscampagnes en debatten en niet verzand in geklaag, maar me gelukkig prijs.

Doortje Heemskerk, tropenarts en onderzoeker
beeld: auteur

Er zijn nog geen reacties bij dit bericht. Ziet u geen reactieformulier?

 | Overzichtspagina Over de grens |

    04-05 | | Museum Jan van der Togt

    Tentoonstelling: Under Construction - Joop Rubens en Refat Karim

    Tentoonstelling: Under Construction - Joop Rubens en Refat Karim

    Op de tentoonstelling Under Construction in het Museum Jan van der Togt staat de huid centraal. »»


    17-04 | | Museum Boerhaave

    Het gewichtige lichaam - Boerhaave museum

    Het gewichtige lichaam - Boerhaave museum

    Een tentoonstelling over de omgang van de mens met zijn uiterlijk. »»


    17-04 | | Het Dolhuys - Haarlem

    Tentoonstelling: Verborgen schoonheid uit Japan - Het Dolhuys

    Tentoonstelling: Verborgen schoonheid uit Japan - Het Dolhuys

    »»


Meer Uittips »»

Nieuwste column

    Meevoelend

    Meevoelend  |  Het verpleeghuis betekent niet altijd kommer en kwel, maar de coassistent die deze week meeloopt hoort mij wel erg vaak zeggen: ‘zielig hè’ of ‘triest eigenlijk’ of ‘beetje hopeloos dit’ en aan het eind van de dag is ze zo overvoerd met ellende dat ze zich hardop afvraagt hoe ik het volhoud. »»
    Reacties: 1 reactie


Canon geneeskunde

Canon geneeskunde in Nederland

Ook de geneeskunde kan niet zonder.

Bekijk de canon van de geneeskunde in Nederland.

Deelnemende sites

Voor deze site(s) bent u ingelogd